Direct naar
De vernieuwde Successiewet
actueel 10-02
De vernieuwde Successiewet is per 1 januari 2010 inwerkinggetreden. De termen ‘successierecht’ en ‘schenkingsrecht’ zijn vervallen en vervangen door ‘erfbelasting’ respectievelijk ‘schenkbelasting’. Er zijn minder tariefschijven en in veel gevallen wordt de verschuldigde belasting lager.
Hogere vrijstellingen
- De vrijstelling van erfbelasting voor partners is verhoogd van € 532.570 naar € 600.000.
- De vrijstelling van erfbelasting voor kinderen en kleinkinderen is € 19.000 en voor schenkbelasting bedraagt de vrijstelling jaarlijks € 5.000. De eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor kinderen tussen 18 en 35 jaar is verhoogd van € 22.760 naar € 24.000. Deze eenmalige vrijstelling kan nog verder worden verhoogd naar € 50.000 indien de schenking wordt gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of wordt gebruikt voor een studie. Voor zieke en gehandicapten kinderen is er een vrijstelling voor de erfbelasting van € 57.000. De vrijstelling voor de overige verkrijgers voor schenk- en erfbelasting bedraagt € 2.000.
- Het erven van een onderneming met een waarde tot 1 miljoen euro is volledig vrijgesteld. Voor ondernemingen die meer waard zijn, geldt voor het meerdere een vrijstelling van 83%.
- Alle vrijstellingen zijn met ingang van 2010 voetvrijstellingen. Dat betekent dat de vrijstelling niet vervalt als meer wordt verkregen dan de vrijstelling, zoals bij een drempelvrijstelling wel het geval was.
Tarieven
Gedeelte van de belaste verkrijging
tussen en I. indien verkregen door II. in overige gevallen
partner of afstammelingen
in de rechte lijn (1)
€ 0 € 118.000 10% 30%
€ 118.000 en hoger 20% 40%
(1) Voor afstammelingen in de tweede of verdere graad bedraagt de belasting het ingevolge deze kolom verschuldigde, vermeerderd met 80% daarvan.
Gewijzigd partnerbegrip
Vanaf 1 januari 2010 kwalificeren als partners:
- Gehuwden en geregistreerde partners (gescheiden van tafel en bed= ongehuwd)
- Ongehuwden, indien wordt voldaan aan alle 5 de volgende voorwaarden:
1. Beiden meerderjarig;
2. Gezamenlijke huishouding wat blijkt uit een inschrijving in de basisadministratie persoonsgegevens;
3. Wederzijdse zorgverplichting aangegaan bij notariële akte;
4. Geen bloedverwant in de rechte lijn;
5. Geen meerrelaties.
Uitzonderingen hierop:
a. Aan voorwaarde 3 hoeft niet voldaan te worden als personen ten minste 5 kalenderjaren samenwonen;
b. Aan voorwaarde 4 hoeft niet voldaan te worden als een ouder of een kind een uitkering heeft ontvangen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, voor de mantelzorg die hij/zij heeft verleend aan kind resp. ouder.
Levensverzekering
In artikel 13 van de Successiewet wordt al wat ten gevolge van of na het overlijden van een erflater wordt verkregen krachtens een overeenkomst van levensverzekering in de belastingheffing van de erfbelasting betrokken. In het nieuwe artikel 13 van de Successiewet wordt slechts het deel van de uitkering belast dat kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater. Bijvoorbeeld: als de overleden partner de helft van de premies voor de levensverzekering heeft betaald, wordt slechts de helft van de uitkering in de heffing van erfbelasting betrokken.
Ook blijft de uitkering uit een levensverzekering buiten de heffing voor zover het recht op de uitkering bij de verkrijger reeds eerder aan de heffing van erf- of schenkbelasting is onderworpen. In de oude systematiek werd recht van successie geheven als de verkrijger (B) erfgenaam was van de polis na overlijden van de verzekeringnemer (A), terwijl er geen sprake was van overlijden van de verzekerde. Als B de begunstigde is van de uitkering bij overlijden is B op grond van artikel 13 SW successierecht verschuldigd over de uitkering die hij verkrijgt na overlijden. Op deze uitkering mocht B dan het bedrag in aftrek brengen waarover reeds successierecht was geheven. In de nieuwe successiewet is dit versoepeld, er vindt geen “tweede heffing” meer plaats.
Uitkering uit levensverzekering in familiesfeer belast
Het tweede lid van artikel 13 is opgenomen naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad. In deze zaak had de erflater een overeenkomst van levensverzekering gesloten met zijn partner en met zijn kinderen waarbij hij gelijktijdig verzekeraar en verzekerde was. Deze opzet leidde er toe dat bij zijn overlijden de uitkering uit levensverzekering aan zijn partner en zijn kinderen uit zijn vermogen werd gedaan. De uitkering bleef onder het oude artikel 13 onbelast omdat de partner en kinderen de premies hadden betaald en dus niets aan het vermogen van erflater was onttrokken. In het nieuwe artikel 13 tweede lid wordt een uitkering uit een dergelijke levensverzekering geacht geheel aan het vermogen van de erflater te zijn onttrokken en is deze daardoor, op grond van het eerste lid, geheel belast met erfbelasting. Op grond van artikel 7 kan op de uitkering in mindering worden gebracht hetgeen de verkrijger daarvoor heeft opgeofferd, bijvoorbeeld de betaalde premies.
Imputatie pensioen- en levensverzekeringen
Pensioen-, lijfrente- en periodieke uitkeringen die tot uitering komen bij overlijden, worden gekort op de vrijstelling voor het recht van successie (ook wel imputatie genoemd). In de vernieuwde Successiewet wordt alleen de vrijstelling van echtgenote en partner gekort, de korting voor de kinderen en de ouders is vervallen. Ongeacht de hoogte van de pensioen-, lijfrente- en periodieke uitkeringen houdt de langstlevende echtgenoot of partner altijd een minimale vrijstelling voor de erfbelasting over van € 155.000.
Praktisch
De aanpassing van artikel 13 is een verbetering voor stellen die een levensverzekering hebben en in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. In die situatie werd de uitkering aan de een bij overlijden van de ander in z’n geheel belast. Elke premie wordt immers per definitie door ieder voor een deel betaald, zodat er “iets” aan het vermogen van de erflater is onttrokken. De helft van de betaalde premies mocht op de belaste uitkering in mindering worden gebracht. Voortaan wordt slechts de helft van de uitkering belast, omdat de andere helft door de verkrijger is betaald.
Bron
Wetsvoorstel tot Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten, Staatsblad 2009, nr 564
Beheernet
Levensloop
Gezond Werkplan
Let op! Wij hebben de inzendtermijn verlengd tot uiterlijk 15 september 2010.
Contact
U kunt contact met ons opnemen via:
- E-mail: adfis@aegon.nl
- Telefoon: 070 344 50 55
- Post: Postbus 16150, 2500 BD Den Haag
Graag in alle gevallen uw naam, bedrijfsnaam en telefoonnummer vermelden.
Vragen
U kunt AEGON Adfis een vaktechnische vraag stellen.
Medewerkers
Hier kunt u zien wie de medewerkers van AEGON Adfis zijn en hoe u ze kunt bereiken.