Eerlijk over Pensioen
Veel mensen vinden pensioen een lastig onderwerp. Toch is het belangrijk om goed na te denken over uw inkomen in de toekomst. AEGON helpt u daarbij.
Op deze pagina informeren wij u over wat pensioen precies is, wanneer het belangrijk voor u is en hoeveel u nodig heeft om later goed van te kunnen leven. Daarnaast vindt u een uitgebreide uitleg van veelgebruikte pensioentermen.
Wat is pensioen?
Het pensioenhuis
Een pensioen is een vorm van inkomen dat u krijgt als u stopt met werken op de afgesproken pensioendatum. Stelt u zich uw pensioen voor als een huis met drie lagen. Het fundament van het huis wordt gevormd door het overheidspensioen: de AOW. De eerste laag is voor de meeste mensen het werkgeverspensioen. De bovenste laag wordt gevormd door het pensioen dat u zelf regelt, in welke vorm dan ook.
Aanvullend pensioen: Het inkomen dat u zelf regelt.
U kunt ook zelf zorgen voor aanvullend inkomen later. Als u bijvoorbeeld via uw werkgever niet genoeg opbouwt om "samen met de AOW" te komen tot 70% van uw laatstverdiende salaris. Of als u meer denkt nodig te hebben dan 70% van uw laatstverdiende salaris. Aanvullingen kunnen allerlei vormen hebben. U kunt sparen of beleggen, eventueel met fiscaal voordeel. Uw eigen huis is ook een vorm van pensioen. Want via uw hypotheek bouwt u meestal ook vermogen op voor later om uw hypotheek af te lossen. Hierdoor hoeft u dan geen hypotheeklasten meer te betalen.
Werkgeverspensioen: Het inkomen dat u krijgt via een pensioenregeling van uw werkgever.
Om te zorgen dat u later genoeg inkomen heeft om de dingen te doen die u gewend bent, hebben de meeste werkgevers een pensioenregeling. Doet u mee aan zo'n regeling, dan gaat er elke maand een bedrag aan pensioenpremie naar uw pensioen. Deze pensioenpremie wordt doorgaans door de werkgever en de werknemer gezamenlijk betaald. De werknemersbijdrage wordt meestal maandelijks van uw brutosalaris ingehouden. Wat u daar later aan pensioen voor terugkrijgt, heeft onder andere te maken met het soort pensioenregeling van uw werkgever:
- Regelingen waarbij de hoogte van het pensioen direct wordt bepaald door de hoogte van uw loon. Hierbij zijn er twee mogelijkheden: - Middelloonregeling: u bouwt pensioen op over het gemiddeld verdiende salaris.
- Regelingen met een premieovereenkomst. De pensioenpremie wordt "na aftrek van kosten" belegd. Het bereikbare pensioen is daardoor afhankelijk van het beleggingsresultaat op de ingelegde premie. U weet dus vooraf niet hoeveel u later krijgt.
- Eindloonregeling: u bouwt pensioen op over het laatstverdiende salaris. Deze regeling komt steeds minder vaak voor.
AOW: Het inkomen dat u krijgt via de overheid.
De AOW is overheidspensioen voor iedereen van 65 jaar of ouder. AOW bouwt u op in de jaren dat u tussen uw 15e en 65e in Nederland woonachtig bent geweest. Voor elk jaar dat u dat niet bent, wordt de AOW gekort met 2%. In 2011 is de AOW maximaal € 1067,47 bruto per maand voor een alleenstaande. En maximaal € 743,60 bruto per persoon per maand als u getrouwd bent of samenwoont. Daar komt jaarlijks ongeveer € 58,62 vakantiegeld bij. Tot nu toe wordt de AOW jaarlijks aangepast aan de inflatie.
Houden wat u heeft
De meeste mensen zijn tevreden als ze kunnen houden wat ze hebben als ze met pensioen gaan. Volgens de Nederlandse norm kunt u houden wat u heeft als u 70% van uw laatstverdiende salaris heeft. Wilt u méér inkomen na uw pensionering? Dan is het goed om na te denken over aanvullingen op uw pensioen.
Minder dan 70% van het laatstverdiende inkomen
Veel mensen bouwen niet de gewenste 70% van het laatstverdiende inkomen op. Zelfs mét een pensioenregeling bij de werkgever. Deze mensen hebben een zogeheten pensioentekort. Dit hoeft geen probleem te zijn. Het ligt eraan wat de wensen zijn voor later. Wilt u weten of u een pensioentekort heeft? Of wilt u weten of u voldoende opbouwt om later te houden wat u heeft? Maak dan een afspraak met een adviseur.
Wanneer?
Wanneer is mijn pensioen extra belangrijk?
U gaat trouwen of juist scheiden. U krijgt een andere baan. U krijgt een kindje of u wordt arbeidsongeschikt. Dit zijn ingrijpende gebeurtenissen, die invloed hebben op uw pensioen. Hieronder leest u er meer over. In alle gevallen is het verstandig om uw pensioen (opnieuw) te bekijken. Ook al heeft u het ooit goed geregeld.
Trouwen en samenwonen
Trouwen of samenwonen is een goede aanleiding om uw pensioenregeling en de eventuele regeling van uw partner eens naast elkaar te leggen. En te berekenen of datgene wat u gezamenlijk opbouwt voldoende is voor uw plannen voor later.
Het is belangrijk dat u meldt bij uw werkgever of pensioenuitvoerder dat u gaat trouwen of samenwonen. En navraagt hoe het nabestaandenpensioen is geregeld. Dit zorgt voor een uitkering voor uw partner of kinderen mocht u komen te overlijden.
Wanneer er sprake is van huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract is het goed om hier een paragraaf in op te nemen over wat er met het opgebouwde pensioen gebeurt bij minder vrolijke omstandigheden. Bijvoorbeeld in het geval van een scheiding.
Kinderen
Als u een kind krijgt, is belangrijk dat u dit meldt bij uw werkgever of pensioenuitvoerder. Er ontstaat op grond van uw pensioenregeling namelijk mogelijk een pensioen voor uw kind. Dit wordt een wezenpensioen genoemd. Hiermee heeft uw kind na uw overlijden recht op een pensioenuitkering. De uitkeringsduur van het wezenpensioen mag fiscaal maximaal lopen tot 30 jaar.
Nieuwe baan
Een nieuwe baan betekent meestal ook een andere pensioenregeling. Het pensioen bij uw oude werkgever kunt u laten staan. Opgebouwde pensioenaanspraken blijven namelijk altijd bestaan. U kunt uw pensioen ook meenemen naar uw nieuwe werkgever. In dat geval krijgt u te maken met 'waardeoverdracht'. Let op: er zijn ook bedrijven die géén pensioenregeling hebben. In dat geval bouwt u geen pensioen op via uw werkgever en moet u zelf voor uw pensioenvoorziening zorgen.
Waardeoverdracht
Bij waardeoverdracht neemt u de waarde van uw oude pensioenaanspraken mee naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Uw vorige pensioenuitvoerder rekent de opgebouwde pensioenaanspraken om tot een bepaald bedrag. De nieuwe pensioenuitvoerder zet deze 'overdrachtswaarde' vervolgens om in de pensioenaanspraken in uw nieuwe pensioenovereenkomst. Omdat het niet altijd interessant is om de waarde van uw pensioen over te dragen, is het een goed idee om een afspraak te maken met een adviseur of personeelsfunctionaris. Zij kunnen u adviseren over de voor u beste oplossing. Wilt u gebruik maken van waardeoverdracht? Dan is het belangrijk dat u dit binnen zes maanden na de start van een nieuwe baan aanvraagt. Omdat na deze periode uw oude en nieuwe werkgever het recht hebben niet aan de waardeoverdracht mee te werken.
Deeltijd werken
Als u deeltijd werkt, kunt u ook deelnemen in de pensioenregeling van uw werkgever en bouwt u dus naar evenredigheid pensioen op. Als u werkt als uitzendkracht, valt u ook onder een pensioenregeling. Bent u een oproepkracht of flexwerker? Dan is het verstandig om bij uw werkgever uit te zoeken of u kunt deelnemen aan de pensioenregeling.
Zelfstandig ondernemer
Bent u zelfstandig ondernemer, dan heeft u in de basis later alleen een AOW-uitkering. En moet u zelf zorgen voor aanvullende maatregelen om voldoende inkomen op te bouwen. Dit kunt u onder meer doen door geld te reserveren via de oudedagsreserve. Deze regeling stelt ondernemers in staat om - onder voorwaarden - belastingvrij een vermogen op te bouwen. U kunt ook een lijfrenteverzekering afsluiten of gaan sparen via een geblokkeerde rekening: banksparen genoemd. In beide gevallen is uw inleg fiscaal aftrekbaar. De adviseur kan u helpen met het maken van de juiste keuze in pensioenproducten, waarbij u optimaal profiteert van alle fiscale regelingen. Uiteraard binnen de door u aangegeven wensen qua flexibiliteit.
Buitenland
Verhuist u naar het buitenland en werkt u niet meer voor een Nederlandse werkgever? Dan is er een aantal fiscale veranderingen waarmee u rekening moet houden. De verandering zijn afhankelijk van uw persoonlijke situatie. Daarom raden we u aan een afspraak te maken met een adviseur wanneer u (tijdelijk) naar het buitenland verhuist.
Scheiden
Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis die invloed heeft op uw pensioen. De wet bepaalt dat de pensioenrechten moeten worden verdeeld, tenzij dat anders is vastgelegd in de huwelijkse voorwaarden, de samenlevingsovereenkomst of het echtscheidingsconvenant.
Twee soorten pensioen
In principe heeft een scheiding gevolg voor twee soorten pensioenen:
- Het partnerpensioen dat uw ex-partner ontvangt na uw overlijden. Dit pensioen komt geheel toe aan uw ex-partner. Dat wil zeggen alleen over het deel dat is opgebouwd tót het moment van ontbinding van het huwelijk of de beëindiging van het partnerschap. Let op: de ontbinding moet worden ingeschreven bij de burgerlijke stand zodat deze officieel is vastgelegd. Er is wel een uitzondering op deze regel. Bij een pensioen op risicobasis krijgt uw ex-partner namelijk nooit een partnerpensioen uitgekeerd.
- Het ouderdomspensioen dat u ontvangt zodra u de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het pensioen dat u heeft opgebouwd in de periode dat u officieel samen was, wordt, afhankelijk van eventuele huwelijkse voorwaarden of een echtscheidingsconvenant, verdeeld tussen u en uw partner.
Uitbetaling pensioen
Als de scheiding binnen twee jaar wordt gemeld bij het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar, betaalt deze rechtstreeks uit aan uw ex-partner. Gebeurt dit later, dan heeft uw ex-partner nog steeds recht op zijn of haar deel. De betaling aan uw ex-partner verloopt dan alleen via u.
Arbeidsongeschiktheid
De gevolgen van arbeidsongeschiktheid verschillen per pensioenregeling. Soms neemt de pensioenuitvoerder de betaling van uw premies volledig over. En loopt de opbouw van uw pensioen gewoon door. Bent u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt? Neem dan contact op met uw adviseur voor een persoonlijk gesprek over de gevolgen voor uw pensioen.
Behoud van pensioen
Heeft u een pensioenregeling waarmee u minder pensioen opbouwt bij arbeidsongeschiktheid? Dan is het verstandig daar een aanvullende verzekering voor af te sluiten. Zo'n verzekering neemt de premiebetaling volledig of gedeeltelijk over zolang u arbeidsongeschikt bent en in dienst bent bij uw werkgever. De hoogte van de premievrijstelling is afhankelijk van uw pensioenregeling en uw arbeidsongeschiktheidspercentage.
Werkloosheid
Heeft u (nog) geen baan, dan kan dit gevolgen hebben voor uw pensioen. Het pensioen dat u al heeft opgebouwd, blijft gewoon bestaan. Maar zolang u geen nieuwe baan heeft, bouwt u waarschijnlijk niet verder op. Bent u vóór 1 januari 2009 werkloos geworden en bent u dan ouder dan 40 jaar? Dan kunt u in aanmerking komen voor een bijdrage aan uw pensioenopbouw van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP). Wanneer u een WW-uitkering aanvraagt, geeft het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) dit door aan de FVP.
Overlijden
Als u overlijdt, hebben uw partner en/of uw kinderen mogelijk recht op een pensioenuitkering. De hoogte van het nabestaandenpensioen is afhankelijk van:
- uw inkomen
- de leeftijd van u en uw partner
- afspraken die zijn gemaakt binnen uw pensioenregeling
- het aantal opgebouwde pensioenjaren
- een eventuele ex-partner
Kinderen vallen meestal automatisch onder de nabestaandenregeling. De uitkeringsduur van het wezenpensioen is bijna altijd beperkt en mag fiscaal maximaal lopen tot 30 jaar.
Uitkering van de overheid
In sommige gevallen zorgt de overheid na het overlijden van een partner of ouders ook voor financiële ondersteuning. De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het minimuminkomen en is afhankelijk van het inkomen van de nabestaanden.
Uw partner komt in aanmerking voor deze zogeheten nabestaandenuitkering (ANW) als hij of zij jonger is dan 65 jaar en als u aan minstens één van de volgende voorwaarden voldoet:
- Uw partner is geboren voor 1950.
- Uw partner heeft een kind onder de 18 jaar.
- Uw partner is voor tenminste 45% arbeidsongeschikt.
Wilt u precies weten wat bepaalde veranderingen voor uw pensioen betekenen? De adviseur geeft u graag een persoonlijk advies.
Hoeveel?
Hoeveel heb ik nodig voor later?
Veel mensen hebben geen idee of ze genoeg inkomen opbouwen voor later. De bedragen op pensioenoverzichten zijn natuurlijk een richtlijn. Maar de vraag blijft: wat is genoeg? Dat kunt u alleen zelf bepalen. Want wat wilt u na uw pensionering? En welk inkomen denkt u daarvoor nodig te hebben? Verder zijn er zaken die straks minder geld gaan kosten. En kostenposten die straks zwaarder kunnen gaan wegen. De twee lijstjes op deze pagina helpen u hiermee op weg. Zodat u goed voorbereid bent voor een gesprek met een adviseur.
Het Uniform Pensioen Overzicht (UPO)
Een handig vertrekpunt om inzicht te krijgen in uw inkomen later is uw Uniform Pensioen Overzicht (UPO) dat u als werknemer van uw pensioenfonds of pensioenverzekeraar ontvangt. Wanneer u meerdere pensioenregelingen heeft, kunt u de bedragen uit de verschillende overzichten eenvoudig bij elkaar optellen. Dat geldt ook voor de bedragen uit het pensioenoverzicht van uw eventuele partner. Met het totaal van de verschillende pensioenoverzichten heeft u inzicht in uw pensioensituatie. Is het inkomen dat u opbouwt lager dan wat u straks denkt nodig te hebben? Dan is het verstandig om aanvullende voorzieningen te treffen.
Wilt u hulp bij het in kaart brengen van uw pensioensituatie? Of meer weten over de verschillende soorten pensioenovereenkomsten? Uw adviseur vertelt u daar graag meer over.
Zaken die minder kunnen kosten na uw 65e:
- Vanaf uw 65e betaalt u minder aan volksverzekeringen. En valt u waarschijnlijk in een voordeliger belastingtarief.
- Heeft u thuiswonende kinderen? Straks zijn die het huis uit.
- Zonder kinderen wilt u misschien kleiner gaan wonen, waardoor de woonlasten dalen.
- Spaart u nu voor de aflossing van uw hypotheek? Dan is die straks waarschijnlijk (deels) afgelost en heeft u lagere woonlasten.
Zaken die meer geld kunnen kosten na uw 65e:
- U heeft meer tijd voor hobby's of vakantie en dat kost geld.
- De aftrek van hypotheekrente stopt na 30 jaar. Heeft u (een deel van) uw huis niet afgelost, dan betaalt u netto meer rente omdat uw de hypotheeklasten niet meer kunt aftrekken.
- U brengt waarschijnlijk thuis meer tijd door: dat betekent ook meer woonkosten.
- Schenken en sparen voor (klein)kinderen wanneer u geld over hebt.
Pensioentekort?
Hoe erg is een pensioentekort?
U bepaalt zelf wat uw nodig heeft op pensioendatum, wat uw inkomen is op pensioendatum en wat uw eventuele tekort dan is. Vaak wordt een pensioentekort omschreven als u minder opbouwt dan 70% van uw laatstverdiende salaris. Een pensioentekort komt tegenwoordig vaak voor. Eenvoudig omdat nog maar weinig mensen 40 jaar bij dezelfde baas werken. Mensen wisselen van baan of stoppen een tijdje met werken. Allemaal situaties waarin u te maken krijgt met een pensioentekort.
Een pensioentekort kunt u oplossen. Bijvoorbeeld met aanvullende pensioenproducten, zie het tabblad 'Pensioenoplossingen'.
Oorzaken pensioentekort:
- Minder dan 40 dienstjaren. Vaak is de pensioenopbouw gebaseerd op 40 'dienstjaren'. Bij de meeste pensioenregelingen is de startleeftijd 21 jaar. Bij sommige, bijvoorbeeld in de bouwsector, is dat eerder.
- Deeltijd of in het buitenland werken. In beide gevallen bouwt u minder pensioen op en minder AOW.
- Van baan veranderen betekent ook van pensioenregeling veranderen.
- Eerder stoppen met werken geeft u minder tijd om pensioen op te bouwen.
- Bijzondere beloning. Bepaalde beloningen, zoals provisies maar ook een leaseauto, worden niet meegenomen in de berekening van uw uiteindelijke pensioen.
- Bonussen, 13e maand, winstdeling en vakantiegeld tellen niet mee bij pensioenopbouw, terwijl u hier wel aan gewend kunt zijn geraakt.
- Tweeverdieners kunnen een tegenvallend pensioen krijgen als beide werkgevers een hoge 'AOW-franchise' toepassen voor beide partners. Dit betekent dat de werkgever rekent met het AOW-bedrag als voor alleenstaanden, terwijl er voor gehuwde partners een lager bedrag geldt. Hierdoor wordt de pensioennorm niet gehaald.
Wat kunt u doen aan een pensioentekort?
De fiscus stimuleert het aanvullen van een eventueel pensioentekort. Het begrip 'jaarruimte' is daarbij belangrijk: het bedrag aan lijfrentepremie dat u in een bepaald jaar kunt aftrekken van de belasting. U kunt uw jaarruimte eenvoudig berekenen. U heeft hiervoor wel uw factor-A nodig. Naast de jaarruimte kunt u ook de 'reserveringsruimte' gebruiken: de jaarruimte die u in de afgelopen zeven jaar niet heeft gebruikt. Ook als u dit bedrag inlegt als pensioenpremie kunt u het 100% aftrekken van uw inkomen. Zo bouwt u op een fiscaal aantrekkelijke manier inkomen op voor later.
Niets doen?
Wat als ik nu niets doe?
Het kan zijn dat u dan een pensioentekort heeft op uw pensioendatum. Soms is dat helemaal niet erg. Dat heeft vooral met uw leeftijd te maken. Kijk hieronder bij uw leeftijdsgroep en u leest daar meer over wat u kunt doen. Wilt u nu nog niets doen, maar misschien in de toekomst wel? Sla deze site dan op bij uw favorieten. Dan kunt u deze informatie gemakkelijk terugvinden als u er wel aan toe bent.
20-30 jaar
De eerste baan. Samenwonen of trouwen. Misschien het eerste eigen huis. Het is de leeftijd waarop de meeste mensen nog helemaal niet bezig zijn met later. U heeft ook nog alle tijd om iets op te bouwen. Het is wel verstandig om elke maand een bedrag opzij te zetten. Gewoon om iets achter de hand te hebben. Voor nu, de auto, het huis. Of misschien toch al voor later: als u jong begint, kunt u met relatief weinig een hoog eindkapitaal opbouwen.
30-40 jaar
Tweede of derde baan. Carrière maken. Een huis kopen. Het gezinsleven. Het is de leeftijd waarop mensen langzaam maar zeker meer gaan nadenken over later. Gaan uw kinderen straks studeren? Waar wilt u wonen als ze het huis uit zijn? Wat wilt u later doen? Allemaal vragen die met uw inkomen later te maken hebben. Ook scheidingen komen voor. Het is goed om nu serieus te starten met pensioen opbouwen. Via regelingen van uw werkgever. En in veel gevallen ook met aanvullingen die u zelf regelt.
40-50 jaar
Alle aandacht voor het gezin en werk. Een dure periode, want de kinderen worden groter. Veel mensen zijn vaak van baan gewisseld. En hebben pensioenregelingen die niet goed aansluiten. Ook scheidingen komen voor en hebben gevolgen voor het pensioen. Het is de fase in uw leven waarin eventuele pensioentekorten zichtbaar worden. Als u daar aandacht aan besteedt tenminste. Maar er is nog genoeg tijd om iets op te bouwen. En om aanvullingen op uw pensioen te regelen. Het is alleen wel belangrijk dat u daar nu mee begint.
50-60 jaar
Het nadenken over afbouwen begint. De kinderen studeren of zijn net het huis uit. Soms zijn er al kleinkinderen. Veel mensen willen meer tijd voor familie, hobby's, reizen. Vaak zijn er ook allerlei pensioenregelingen. Het is nu erg belangrijk om op een rijtje te krijgen wat u precies heeft. En wat u straks wilt. U kunt nog steeds uw pensioen aanvullen. Bijvoorbeeld met kortlopende producten. Deze leveren misschien wel wat minder op, maar zijn prima om de allerlaatste aanvullingen te regelen.
Kijk voor informatie over producten die voor u interessant zijn bij het tabblad 'Pensioenoplossingen'.
Pensioenoplossingen
Welke pensioenoplossingen heeft AEGON?
Bij AEGON kunt u op allerlei manieren iets voor uw pensioen doen. De vraag is: wat wilt u precies? Het antwoord op die vraag bepaalt welk product het beste is voor u. Een adviseur kan u daarbij helpen. Ook kan hij u informeren over de keuze tussen beleggen en sparen.
Pensioenregeling
- Een collectief pensioen voor uw werknemers
Bekijk uw pensioen bij AEGON
- Kijk hoeveel pensioen u opbouwt
- Test of u een pensioentekort heeft
