Direct naar
Eerlijk over Pensioen
Het onderwerp pensioen is ingewikkeld en lastig. Veel mensen weten niet waar ze moeten beginnen met hun vragen. Daarom proberen we de meest gebruikte pensioentermen zo begrijpelijk mogelijk uit te leggen.
AEGON wil Nederland helpen door pensioen begrijpelijk te maken
In onderstaande filmpjes van AEGON worden lastige pensioenbegrippen op een eenvoudige manier uitgelegd door experts:
Pensioentermen
Hier schrijven Jeroen de Munnik en Herman Kappelle afwisselend om de twee weken een column. Het motto van hun columns is 'Eerlijk over later'. Jeroen de Munnik is lid van de directie van AEGON Nederland. Herman Kappelle is directeur van AEGON Adfis, de Adviesgroep juridische en fiscale zaken en hij is bijzonder hoogleraar Fiscaal Pensioenrecht aan de VU Amsterdam.

9 juni 2010
Een verzekeraar is geen pensioenfonds
- akkoord houdt geen rekening met verzekerde pensioenregelingen
- verzekeraars kunnen opgebouwde rechten niet verlagen
- open oog voor verzekerde gregelingen bij wijzigingen van wet- en regelgeving
De pensioenwereld is vorige week verblijd met een pensioenakkoord tussen de sociale partners. Vlak voor de verkiezingen zijn werkgevers en werknemers het eens geworden over een verhoging van de pensioenleeftijd, zowel in de eerste pijler als in de tweede.
Wat opvalt is dat het akkoord (weer) volledig is gericht op pensioenregelingen die worden uitgevoerd door pensioenfondsen. Aan het feit dat er ook een flink gedeelte - 12% van de deelnemers - van de pensioenregelingen is ondergebracht bij pensioenverzekeraars wordt ten onrechte voorbij gegaan.
De verschillen tussen een pensioenfonds en een pensioenverzekeraar zijn groot. Een pensioenfonds kent doorgaans maar één of hooguit enkele pensioenregelingen. Een pensioenverzekeraar heeft enkele duizenden pensioenregelingen in administratie, die allemaal verschillen. Het aanpassen van de portefeuille aan gewijzigde wet- of regelgeving, is voor een pensioenverzekeraar dan ook vele malen gecompliceerder dat voor een pensioenfonds.
Een ander groot verschil is dat pensioenaanspraken en pensioenrechten bij een verzekeraar gegarandeerd zijn; ze zijn immers verzekerd. Een pensioenfonds heeft de mogelijkheid om als laatste middel om de dekkingsgraad te herstellen de pensioenen te verlagen, het zogenoemde afstempelen.
Veel lastiger
In het akkoord wordt de hoogte van de pensioenen afhankelijk van enerzijds de levensverwachting en anderzijds de beleggingsresultaten. Dat is in lijn met het rapport Goudswaard, dat ook alleen maar op de situatie bij pensioenfondsen is gericht. Het verschuiven van het langlevenrisico en het beleggingsrisico naar de deelnemers is op de manier zoals voorgesteld in het pensioenakkoord bij pensioenfondsen wel te verwezenlijken, maar voor pensioenverzekeraars is dat veel lastiger.
Verzekerde pensioenen zijn per definitie "hard"; verlagen van reeds opgebouwde rechten is niet mogelijk. Op zich kunnen ook de verzekeraars nu al rekening houden met toekomstige ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door een beschikbare premie in het jaar van toekennen tegen de dan geldende tarieven meteen om te zetten in een uitgesteld pensioen op pensioendatum. Veranderen de tarieven door het hanteren van ander sterftegrondslagen of rekenrente, dan heeft dat alleen invloed op de met de toekomstige premies in te kopen pensioenen en niet op de reeds ingekochte pensioenen, hetgeen toch een bepaalde mate van zekerheid voor de deelnemer met zich brengt. Een andere mogelijkheid is om uit te gaan van de contante waarde van de beoogde pensioenuitkeringen op pensioendatum. Daalt deze als gevolg van bijvoorbeeld een gestegen levensverwachting, dan heeft de deelnemer twee keuzen. Ofwel hij koopt voor de lagere contante waarde op de oorspronkelijke pensioendatum een lagere levenslange uitkering aan, ofwel hij stelt zijn pensioeningangsdatum zodanig uit dat hij op die latere datum een levenslange uitkering kan aankopen op het niveau dat hij voor ogen had.
Een open oog
Kortom; ook bij verzekerde pensioenregelingen zijn er mogelijkheden om tegemoet te komen aan de door Goudswaard en de sociale partner gesignaleerde ontwikkelingen. Dat zal echter niet kunnen op de manier zoals pensioenfondsen dat voor ogen staat. Ik pleit er dan ook voor om bij alle ontwikkelingen in wet- en regelgeving op pensioengebied niet alleen te kijken hoe die uitwerken voor pensioenfondsen, maar daarnaast een open oog te hebben voor de specifieke positie van pensioenverzekeraars en hun verzekerden.
Herman Kappelle
9 april 2010
Beschikbarepremieregeling: kans of bedreiging?
- Premieregeling houdt pensioen betaalbaar
- Werkgever en werknemers moeten alle ins en outs kennen
- Weg met het jargon
Na het salaris is pensioen 'met stip' de duurste arbeidsvoorwaarde. Maar dat betekent niet dat het louter een verhogende factor van de loonkosten is. Meer nog is de pensioenpremie een investering die zichzelf terugverdient wanneer die de werknemers motiveert en bindt. Bovendien realiseren werknemers zich meer en meer de waarde van een goed pensioen.
De laatste jaren kiezen steeds meer ondernemingen, zeker in het MKB, voor een beschikbarepremieregeling. Komt daardoor hun concurrentiepositie als 'goed werkgever' in gevaar? Dat hoeft zeker niet het geval te zijn, althans als de communicatie over de regeling perfect is en dat is precies waar de schoen wringt.
De premieregeling wordt nogal eens afgeschilderd als een regeling die slechts voordelen biedt voor de werkgever. Zijn kosten worden voorspelbaar terwijl de werknemers het nadeel hebben dat zij - vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn - het beleggingsrisico dragen. Dat kan tot vervelende situaties leiden als de resultaten tegenvallen. Wie is daar dan voor verantwoordelijk en een andere vraag: wie krijgt daarvoor door de publieke opinie de verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven?
Bewust van de risico's
Ik geloof in de beschikbarepremieregeling, al was het maar om het pensioenstelsel ook in de toekomst beheersbaar en betaalbaar te houden. Maar wel met de restrictie dat werkgever en werknemers zich bewust zijn van de mogelijkheden, de risico's en de mogelijkheid om die risico's juist af te bouwen. Dat vergt van en naar alle partijen (verzekeraar, adviseur, werkgever en werknemer) duidelijke en eenvoudige communicatie. En daar nu wringt nog de schoen. Om de hand in eigen boezem te steken: de pensioenbranche, waar jargon en afkortingen de boventoon voeren en oude media nog de standaard vormen, blinkt daarin niet uit. Er gaat voor de deelnemers geen wereld van begrip open als ze geconfronteerd worden met termen als 'renseigneringsbrief', de 'UPO', een 'automatische herallocatie' en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Gewonemensentaal
Wij moeten wat dat betreft de bakens verzetten. Met een beetje goede wil is het heel goed mogelijk om in gewonemensentaal uit te leggen dat de persoonlijke situatie en de leeftijd van de deelnemer centraal staan bij het bepalen van het beleggingsrisico. Wil hij zijn risico naarmate zijn leeftijd vordert, afbouwen? Kan en wil hij nog 'een gokje wagen', is hij toe aan een gegarandeerd eindkapitaal, of ligt de werkelijkheid ergens daar tussen?
De werkgever die dat samen met de adviseur en de pensioenuitvoerder bespreekbaar en inzichtelijk kan maken versterkt de band met de medewerkers. Zeker als daarbij een regeling uit de bus komt die zonder de continuïteit van het bedrijf in gevaar te brengen voldoende mogelijkheden biedt voor een plezierige oude dag.
Jeroen de Munnik
Eerder verschenen columns:
22 maart 2010
Spraakverwarring
- Een te ruime uitleg van het begrip pensioen leidt tot spraakverwarring
- Lijfrenten kunnen nooit vergeleken worden met collectieve pensioencontracten
- Blijf appels appels noemen en peren peren
Pensioen is een oudedagsvoorziening. Maar niet elke oudedagsvoorziening is pensioen. Voor ondernemers is hun zaak vaak hun oudedagsvoorziening. Voor menig huizenbezitter is het zijn huis. “Mijn bedrijf is mijn pensioen”, vindt de ondernemer en de huizenbezitter zegt: “Mijn huis is mijn pensioen.”
Een dergelijke te ruime uitleg van het begrip pensioen leidt zo nu en dan tot een lastige en soms ook gevaarlijke spraakverwarring. Ons systeem van oudedagsvoorziening bestaat uit drie pijlers. De eerste is de AOW. Een voorziening op minimumniveau die van overheidswege wordt verstrekt en wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank. In de tweede pijler vinden we de ‘echte’ pensioenen. Dat wil zeggen de pensioenregeling die een werkgever treft voor zijn werknemers en waarop de Pensioenwet van toepassing is. Voor een pensioen in de tweede pijler is een loondienstverband noodzakelijk. De hoogte van het pensioen is veelal afhankelijk van het salaris en het aantal gemaakte dienstjaren en de pensioenregeling wordt uitgevoerd door pensioenfondsen en levensverzekeraars.
Juridische betekenis
Wie in deze tweede pijler geen of te weinig pensioen opbouwt, kan het pensioentekort in de derde pijler opvullen in de vorm van lijfrenten. Sparen en beleggen voor de oude dag kan bij een bank of een beleggingsinstelling. Wie kiest voor een lijfrenteverzekering wendt zich tot een levensverzekeraar. Lijfrenten maken dus onderdeel uit van de oudedagsvoorziening, maar zijn geen pensioen in de juridische betekenis van het woord. Toch worden ze vaak als zodanig aangeduid en daarin schuilt een gevaar. Zeker als er op basis van die terminologie (prijs)vergelijkingen worden gemaakt. Lijfrenten zijn per definitie individuele contracten die alleen bij een levensverzekeraar, een bank, of een beleggingsinstelling kunnen worden afgesloten. Een dergelijk product kan uiteraard nooit vergeleken worden met een bij een pensioenfonds of levensverzekeraar ondergebracht collectief pensioencontract. Ook is een vergelijking tussen individuele pensioencontracten en collectieve pensioenovereenkomsten altijd onzuiver. Iedereen begrijpt dat de kosten per deelnemer bij een collectieve pensioenregeling lager zijn dan bij een individuele regeling.
Appels zijn geen peren
Ik heb niets tegen vergelijkingen. Die zijn in het belang van de consument. Maar laten we dan wel appels met appels en peren met peren vergelijken. En om het allemaal niet nog ingewikkelder te maken appels gewoon appels noemen en peren gewoon peren. Want een appel die we peer noemen, blijft nog steeds een appel!
Herman Kappelle
18 februari 2010
Kiezen of delen
- Risico en rendement gaan hand in hand
- Inflatiebestendig pensioen tegen acceptabele risicoloos belegde premies bestaat niet
- Nemen van te weinig risico net zo slecht als het nemen van te veel risico
Ik hoef hier niet te herhalen dat de financiële crisis de pensioenen heeft geraakt en de dekkingsgraad van de pensioenfondsen heeft aangetast. Waar ik het over wil hebben is de reacties die loskwamen toen de herstelplannen werden gemaakt. Op dat moment immers drong het besef pas door dat pensioenfondsen de mogelijkheid hebben om als uiterste middel de pensioenen te verlagen, het zogenoemde afstempelen. En ook dat pensioenen minder zeker waren dan gedacht.
Die reacties waren heftig en soms kort door de bocht: de fondsen zouden te veel en onverantwoorde risico's genomen hebben. In een onderzoek van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen vond ruim 60% van de ondervraagden zelfs dat de pensioenfondsen verplicht moeten worden om het pensioenvermogen op een spaarrekening te zetten. 'Beleggen zou verboden moeten worden' is gezien de ontwikkelingen op de beurs een begrijpelijke reactie, maar er zitten twee kanten aan deze medaille.
Hand in hand
Dat risico en rendement hand in hand gaan, blijkt wel uit het feit dat de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen 40% lager zou zijn geweest, als zij alleen hadden gespaard. Zelfs op het dieptepunt van de crisis bezaten de pensioenfondsen nog ongeveer 25% meer vermogen dan zij gehad zouden hebben als zijn hun aandelenbezit sinds 1980 niet hadden uitgebreid.
Dat neemt niet weg dat ook zonder beurscrises onze pensioenen onbetaalbaar dreigen te worden. De commissie-Goudswaard heeft berekend dat de pensioenpremies in 2025 met bijna de helft zouden moeten stijgen om het huidige ambitieniveau te handhaven. Naast premieverhoging ziet Goudswaard nog twee knoppen waaraan kan worden gedraaid: verlaging van het ambitieniveau en het anders omgaan met onzekerheid.
Het verhogen van de premies heeft grote negatieve gevolgen voor de arbeidsmarkt en de concurrentiepositie van Nederland. Als we niet bereid zijn om het ambitieniveau te laten zakken, zal er dus meer risico moeten worden genomen om de pensioenen betaalbaar te houden.
Geen gratis lunches
Het is kiezen of delen. Een mooi inflatiebestendig pensioen tegen acceptabele premies die risicoloos worden belegd, is niet mogelijk. Er bestaat niet zoiets als gratis lunches. Uiteraard moeten de risico's wel verantwoord zijn. Maar daarbij is het nemen van te weinig risico net zo slecht als het nemen van te veel risico. De commissie-Goudswaard doet daar interessante voorstellen voor, die het meer dan waard zijn om nader te worden uitgewerkt.
Herman

9 februari 2010
Semicollectief niet altijd een ’pensioentruc’
- Waarom semicollectieve contracten werden gesloten
- Sommige contracten niet altijd in het belang van de klant
- Verzekeraars hebben en nemen eigen verantwoordelijkheid richting hun klanten
Het Financieele Dagblad berichtte op 1 februari dat “tussenpersonen naar schatting duizenden bedrijven uit het mkb opgezadeld hebben met onnodig dure pensioenregelingen om zo een hogere provisie op te strijken.” Het artikel gaat over zogenoemde ‘semicollectieve pensioencontracten’. Anders dan bij een echte collectieve polis werd de tussenpersoon voor iedere individuele polis apart beloond.
De suggestie dat deze adviezen louter uit eigenbelang gegeven werden, verdient in mijn visie wat meer nuance. Als ik dat wil toelichten vanuit mijn hoedanigheid van verzekeraar, moet ik een klein stukje teruggaan in de tijd. Naar de periode dat er nog geen Pensioenwet bestond en de gelijkebehandelingswetgeving er nog niet was.
Van individueel naar collectief
Sindsdien hebben de ontwikkelingen zich snel opgevolgd. We zijn al bijna vergeten dat in bepaalde beroepsgroepen de werknemers hun pensioen graag individueel wilden regelen. Dat deden zij in de vorm van een ‘eigen’ C-polis. Zeker toen er nog geen wettelijk recht op waardeoverdracht bestond, bood deze polis uitkomst om een pensioenbreuk te voorkomen. Inderdaad heeft het FD gelijk: deze polissen werden regelmatig ‘verpakt’ in een semicollectief contract, ook op verzoek van startende en kleinere bedrijven die nog niet toe waren aan echte collectieve contracten.
De Pensioenwet maakte in 2007 een einde aan de C-polissen. Al eerder maakte de gelijkebehandelingswetgeving het praktisch onmogelijk om binnen collectieve groepen individuele contracten te sluiten.
Verantwoordelijkheid nemen
U hoort mij niet zeggen dat het FD met dit artikel de plank volledig mis slaat. Terugkijkend met de wijsheid (en onze taakopvatting) van vandaag moeten we erkennen dat we als branche eerder op de gewijzigde omstandigheden hadden kunnen inspelen. Voor mijzelf sprekend: AEGON heeft al een paar jaar geleden de semicollectieve overeenkomsten actief geconverteerd naar ‘echte’ collectieve contracten met de daarbij horende kostenstructuur. Wij deden dat toen we beseften dat niet alle klanten - mede door de veranderde regelgeving - baat meer hadden bij deze constructie.
Veel klanten, waaronder ook bedrijven, hebben behoefte aan actieve advisering over en onderhoud van hun pensioenvoorziening. Sommige financiële producten – en in het bijzonder pensioenen – zijn zo complex dat we als pensioenuitvoerders daarin een belangrijke verantwoordelijkheid hebben tegenover onze klanten en niet altijd mogen wachten totdat de klant het initiatief neemt. De verzekeringssector speelt daar, in toenemende mate, op in.
Jeroen

Duplo-blokjes
3 februari 2010
· Pensioen kan morgen al actueel zijn
· Oudedagsreserve is geen pensioenvoorziening
Onlangs bevestigde de AFM wat ook al uit eerdere onderzoeken is gebleken: de gemiddelde Nederlander heeft nauwelijks of geen pensioenkennis. Op een niet alledaags moment kreeg ik een aantal voorbeelden voorgeschoteld wat dat gemis aan kennis in de praktijk voor gevolgen heeft. Er was namelijk een filmploeg bij mij thuis om opnamen te maken voor de AEGON-campagne 'Eerlijk over …'. In een aantal televisiespots worden nu eens geen specifieke producten aangeprezen, maar leggen we pensioentermen, zoals indexatie, pensioengat en rente-op-rente uit. Ik mocht in 25 seconden vertellen hoe het Nederlandse pensioenstelsel in elkaar zit. Met behulp van duplo-blokjes heb ik het driepijlersysteem uitgelegd.
Dergelijke opnamen duren langer dan u denkt. Voor 25 seconden televisie is een paar uur nodig. Onvermijdelijk kwam het gesprek met de leden van de filmploeg op hun eigen pensioensituatie. Zij werken allen, cameraman, geluidsman en regisseur, als zzp'er. Het onderscheid beschikbare premieregeling in de tweede pijler en lijfrente in de derde pijler hadden ze nooit gemaakt, laat staan begrepen. Ze hoorden nu voor het eerst dat de beschikbare premieregeling in de tweede pijler thuis hoort en dat zij daar dus als zelfstandig ondernemer niet voor in aanmerking komen. Uit ons gesprek bleek ook dat zij er geen seconde bij stil hadden gestaan dat een pensioenregeling er niet alleen is voor de oude dag, maar morgen al actueel kan zijn als je arbeidsongeschikt raakt of overlijdt. Geen van drieën had zich dat ooit gerealiseerd. Wat dat betreft was het dus een nuttige sessie.
Grotere schuld
Op mijn vraag hoe zij hun oudedagsvoorziening dan wel hadden geregeld, vertelde een van hen dat hij op advies van zijn boekhouder een oudedagsreserve aan het vormen was. Dat is fiscaal voordelig, had de boekhouder hem verteld en dus had hij het maar gedaan.
Wat de cameraman zich niet realiseerde is dat tegenover dit belastingvoordeeltje een steeds groter wordende schuld bij de fiscus ontstaat. De oudedagsreserve is immers niet méér dan een boekhoudkundige handeling om belastinguitstel te bewerkstelligen. Hiermee vorm je geen echte reserve. Er is op de pensioendatum, of bij eerder overlijden, geen feitelijke spaarpot aanwezig waarvoor een pensioen kan worden aangekocht. Gelukkig heeft hij ook nog enkele lijfrentepolissen die wel voorzien in een oudedagsvoorziening.
Altijd leuk
Fiscaal voordeel is natuurlijk altijd leuk, maar dat mag nooit het enige of doorslaggevende argument zijn om iets te doen. Het gaat erom waar je behoefte aan hebt, oudedagsvoorziening, nabestaandenvoorziening of arbeidsongeschiktheidsverzekering. Laat je goed adviseren, drukte ik hem op het hart, en laat je niet (alleen) leiden door ogenschijnlijk fiscaal voordeel.
Herman
15 januari 2010
Pensioen: zorg of zegen?
De pensioenprofessionals hadden geen crisis nodig om te beseffen dat ons pensioenstelsel toe is aan een kritische analyse. Maar als zij zich hardop afvroegen of het huidige systeem ook in de toekomst nog wel houdbaar en betaalbaar zou zijn, vonden zij nauwelijks een luisterend oor. Daarvoor was de afstand tussen waan en werkelijkheid te groot.
Pas toen ook de pensioenwereld geraakt werd door de crisis brak het besef door dat zekerheden toch niet zo zeker waren. Pensioendeelnemers en -gerechtigden werden hardhandig geconfronteerd met het feit dat indexering geen vanzelfsprekendheid is. En daar hadden ze nooit bij stil gestaan. Het opperen van alleen al de theoretische mogelijkheid dat er gesneden zou kunnen worden in de nominale aanspraken - het 'afstempelen'- sloeg in als een bom. Werkgevers, die ineens het predicaat sponsor opgeplakt kregen, zagen de bui hangen dat zij diep in de buidel moesten tasten om de gekelderde dekkingsgraden weer op orde te brengen.
Breder gehoor
En zo kregen de eerder gestarte discussies een breder gehoor. Wat dat betreft kunnen we spreken van een momentum. En dat moeten we benutten, voordat de ontstane bewustwording door het aantrekken van de economie onterecht weer ondersneeuwt.
Als de crisis ons één ding geleerd heeft, is het wel dat de communicatie rond de oudedagsverzorging tekort is geschoten. Hoewel een op de vier werknemers geen idee heeft in wat voor pensioenregeling ze zitten, meent het leeuwendeel over een zeer riante voorziening te beschikken. Eerder stoppen met werken is in hun optiek financieel gezien een fluitje van een cent. Liefst twee derde deel van de werknemers denkt dat na de pensioendatum de geldkraan open blijft staan, waaruit volautomatisch 70% van het laatstverdiende loon zal stromen. De verontrusting van de afgelopen maanden valt in het niet bij de commotie als zij straks de druppels tellen.
Juiste keuzes
Pensioen: het is onze zorg om het een zegen te laten zijn voor de deelnemers. En dat is mogelijk, omdat we in Nederland een solide stelsel hebben met veel professionele partijen.
Pensioen is de belangrijkste bron van inkomsten voor zo ongeveer de laatste twintig levensjaren en toch weet de gemiddelde Nederlander er weinig van. Daar moet onze gezamenlijke zorg vooral liggen. Laten we het ons aantrekken dat we er tot nu niet in geslaagd zijn hiervoor voldoende interesse te wekken en de mensen gaan helpen in het maken van de juiste keuzes.
Jeroen
AEGON houdt u graag op de hoogte van interessant nieuws, meningen en informatie over pensioenen. U treft hier nieuwsberichten, columns en blogs over pensioenen aan in begrijpelijke taal.
Deeltijdpensioen verzacht AOW
AOW-overgang kan geleidelijk en goedkoper
Pensioen opbouwen, een ‘ver van mijn bed’ show?
Wat wilt u gaan doen met pakweg de laatste 30 jaar van uw leven? Het is goed om nu goed over uw pensioen na te denken. U zult er meer en meer zelf voor moeten zorgen dat u financieel klaar voor later bent. U vindt hier praktische en eerlijke informatie over pensioen.
Pensioengeschiedenis
De geschiedenis van pensioen door de eeuwen heen. Hoe was pensioen geregeld in de oudheid? Welke ontwikkelingen in de 18e en 19e eeuw hebben geleid tot het pensioen zoals we dat nu kennen?
Uitleg over pensioen
Veel mensen vinden pensioen een lastig onderwerp. Toch is het belangrijk om goed na te denken over uw toekomstig inkomen. AEGON helpt u daarbij.
Pensioenoplossingen van AEGON?
Pensioeninformatie werkgever
Rekentool
"Inkomen voor later wijzer"
"Hoeveel heb ik later"