Afkoop kapitaalverzekering met lijfrenteclausule terecht in 2002 belast

17 mei 2010 - Een man heeft in 1984 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten bij een verzekeraar. In het jaar 2000 heeft hij een lening afgesloten bij een Bank. Hij heeft hierbij verklaard dat hij bij uitkering van de verzekering zal zorg dragen voor gehele aflossing van het krediet. In 2002 is de verzekering op verzoek van de man afgekocht. Van de afkoopsom is € 22.875 aan de Bank overgemaakt en € 30.713 overgemaakt op zijn bankrekening.

De man heeft de in 2002 ontvangen afkoopwaarde niet in de aangifte opgenomen. De inspecteur heeft op 11 september 2003 de aanslag vastgesteld. De aanslag is gedagtekend op 26 september 2003.
Op 9 september 2003 kwam bij de Belastingdienst een renseignement binnen. Deze gegevens waren op 12 september 2003 voor de inspecteur raadpleegbaar. Naar aanleiding van dit renseignement is een navorderingsaanslag met vergrijpboete opgelegd.

 

Oordeel Rechtbank

De rechtbank heeft geoordeeld dat de navorderingsaanslag ten onrechte is opgelegd omdat de aanspraak uit de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule vanwege de belening al in het jaar 2000 in de belastingheffing had moeten worden betrokken, waardoor de uitkering niet in 2002 nogmaals kon worden belast

De inspecteur is tegen de uitspraak van de Rechtbank in beroep gegaan.

 

Oordeel van het Hof

Het Hof oordeelt dat er geen sprake is van een ambtelijk verzuim en dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd; de inspecteur heeft de aanslag opgelegd zonder kennis te hebben genomen van het renseignement, maar er mag rekening worden gehouden met een redelijke termijn voor de verwerking van gegevens. In dit geval is de redelijke verwerkingstijd niet overschreden.

Het Hof oordeelt verder dat van een verpanding of belening in 2000 geen sprake was. Uit niets blijkt dat de Bank tegenover de verzekeraar bevoegd was om bij wijze van verhaal
de uitkeringen uit of de afkoopsom van de verzekering op te eisen. De toezegging in verband met de lening was in feite niet meer dan een aflossingsverplichting onder een tijdsbepaling zodat niet gezegd kan worden dat de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule tot zekerheid diende. Er heeft zich dan ook geen belastbaar feit voorgedaan. De inspecteur heeft de afkoopsom ter zake van de kapitaalverzekering terecht in het jaar 2002 belast volgens de regels zoals deze golden op 31 december 1991.

De boete is ten onrechte opgelegd omdat sprake is van een pleitbaar standpunt. Reeds de omstandigheid dat de Rechtbank oordeelde overeenkomstig het standpunt van de man, leidt tot deze conclusie.

 

Noot

Een van de gevallen waarin sprake is van het belasten van de waarde van een lijfrenteverzekering is als de desbetreffende aanspraak formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid wordt. Van een formele belening was een sprake. De Rechtbank achtte echter wel een materiële (feitelijke) zekerheidsstelling aanwezig. Het Hof ging niet zo ver en was van mening dat er alleen maar sprake was van een aflossingsverplichting onder een tijdsbepaling. De grens is kennelijk niet haarscherp te trekken. Voorzichtigheid blijft derhalve geboden.

Tot 2010 waren verzekeraars wettelijk verplicht de Belastingdienst te informeren (renseigneren) ter zake van afkoop van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Vanaf 2010 moet loonheffing op de afkoopwaarde worden ingehouden. 

Bron
Gerechtshof Leeuwarden, nr: 13/08, LJ-Nummer: BM3999 10 april 2010