Niet afgetrokken lijfrentepremies en (gedeeltelijke) afkoop
02 juni 2010 -
Met ingang van 1 januari 2009 is de beperkte saldomethode ingevoerd voor lijfrenteverzekeringen. De saldomethode wil zeggen dat de uitkering uit een lijfrentepolis onbelast is voorzover deze niet hoger is dan de premies die zijn afgetrokken van het inkomen. De beperkte saldomethode wil zeggen dat er een plafond is gelegd in het saldo dat onbelast kan worden genoten uit een lijfrentepolis.
Met ingang van 1 januari 2010 is de beperkte saldomethode ook ingevoerd voor kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule (pre-brede-herwaarderingslijfrenten).
Invoering van de saldomethode heeft een einde gemaakt aan de box 1 en box 3 splitsingsproblematiek. Uitgangspunt is dat een lijfrente waarvoor lijfrentepremieaftrek kan worden verleend geheel in box 1 valt en dat op de lijfrente-uitkeringen de beperkte saldomethode kan worden toegepast. De saldomethode is niet van toepassing bij afkoop, tenzij het afkoop kleine lijfrente betreft.
Tijdens de parlementaire behandeling van het belastingplan 2010 is toegezegd dat toch bij (gedeeltelijke) afkoop op een bepaalde wijze rekening zou kunnen worden gehouden met de vóór 2009 niet afgetrokken bedragen.
Vooruitlopend op wetgeving is onlangs besluit nr. DGB2010/3119M, d.d. 10 mei 2010 gepubliceerd waarin een en ander in onderdeel 8.2 is uitgewerkt. In dit besluit is goedkeurend beleid gepubliceerd voor:
- tot en met 2008 niet (geheel) afgetrokken premies;
- met ingang van 2009 niet (geheel) afgetrokken premies;
- de niet afgetrokken premies 2009.
Tot en met 2008 niet (geheel) afgetrokken premies
Hoofdregel is dat een lijfrenteverzekering de vormgeving van de polis volgt. Voldoet een lijfrenteverzekering qua vormgeving aan de aftrekvoorwaarden dan valt hij in box 1. Op de lijfrente-uitkeringen is de beperkte saldomethode van toepassing. De saldomethode wordt toegepast op de niet-aftrekbare premie van maximaal € 2.269,- per jaar per belastingplichtige. Voor de niet-aftrekbare premies betaald in de periode 2001 tot en met 2008 geldt geen maximum.
Bovenvermelde saldomethode wordt toegepast op lijfrenteverzekeringen die na 13 september 1999 zijn afgesloten. Bovendien kan de saldomethode worden toegepast op lijfrenteverzekeringen die tot en met 13 september 1999 zijn afgesloten en waarop de overgangsregeling (5.000 gulden maatregel) van toepassing is.
Goedgekeurd wordt:
- dat de saldomethode ook kan worden toegepast bij afkoop of gedeeltelijke afkoop;
- dat de niet afgetrokken premies in de afkoopsom als eerste in aanmerking worden genomen;
- de afkoopsom ter grootte van de niet afgetrokken premies niet tot de belastbare periodieke uitkeringen behoort.
Deze goedkeuring geldt voor alle (gedeeltelijke) afkopen met ingang van 2009 gedurende de gehele looptijd van de lijfrenteverzekering.
Oorspronkelijk was voorgesteld dat de box 3 waarde tot 2011 zonder fiscale consequenties uit de verzekering kon worden opgenomen. Dit is nu losgelaten. Hiervoor is de saldomethode bij (gedeeltelijke) afkoop in de plaats gekomen.
Met ingang van 2009 niet (geheel) afgetrokken premies
De box 1 – box 3 splitsing is met ingang van 2009 afgeschaft. Door middel van de saldomethode wordt rekening gehouden met de niet afgetrokken premies. Voor lijfrenteverzekeringen die tot 13 september 1999 zijn gesloten en waarop de overgangsregeling van toepassing is geldt dat de saldomethode tot maximaal € 2.269 per polis wordt toegepast. Voor lijfrenteverzekeringen die na 13 september 1999 zijn gesloten geldt het maximum van € 2.269 per jaar per belastingplichtige.
Vooruitlopend op wetswijziging wordt goedgekeurd dat de goedkeuring voor “tot en met 2008 niet afgetrokken premies” ook geldt voor de “met ingang van 2009 niet (geheel) afgetrokken premies.” Dit betekent dat bij (gedeeltelijke) afkopen met ingang van 2009 ook rekening kan worden gehouden met premies die met ingang van 2009 niet zijn afgetrokken, binnen de grens van € 2.269.
Niet afgetrokken premies 2009
Ook voor kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule (pre-brede-herwaarderingslijfrenten) is de box 1 – box 3 splitsing vervallen. Pré-brede-herwaarderingslijfrenten worden ook volledig in box 1 belast ongeacht de hoogte van de premiebetalingen die vanaf 2001 zijn gedaan. Op pré-brede-herwaarderingslijfrenten is de beperkte saldomethode van toepassing. Voor toepassing van de saldomethode worden de premies die betaald zijn in de periode 2001 tot en met 2009 onbeperkt in aanmerking genomen. Premies die na 2009 zijn betaald worden tot maximaal € 2.269 per jaar in aanmerking genomen.
Om verwarring te voorkomen wordt goedgekeurd dat de grens van € 2.269 aan niet afgetrokken premies niet geldt voor het jaar 2009 voor alle lijfrenteverzekeringen. Voor toepassing van de saldomethode komt de niet afgetrokken premie 2009 onbeperkt in aanmerking.
De verzekeringnemer moet aannemelijk maken dat de lijfrentepremies niet zijn afgetrokken. Hij moet hiervoor een verklaring van de Belastingdienst overleggen.
Kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule (pre-brede-herwaarderingslijfrenten)
Op grond van het overgangsrecht vallen kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule ook onder de werking van de saldomethode. De saldomethode wordt toegepast als een lijfrente wordt aangekocht en bij (gedeeltelijke) afkoop. Voor premies betaald in de periode 2001 tot en met 2009 wordt de saldomethode zonder maximum toegepast.
Voor premies die na 2009 zijn betaald geldt het maximum van € 2.269 per jaar per polis.
Noot
Doordat de saldomethode nu ook kan worden toegepast bij (gedeeltelijke) afkoop kan het bedrag aan niet afgetrokken premies onbelast worden genoten. Dit betekent de verzekeraar alleen maar loonheffing hoeft in te houden over het belaste bedrag.
Voorbeeld
In 2002 is een lijfrenteverzekering gesloten. De premie bedraagt € 3.000 per jaar. De verzekeringnemer heeft in het verleden box 3 waarde in de aangifte opgenomen. In 2010 wil hij zijn verzekering afkopen. Hij overlegt een verklaring van de Belastingdienst. Hierin wordt vermeld dat van de premie in:
2006 € 1.000 niet is afgetrokken;
2007 € 1.400 niet is afgetrokken;
2009 € 3.000 niet is afgetrokken;
2010 € 3.000 niet is afgetrokken .
De afkoopwaarde bedraagt € 12.000. Hierop kan de saldomethode worden toegepast. De niet afgetrokken premies tot en met 2009 worden onbeperkt in aanmerking genomen. Voor de premie van 2010 geldt het maximum van € 2.269.
De som van de niet afgetrokken premies die voor toepassing van de saldomethode in aanmerking wordt genomen bedraagt € 1.000 + € 1.400 + € 3.000 + € 2.269 = € 7.669. Dit bedrag kan onbelast worden uitgekeerd. Op de rest € 12.000 -/- € 7.669 = € 4.331 moet loonheffing worden ingehouden.
De verzekeringnemer kan dus niet meer de box 3 waarde onbelast ontvangen. Door toepassing van de saldomethode kan bij (gedeeltelijke) afkoop wel de som van de niet afgetrokken premies onbelast worden ontvangen. In dit voorbeeld dus € 7.669.
Bron
Besluit 10 mei 2010, nr. DGB2010/3119M, Staatscourant 2010, 7589