Afkoopsom voor een saldolijfrente toch belast!

02 februari 2012 -  

Wat is er aan de hand?

Een DGA was met zijn BV een aantal oudedagsvoorzieningen overeengekomen.  Eind 2003 hadden deze verplichtingen voor de BV de volgende fiscale waarden:
- € 320.000 voor een levenslange saldolijfrente;
- € 130.000 voor het pensioen in eigen beheer;
- € 210.000 voor twee integraal belaste lijfrentes

De som van de verplichtingen van de BV bedroeg dus per ultimo 2003 €  660.000. De bezittingen van de BV bedroegen  € 350.000. Deze bezittingen bestonden uit een vordering op de DGA plus liquide middelen.

Eind 2003 kocht de DGA de levenslange saldolijfrente gedeeltelijk af. Hiervoor ontving hij een afkoopsom van de BV van  € 220.000. De DGA was van mening dat hij de afkoopsom onbelast kon genieten omdat deze bestond uit het nog onbelaste saldo, te weten het verschil tussen de koopsom van de saldo lijfrente  en de al onbelast ontvangen termijnen.  Na enkele jaren had de BV helemaal geen vermogen meer en kon haar overige verplichtingen niet nakomen. De BV werd geliquideerd.

De belastinginspecteur en de rechter waren het niet eens met de visie van de DGA en een deel van de afkoopsom werd belast.

Waarom is dit een probleem?

De belastingdienst en rechter keken naar de dekkingsgraad van de BV. Voor gedeeltelijke afkoop van de saldolijfrente bedroeg deze 53%. Door de afkoop zakte de dekkinggraad naar ruim 31%. Daarom rekenden zij de afkoopsom pro rata toe aan de saldolijfrente en de overige verplichtingen. Dat hield in dat van de afkoopsom van  € 220.000 bijna  € 115.000 werd belast. Omdat het ging om afkoop van pensioen en lijfrente was de DGA hierover ook nog 20% revisierente verschuldigd.

Wat betekent dit voor u?

De belastingdienst is kritisch op de handelingen die een DGA met zijn BV verricht. In dit geval trachtte de DGA te redden wat er ter redden viel  door te kiezen voor de fiscaal gunstige afkoop van de saldo lijfrente. De belastingdienst en de rechter gingen hierin niet mee omdat de DGA de BV te veel gebruikte voor eigen belang. Deze procedure toont weer aan dat een DGA zo veel mogelijk zakelijk moet handelen met zijn BV.  Hiermee moeten adviseurs in hun  advisering van de DGA en zijn  BV rekening houden.

Conclusie

De belastingdienst interpreteert rechtshandelingen niet altijd civielrechtelijk. Vooral bij handelingen tussen de DGA en zijn BV toetst  zij ook materieel. Dit kan ertoe leiden dat de belastingheffing ongunstiger uitvalt dan dat de DGA vooraf veronderstelt.

Auteur: Paul Lavrijssen
Datum: 31 januari 2012
Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Nr: 11/00051, LJ-Nummer: BV0867 6 oktober 2011