Pensioenakkoord wordt nu wet - Wie heeft het primaat?

24 januari 2012 - Eind vorig jaar sloten sociale partners het pensioenakkoord en ging ook de Tweede Kamer daarmee akkoord, zij het na de nodige toezeggingen van minister Kamp van SZW. Om het Pensioenakkoord te kunnen uitvoeren, is aanvulling en wijziging van  wet- en regelgeving noodzakelijk. Dit wetgevende proces gaat dit jaar plaatsvinden. Daarbij is het niet bij voorbaat zeker dat de wetgever (kabinet en parlement) het pensioenakkoord één op één zullen volgen. De wetgever heeft daarbij zijn eigen positie en verantwoordelijkheden.

Waarom is dit een probleem?

Pensioen is onderdeel van de arbeidsvoorwaarden en als zodanig het terrein van de sociale partners (werkgevers en werknemers). Die zijn het na moeizame onderhandelingen eens geworden over het pensioenakkoord en het daaruit voortvloeiende nieuwe pensioencontract. Het nieuwe pensioencontract voorziet in uitsluitend niet gegarandeerde “zachte” pensioenrechten, waarbij de risico’s (langleven, beleggingsrendement en rente) volledig bij de deelnemers worden gelegd.
Maar over de hiervoor noodzakelijke wijzigingen van wet- en regelgeving gaat het parlement en niet de sociale partners.  Minister Kamp heeft aangekondigd in april te komen met een hoofdlijnennotitie waarin “alle belangrijke aspecten behandeld worden die de aandacht van de Kamer en de pensioenwereld hebben.”

Met welk rendement rekenen?

Met name op het punt met welk rendement gerekend mag worden om de hoogte van de pensioenverplichtingen te bepalen, verschilt de politiek van mening met de sociale partners. In het pensioenakkoord is afgesproken dat mag worden gerekend met het verwachte rendement van hun beleggingsportefeuille. De Tweede Kamer is daar kritisch over. Afgelopen zomer nam de Kamer een motie aan waarin wordt opgeroepen te rekenen met een prudente discontovoet. Rekenen met het verwachte rendement geeft de fondsen volgens de kamer de mogelijkheid zich op papier rijker te rekenen dan zij daadwerkelijk zijn. Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA): “Mensen die denken dat je 6% rendement kunt halen op obligaties, beleggen op dit moment in Italiaans staatspapier. Dat lijkt me niet het meest slimme besluit”. Roos Vermeij (PvdA): “De wijze waarop het in het pensioenakkoord is verwoord, is niet de onze. Het is niet zeker dat dat het gewenste resultaat oplevert”. Ze zegt op zoek te zijn naar een prudent toetsingkader, maar er nog niet over uit te zijn hoe je dat precies doet en hoe marktconform dat moet zijn.
Er zal nog een periode van onzekerheid blijven bestaan over hoe het Nederlandse pensioenstelsel er uit zal gaan zien. Naast de wijze waarop het financieel toetsingskader er uit zal gaan zien, speelt nog de vraag in hoeverre het op grond van Europese regelgeving mogelijk is om de bestaande pensioenaanspraken “in te varen” in het nieuwe pensioencontract en het vraagstuk van het generatieconflict.

Wat betekent dit voor u?

De Tweede Kamer heeft heel duidelijk gemaakt hoe de verantwoordelijkheidsverdeling ligt. Sociale partners gaan over de inhoud van de pensioenen, de Kamer over de daarbij behorende wetgeving. Daardoor moet worden afgewacht in hoeverre het pensioenakkoord uiteindelijk wordt uitgewerkt op de manier die de sociale partners voor ogen staat.

Conclusie

In ieder geval zal het tot na het eerste kwartaal van 2012 duren voordat er meer duidelijkheid komt over welke wijzigingen het kabinet zal voorstellen om te komen tot de implementatie van het pensioenakkoord. Het primaat van het wetgevend proces ligt bij de politiek en niet bij de sociale partners. Het is, gezien de uitlatingen van de diverse Kamerleden in het artikel van SC Online, dan ook nog  allerminst zeker dat het pensioenakkoord volledig zal worden vertaald in de wet- en regelgeving.

Wat kan AEGON Adfis voor u doen?

AEGON Adfis volgt de ontwikkelingen op de voet en informeert u daarover via onze site. Ook dragen we bij aan het inhoudelijke debat. Zo pleiten wij voor een verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 in één keer in 2014 en niet in twee stappen; naar 66 in 2013 en naar 67 in 2015. Voor deelnemers aan een pensioenregeling maakt dit nauwelijks verschil. Ze bouwen een jaar langer pensioen op dat ingaat op 65 en beginnen een jaar eerder pensioen op te bouwen dat ingaat op 67. Per saldo compenseert dat elkaar. Voor pensioenuitvoerders is een eenmalige verhoging echter vele malen beter uit te voeren dan twee verhogingen binnen twee jaar. Dat geldt voor pensioenfondsen, maar zeker voor pensioenverzekeraars. Pensioenverzekeraars hebben immers veel meer verschillende pensioencontracten dan pensioenfondsen. Pensioenfondsen hebben weliswaar veelal meer deelnemers dan pensioenverzekeraars, maar voeren vaak maar één of enkele pensioenregelingen uit. Bij de pensioenverzekeraars zijn een kleine miljoen deelnemers verdeeld over bijna 27.000 verschillende regelingen.

Bron: SC Online 23 januari 2012, “Pensioenakkoord mag er dan liggen, maar wetgeving komt er niet zonder slag of stoot.”