Pensioenakkoord voorjaar 2010
19 juli 2010 -
Op 4 juni 2010 hebben de sociale partners het “Pensioenakkoord voorjaar 2010” gepresenteerd. Hierin maken zij afspraken over noodzakelijke aanpassingen van de pensioenen in de tweede pijler waarvoor zij een bijzondere verantwoordelijkheid dragen. In samenhang daarmee doen zij in dit akkoord ook voorstellen voor de toekomstbestendigheid van de AOW in de eerste pijler.
Inmiddels hebben alle werkgevers- en werknemersorganisaties het Pensioenakkoord aanvaard. De sociale partners verwachten dat het nieuwe kabinet mee zal werken aan de uitvoering van het akkoord.
Achtergrond
Om de houdbaarheid van het integrale Nederlandse pensioenstelsel te waarborgen zijn naar het oordeel van de sociale partners belangrijke aanpassingen nodig. De eerste twee pijlers in het Nederlandse pensioengebouw zijn op elkaar afgestemd en moeten ook in de toekomst goed op elkaar blijven aansluiten. Om dit te waarborgen wordt voorgesteld om in de nabije toekomst in zowel de AOW als de pensioenen rekening te houden met het feit dat Nederlanders gemiddeld langer leven. In beide pijlers, dus ook de AOW is ruimte voor een flexibele uittreedleeftijd.
De sociale partners onderschrijven de hoofdlijnen van de analyses van de commissies Frijns en Goudswaard. De fundamentele kenmerken van ons stelsel – collectiviteit, solidariteit en de verplichtstelling – moeten behouden blijven.
Kernpunten AOW
De kernpunten van het akkoord met betrekking tot de AOW luiden als volgt:
- De AOW-leeftijd gaat omhoog:
* in 2020 naar 66 jaar
* in 2025 een volgende stap, die in 2015 wordt vastgesteld en definitief wordt vastgelegd. Op grond van de huidige inzichten zal de AOW-leeftijd dan naar 67 jaar gaan - Elke vijf jaar wordt bekeken of een verdere aanpassing aan de ontwikkeling van de levensverwachting noodzakelijk is; de aanpassing gaat 10 jaar na vaststelling in.
- Flexibilisering is mogelijk, voorwaarts en achterwaarts tegen 6,5% actuariële korting respectievelijk verhoging per jaar. Niet verder terug dan 65 jaar en geen verlaging die leidt tot recht op bijstand.
- De AOW-uitkering wordt met ingang van 2011 gekoppeld aan de ontwikkeling van de verdiende lonen.
Kernpunten pensioenen
De kernpunten van het akkoord met betrekking tot de pensioenen luiden:
- De in de afgelopen jaren bereikte premieruimte wordt niet verder verhoogd.
- De overheid dient zich te onthouden van kostenverhogende maatregelen.
- Het is noodzakelijk dat de pensioencontracten met ingang van 2011 worden aangepast om de gevolgen van de stijgende levensverwachting te verwerken. Dit dient premieneutraal plaats te vinden op grond van de fondsspecifieke situatie. De pensioenleeftijd en de AOW-leeftijd moeten op elkaar zijn afgestemd.
- Uitgangspunt moet zijn een reële pensioenambitie, dat wil zeggen een jaarlijks aan de hand van de inflatie aangepaste pensioenaanspraak. Teneinde dit financierbaar te houden, zal de aanspraak niet zijn gegarandeerd en wordt het beleggingsrisico (gedeeltelijk) verschoven naar de deelnemers.
Kabinetsreactie
De plannen sluiten in hoofdlijnen aan bij zowel de voorstellen die het kabinet eerder al naar de Tweede Kamer heeft gestuurd als de pensioenbrief die de minister in april heeft gepubliceerd.
Minister Donner gaat op verzoek van de Tweede Kamer het CPB vragen uit te rekenen wat de effecten zijn van het akkoord dat in zijn ogen “van historische betekenis is”.
Noot
De Pensioenwet en de Wet op de Loonbelasting (Witteveen-kader) zullen moeten worden aangepast. De formuleringen in het Akkoord zijn zo nu en dan vaag en voor meerdere interpretatie vatbaar. Het is daardoor gevaarlijk om nu al vergaande conclusies te trekken, zonder dat de wetsvoorstellen die nodig zijn om de aanbevelingen van de sociale partners uit te voeren, bekend zijn.
Bron
Pensioenakkoord voorjaar 2010 en Sociale partners aanvaarden Pensioenakkoord