ABC van Beleggen
ABC van beleggen
Klik op de beginletter van het woord waarover u uitleg wilt.A
|
AAA |
Classificatie van het laagste kredietrisico ofwel de hoogste kredietwaardigheid van ondernemingen. Deze classificatie (rating) met een lettercodering is afkomstig van rating agencies zoals Standard & Poor's en Moody's Investor Service. |
|
Aandeel |
Bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming. Bezit van een aandeel geeft het recht om te delen in de winst en stemrecht uit te oefenen in een aandeelhoudersvergadering. |
| Aandeelhouder | Bezitter van een bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming. |
| Aandelenemissie | Uitgifte van nieuwe aandelen. Een emissie wordt meestal begeleid door een bank, die bemiddelt bij het plaatsen van de nieuwe aandelen bij het publiek. |
| Aandelenfonds | Een beleggingsfonds dat alleen belegt in aandelen. |
| Actief beheer | Beheer van effecten waarbij door het innemen van afwijkende posities t.o.v. een benchmark getracht wordt waarde toe te voegen ten opzichte van deze benchmark. Het tegenovergestelde is passief beheer waarbij de benchmark zo nauwkeurig mogelijk wordt gevolgd. |
| Actieve fondsen | Fondsen waarin tijdens de beursdag veel handel wordt gedreven. |
| Advieskoers | Een voor de opening van de beurs afgegeven indicatie van de verwachte openingskoers. |
| AEGON Asset Management Nederland | Met deze werknaam wordt de beheerder van AEGON fondsen aangeduid. |
| AEGON Investment Management B.V. | Met deze juridische naam wordt de beheerder van AEGON fondsen aangeduid. |
| AEX-index | Amsterdam Exchanges indeX (voorheen Amsterdam EOE Index). Index van Euronext Amsterdam; deze is gebaseerd op het gewogen gemiddelde van 25 grote fondsen. Sinds 1994 is het de meest gehanteerde graadmeter van de Nederlandse beurs. |
| Affaire | Effectentransactie. Met een 'foute affaire' wordt meestal een verliesgevende effectentransactie bedoeld. |
| Afstempelen | Verlagen van de nominale waarde van een aandeel om dit in overeenstemming te brengen met het werkelijke vermogen van de vennootschap. |
| Aftermarkt | Koersvorming van en handel in een aandeel in de periode na (after) beursintroductie. |
| Agio | Positief koersverschil ten opzichte van de nominale waarde bij de uitgifte van een aandeel of obligatie. |
| Agiobonus | Bonusaandelen uit als agioreserve opgebouwd vermogen. Voor de particuliere belegger zijn deze belastingvrij. |
| Agioreserve | Fiscale reserve die ontstaat door storting van contanten op de aandelen die boven de nominale waarde zijn uitgegeven. Uit de agioreserve kunnen belastingvrij bonusaandelen en stockdividenden worden uitgekeerd. |
| Allocatie-effect | Het gevolg van het tactische allocatiebeleid waarbij een bepaalde beleggingscategorie wordt over- of onderwogen ten opzichte van de strategische allocatie. |
| All Ordinaries-index | Australische beursgraadmeter. |
| All time high | Hoogste notering op een bepaalde beurs tot op heden. |
| All time low | Laagste notering op een bepaalde beurs tot op heden. |
| Arbitrage | Tegelijkertijd aankopen en verkopen van effecten of valuta op verschillende markten om zo gebruik te maken van de prijsverschillen op deze markten. |
| As, if and when issued | De handel in nog niet uitgegeven effecten. |
| Asset mix | Verdeling van het vermogen over aandelen, obligaties, onroerend goed en liquide middelen. |
| Asset stripper | Iemand die door aankoop van aandelen voor een ongewenste overname van een bedrijf zorgt. |
| Assignment | Verplichting om de onderliggende waarde te leveren (call) dan wel af te nemen (put) tegen de uitoefenprijs. |
| At-the-money | Optie waarvan de uitoefenprijs (ongeveer) gelijk is aan de beurskoers van de onderliggende waarde. |
| Attribute-analyse | Geeft aan in welke mate bepaalde factoren hebben bijgedragen aan de excesperformance van een portefeuille of fonds ten opzichte van een benchmark. Deze factoren zijn bijvoorbeeld het allocatie-, selectie- en interactie-effect. |
| Autoriteit-FM | Autoriteit Financiële Markten. Organisatie die belast is met het toezicht op het functioneren van de Nederlandse effectenmarkten. |
| AVA |
Algemene Vergadering van Aandeelhouders. |
B
| Baisse |
Effecten verkopen zonder ze te bezitten in de hoop deze later tegen een lagere koers te kunnen terugkopen. Dergelijke transacties kunnen alleen door de beroepshandel worden aangegaan. Baisse wordt ook gebruikt voor het aanduiden van een negatieve beursstemming of koersdaling. |
| Baissier | Belegger die op een koersdaling gokt door een baissepositie in te nemen. Hij verkoopt dan stukken die hij heeft geleend. |
| Bankbrief | Door een bank uitgegeven obligatie. De koers van een bankbrief is afhankelijk van de geldende rentestand. |
| Basispunt | Een basispunt is één honderdste procentpunt (= 0,01%). |
| Basket | Verzameling obligaties of aandelen, bij elkaar gevoegd om een index na te bootsen of het risico te spreiden. |
| Bear market | Pessimistische stemming over de ontwikkeling van de markt. |
| Bear rally | Langere periode waarin de koers van een aandeel of index blijft dalen. |
| Bear spread | Optiestrategie waarmee wordt geprofiteerd van een koersdaling. Een belegger legt een bear spread aan, wanneer hij een zodanige combinatie van calls en/of puts (ver)koopt dat hij bij koersdaling een gunstig resultaat behaalt. |
| Beeldschermhandel | Elektronische (beurs)vloer. |
| Beheerder | Iemand die het bezit van een ander beheert. De beheerder van een beleggingsfonds heeft de verantwoording over de spreiding van de beleggingen in het beleggingsfonds. |
| Beheerkosten | Kosten die periodiek door het beleggingsfonds aan de beheerder worden betaald ten laste van het fondsvermogen. Deze kosten komen indirect ten laste van de belegger. |
| Bel 20 | Belgische beursgraadmeter. |
| Beleggingshorizon | Periode dat het geld kan worden belegd. |
| Beleggingsfonds | Instelling die geld van derden belegt in aandelen en/of andere vermogenswaarden. De deelnemer kan hierbij al voor een gering bedrag profiteren van risicospreiding en deskundig beheer. |
| Beleggingsmaatschappij | Beleggingsfonds dat wordt beheerd door professionele beheerders. |
| Benchmark | Vooraf vastgestelde, objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds. |
| Beschermingsconstructie | Juridische constructie om ongewenste invloeden buiten de onderneming te houden. Zo kan via bepalingen in de statuten de zeggenschap van aandeelhouders worden beperkt. |
| Besloten beleggingsfonds | Een beleggingsfonds waarvan de participaties niet vrij verhandelbaar zijn. Een besloten fonds biedt bepaalde fiscale voordelen: het fonds betaalt geen vennootschapsbelasting en kapitaalsbelasting. |
| Bestens order | Aankoop- of verkooporder op de beurs tegen de eerstvolgende prijs waarvoor wordt gehandeld. |
| Betaalbaarstelling | Aanwijzen van een dividendbewijs of coupon waarop bijvoorbeeld het dividend wordt uitgekeerd of de obligatie wordt uitgeloot. |
| Beurshausse | Lange periode van ononderbroken koersstijging. |
| Beursindex | Koersgemiddelde van een aantal aandelen die tezamen de beursindex vormen. Een beursindexcijfer wordt gewoonlijk gebruikt als graadmeter voor de stemming op de beurs. Voorbeelden zijn de Dow Jones Industrial Index en de AEX-index. |
| Beurskapitalisatie | Waarde die een bedrijf of onderneming vertegenwoordigt voor alle aandeelhouders. Deze waarde is te berekenen door het aantal uitstaande aandelen te vermenigvuldigen met de beurskoers van het aandeel. Dit wordt ook wel beurswaarde genoemd. |
| Beurskrach | Beurscrisis. Ineenstorting van de koersen. |
| Bewaarloon | Kosten die door de bank voor het bewaren van de effecten (custody) in rekening worden gebracht. |
| Bid/biedkoers | Koers waarop de beleggingsinstelling bereid is aandelen terug te kopen, als er op de beurs meer aanbod dan vraag is. |
| Bieden | Vermelding die aangeeft dat tegen de getoonde koers geen transacties kunnen worden gedaan. Het aantal verkopers is te klein of nihil. |
| Blow-off | Korte en felle stijging voor een crash. |
| Blow out | Succesvolle beursintroductie of uitgifte waarbij de stukken in een hoog tempo worden verkocht. |
| Blue chip |
Kwalitatief hoogstaande aandelen. Oorspronkelijk was een blue chip het duurste fiche in een casino. |
| Boekjaar | Periode waarover verslag wordt uitgebracht in het (fiscaal) jaarverslag en de verlies- en winstrekening. |
| Bolsa-index | Mexicaanse beursgraadmeter. |
| Bonusaandelen | Uitkering in aandelen, meestal uit de belastingvrije agioreserve. Over bonussen uit de algemene reserve moet wel belasting worden betaald. |
| Boomen | Spectaculair groeien. |
| Bovespa-index | Braziliaanse beursgraadmeter. |
| Brady bonds | Staatsobligaties van Latijns-Amerikaanse landen, uitgegeven in het kader van de door de VS ondersteunde schuldsanering. Vernoemd naar Nicholas Brady, in de jaren tachtig onderminister van financiën van de VS. |
| Broker | Engelse term voor commissionair in effecten. |
| Buba | Duitse Bundesbank. |
| Buck | Amerikaanse slang voor een dollar. In de Amerikaanse valutahandel wordt hiermee één miljoen dollar aangeduid. |
| Bull market | Optimistische stemming over de ontwikkeling van de markt. |
| Bulletlening | Lening waarbij de aflossing ineens moet worden betaald. |
| Bullion | Engelse aanduiding voor goud. |
| Bull rally | Langere periode waarin de koers van een aandeel blijft stijgen. |
| Buyer's market | Markt waarop het aanbod groter is dan de vraag waardoor de kopers tot op zekere hoogte de prijzen kunnen bepalen |
C
| CAC-40 | Index van de Parijse effectenbeurs - Cotation Assisté Continue - gebaseerd op de veertig belangrijkste Franse aandelen. |
| Call-optie | Recht om gedurende een bepaalde periode een belegging te kopen tegen een van tevoren overeengekomen prijs (uitoefenprijs). Het recht kan worden uitgeoefend tot de afloopdatum (uitoefendatum). Voor dat recht betaalt de koper een premie. |
| Cashdividend | Winstuitkering aan aandeelhouders in contant geld (cash). |
| Cashflow | Nettowinst plus afschrijving van een onderneming. Deze kasstroom is beschikbaar voor investeringen, dividend en winstinhouding. |
| Certificaat | Een door een administratiekantoor uitgegeven bewijs van deelneming in het kapitaal van een onderneming, uitgezonderd het stemrecht. |
| CF-stukken | Effecten die qua vorm verschillen van de normaal in omloop zijnde stukken en die niet aan cliënten worden overhandigd. Het Centrum voor fondsenadministratie en de banken die de effecten beheren, keren het dividend aan de houder uit. |
| Chart | Engelse term voor (koers)grafiek. |
| Chartist | Beleggingsdeskundige die met behulp van grafieken (charts) voorspellingen doet over het verloop van koersen. |
| Churning | Uitvoering van overdreven veel transacties door een effectenmakelaar op rekening van één cliënt met als doel zoveel mogelijk commissie te genereren. In de financiële wereld wordt dit beschouwd als een hoofdzonde. |
| Claim | Voorkeursrecht van koop voor bestaande aandeelhouders bij de uitgifte van nieuwe aandelen door een onderneming. De claim zelf vertegenwoordigt ook een waarde die op de beurs kan worden verhandeld |
| Closed-end-fund | Type beleggingsfonds waarvan het aantal aandelen vaststaat. Bij groot aanbod op de beurs koopt het fonds geen eigen aandelen. Koersen kunnen daardoor heftig fluctueren. |
| Collar | Optieconstructie die beleggers beschermt tegen koersdaling. |
| Commissaris voor de Notering | Functionaris in dienst van de Amsterdamse effectenbeurs die erop toeziet dat de handel volgens de regels verloopt. |
| Commissionair | Effectenmakelaar. De commissionair adviseert, beheert en voert op de beurs opdrachten van cliënten uit. Hij mag dat ook voor eigen rekening doen. Voor zijn diensten berekent hij commissie. |
| Commodity | Bulkproduct waarvan de prijs geheel door vraag en aanbod wordt bepaald, zoals olie, graan en koffie. |
| Contrarian | Belegger die precies het tegenovergestelde van anderen doet. |
| Conversie | Omwisseling van een effect in een ander effect. |
| Conversiekoers | Vaste omwisselkoers van een converteerbare obligatie. |
| Converteerbare obligatie | Obligatie die de houder gedurende de looptijd om kan wisselen tegen een vast aantal effecten en een vaste koers. |
| Corneren | Trachten controle te krijgen over de prijsvorming door het aankopen van veel goederen of effecten. |
| Corpus | Aflossingswaarde van een obligatie zonder de rente. |
| Coupon | Deel van obligatie dat tegen inlevering recht geeft op rente. |
| Couponrendement | Jaarlijks ontvangen obligatierente over het nominale bedrag van de obligatie gedeeld door de beurswaarde. |
| Crash | Beurscrisis. Ineenstorting van de koersen. |
| Cum | Aandeel waar stock, claim, warrant, bonus of dividend nog aanzit. |
| Curb | Bijnaam voor de American Stock Exchange (Engels: stoeprand). |
| Custody | Engelse term voor bewaring van de effecten. |
| Cyclische waarden | Aandelen van bedrijven die gevoelig zijn voor conjunctuurbewegingen of werkzaam zijn in een cyclische bedrijfstak. |
D
| Darts | Dutch Auction Rate Term Securities. Effecten waarvan de prijs tot stand komt door een Dutch auction. Dit is een veiling waarbij de prijs langzaam wordt verlaagd tot iemand zich als koper meldt. |
| Dagorder | Order die alleen geldig is op de dag waarop hij verstrekt is. Het tegenovergestelde is een doorlopende order. |
| DAX-index | Duitse beursgraadmeter. |
| Deep-discount bond | Obligatie met een rente ver beneden de marktrente en een uitgiftekoers beneden de nominale waarde. |
| Deep-in-the-money optie | Optie waarvan de uitoefenprijs duidelijk onder de beurskoers ligt. |
| Defensieve waarden | Aandelen die het over het algemeen goed blijven doen, ook al gaat het economische slecht(er). |
| Deflatie | Waardevermeerdering van geld waardoor de koopkracht toeneemt (de prijzen dalen). |
| Deposito | Voor een bepaalde tijd aan de bank toevertrouwd geld. |
| Derivaten | Instrumenten die zijn afgeleid van bijvoorbeeld een aandeel, een obligatie of een index zoals opties en warrants. |
| Devaluatie | Het officieel vaststellen van een waardevermindering van de ene muntsoort ten opzichte van de andere. |
| Disagio | Bedrag onder de nominale waarde. |
| Dividend | Winstuitkering aan aandeelhouders. Dat kan jaarlijks, maar ook tussentijds (interim-dividend). Een uitkering in de vorm van aandelen heet stockdividend. Ook is er nog het keuzedividend, waarbij de aandeelhouder kan kiezen tussen een uitkering in contanten of in aandelen. |
| Dividendbelasting | Te betalen belasting van 15% over ontvangen dividend. Het uitkerende bedrijf houdt de belasting in en draagt deze af aan de belastingdienst. De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting net zoals de loonbelasting. |
| Dividendbewijs | Deel van een aandeel dat tegen inlevering recht geeft op dividend. |
| Dividendrendement | Dividend als percentage van de waarde van aandelen. |
| Dividend-strippen | Verkoop van dividendcoupons met als doel te profiteren van een fiscaal voordeel. |
| Doorrollen | Verlengen van een aflopende positie. Veel voorkomende praktijk bij deposito's en verliesgevende optieconstructies. |
| Dow Jones-index | Belangrijkste graadmeter van de Amerikaanse Effectenbeurs (Wall Street, New York Stock Exchange, NYSE). Wordt samengesteld op basis van de koersen van dertig fondsen. |
| Downside risk | Neerwaarts risico, kans op verlies. |
| Dragons | Tweede golf van 'emerging markets' in Zuidoost-Azië. Het gaat daarbij om Thailand, Maleisië en Indonesië. De Aziatische Tijgers (Korea, Hongkong, Singapore, Taiwan) waren de eerste golf. |
| DSI | Dutch Securities Institute. Het Dutch Securities institute heeft ten doel het vertrouwen van het beleggend publiek in de effectenbranche te versterken. DSI richt zich hierbij op het bevorderen van de kwaliteit en de integriteit van effectenspecialisten. Voldoet een effectenspecialist of -instelling aan de criteria die zijn gesteld voor integriteit, opleiding en werkervaring, dan wordt deze opgenomen in de DSI registers. |
| Dual-currency bond | Obligatie met storting en aflossing in verschillende valuta's. |
| Dual listing | Notering op twee beurzen die zich niet in dezelfde tijdzone bevinden. |
| Dunne markt | Markt die gekenmerkt wordt door weinig handel. |
| Duration | Maatstaf voor rentegevoeligheid van obligaties. Hoe langer de resterende looptijd, des te sterker obligatiekoersen reageren op een renteverandering en hoe hoger de duration. Vuistregel: stijgt of daalt de rente met 1%, dan fluctueert de waarde van de obligatie met 1% maal de duration. |
E
| Easdaq | Europese elektronische schermenbeurs voor kleine groei-ondernemingen. Nasdaq is de (veel grotere) Amerikaanse tegenhanger. |
| Earnings yield-ratio | De earning's yield-ratio geeft een verhouding weer tussen de rente en de koers/winstverhouding. |
| Effecten | Verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren, zoals aandelen, obligaties, opties, futures en warrants. |
| Effectenkrediet | Krediet voor de financiering van de aankoop van effecten, waarbij de effecten als onderpand dienen. |
| Effectenportefeuille | Effectenbezit van een belegger. |
| Eigen vermogen | Aandelenkapitaal plus reserves van een onderneming. |
| Emerging markets | Regio's die tot nu toe achtergebleven zijn in hun economische ontwikkeling maar waarvan de vooruitzichten goed zijn. |
| Emissie | Uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties. |
| EMS | Europees Monetair Stelsel, een systeem van wisselkoersverhoudingen binnen de Europese Unie. |
| Enhanced active | Enhanced active is een beleggingsstijl die gekenmerkt wordt door actief beleggingsbeleid waarbij de vrijheid van portfoliomanagers afwijkende posities ten opzichte van onderliggende benchmarks in te nemen, wordt beperkt door een groot aantal restricties op alle niveaus binnen de portefeuille. Door veelvuldig van de benchmark afwijkende posities in te nemen, die ieder afzonderlijk van relatief kleine omvang en invloed zijn, wordt het risico op sterk van de benchmark afwijkende returns gereduceerd. |
| Eurobond | Obligatielening, uitgegeven door een debiteur uit een ander land dan het land van de valuta waarin de lening luidt. |
| Eurotop 100 | Europese beursgraadmeter. |
| Ex-dividend | Waarde van een aandeel de dag nadat het dividend beschikbaar is gesteld. Het dividend zit dan niet meer in de koers. |
| Expiratiedatum | Laatste dag waarop een optierecht kan worden uitgeoefend. Bij aandelen de derde vrijdag van de maand. |
| Exposure | Gevoeligheid voor een bepaalde omgevingsfactor. Een fonds kan bijvoorbeeld exposure hebben naar de Amerikaanse dollar, wat betekent dat het fonds gevoelig is voor valutaschommelingen. |
F
| Falcon | Fixed term agreement for long term call option on existing securities. Optie of warrant met een langere looptijd dan normaal. |
| Fascon | Fixed term agreement for short term call options on existing securities. Optie met een langere looptijd dan normaal, maar korter dan die van een Falcon. |
| Fed | Federal Reserve Board. Het hoogste bestuursorgaan van de Amerikaanse Centrale Bank, bestaande uit twaalf over de Verenigde Staten verspreide Federal Reserve Banks. |
| Fixed-rate | Obligatie met een vaste rentecoupon. |
| Flauw | Marktstemming bij dalende koersen. |
| Floater | Obligatie met een variabele rentecoupon, meestal gekoppeld aan een ander rentetarief, bijvoorbeeld dat van schatkistpapier. Aantrekkelijk voor beleggers wanneer zij een rentestijging verwachten. |
| Flotation | Uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties. |
| Fondsmanager | Beheerder van een beleggingsfonds of van een effectenportefeuille van een belegger |
| Footsie | Slang voor Engelse beursgraadmeter FTSE-100. Index van de Londense beurs die 100 Engelse beursfondsen telt. |
| Forex | Afkorting van Foreign Exchange (valutahandel/arbitrage). |
| Fraus legis | Leerstuk op grond waarvan anti-fiscale constructies die in strijd zijn met de geest van de belastingwet door de fiscus en de belastingrechter worden bestreden. |
| Freeriding | Ongeoorloofde praktijk waarbij een bank aandelen achterhoudt om ze na introductie tegen een hogere prijs te verkopen. |
| Front running | Aankoop of verkoop van aandelen met voorkennis dat er op korte termijn een aankoop- of verkoopadvies wordt afgegeven of een grote aankoop- of verkooporder wordt geplaatst. Deze praktijk is bij wet verboden. |
| FTA | Financiële Termijnmarkt Amsterdam. Hier worden futures verhandeld. |
| FTSE-100 | Ook wel Footsie genoemd. Index van de Londense beurs die 100 Engelse beursfondsen telt. |
| Fundamentele analyse | Beoordelingsmethode die laat zien of een aandeel voor belegging in aanmerking komt. Gekeken wordt onder andere naar de financiële situatie, de balansverhouding, de ontwikkelingen in de belangrijkste markten, de conjunctuur en de kwaliteit van het management. Hier tegenover staat de technische analyse waarbij op basis van koersontwikkelingen uit het verleden toekomstige koersontwikkelingen worden voorspeld. |
| Future | Termijncontract. Contract waarin de toekomstige aankoop en verkoop van vooral financiële waarden zijn vastgelegd. |
G
| Gedaan en bieden | Uitdrukking die aangeeft dat niet alle kooporders op de gedane koers kunnen worden uitgevoerd. Er is te veel vraag tegen die koers en te weinig aanbod. |
| Gedaan en laten | Aanduiding achter een gepubliceerde beurskoers, die aangeeft dat niet alle aangeboden aandelen tegen die koers konden worden verkocht. Er is te veel aanbod tegen die koers en te weinig vraag. |
| Gedekt schrijven | Verkoop van een call-optie als men in het bezit is van de aandelen waarop de optie betrekking heeft. |
| Gedrukt | Marktstemming wanneer de koersen gedaald zijn. |
| Geldmarktfonds | Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in deposito's en andere geldmarktproducten belegt. Er wordt geen dividend uitgekeerd. Zo'n fonds wordt ook wel groeifonds of liquiditeitenfonds genoemd. Vanwege de korte looptijd van deposito's is een geldmarktfonds minder gevoelig voor rentewijzigingen dan een obligatiefonds. |
| Gelimiteerde order | Opdracht aan bank of commissionair om niet boven een bepaalde prijs te kopen of onder een bepaalde prijs te verkopen. |
| Gestalde winst (verlies) | Winst (verlies) die in de toekomst fiscale relevantie krijgt. |
| Gilt | Engelse staatsobligatie. |
| Goudgerande waarde | Obligaties waarvan de rente en aflossing zijn verzekerd. De term wordt gebruikt voor obligaties met een hoge rating. |
| Greenbuck | Populaire term voor de Amerikaanse dollar. |
| Greenfield operatie | Vanuit het niets opbouwen van een operatie of bedrijf. |
| Grijze Vrijdag ("Grey Friday") | Forse mondiale correctie op aandelenmarkten die plaatsvond op vrijdag 15 augustus 1997. |
| Groeifonds of groeiaandeel | Aandeel dat naar verwachting een groei zal laten zien. |
| Groenvrijstelling | Fiscale vrijstelling waarvan in Nederland wonende particulieren gebruik kunnen maken als zij investeren in fondsen die minimaal 70% van hun vermogen beleggen in door de overheid goedgekeurde, milieuvriendelijke bedrijven en projecten. Deze vrijstelling wordt mogelijk in 2003 beperkt. |
| Growth investor | Belegger die zoekt naar aandelen met een hoge verwachte winstgroei. |
H
| Hang Seng-index | Beursgraadmeter van Hongkong. |
| Hausse | Lange periode van ononderbroken koersstijging. Een speculant die op korte termijn een koersstijging verwacht en hier naar handelt, handelt à la hausse. |
| Hedging | Methode om effectenportefeuilles te beschermen door futures of opties te kopen of te verkopen. |
| Hefboomwerking | Beleggen met geleend geld waarbij de opbrengst van de beleggingen hoger is dan de financieringsrente. Ook het beleggen in opties kan een hefboomwerking teweeg brengen. |
| High-yield bonus | Obligaties van bedrijven met een relatief lage kredietclassificatie (rating) Vroeger werden deze obligaties 'junk bonds' genoemd. |
| Hoek | Gedeelte van de beursvloer dat is toegewezen aan de handel in bepaalde fondsen. |
| Hoekman | Oude titel voor een beurshandelaar die aankoop- en verkooporders in elkaar sluit |
| Holding | Houdstermaatschappij van aandelen in een of meer dochtervennootschappen. |
| House, The | Beursterm voor de London Stock Exchange. |
| Huisfonds | Beleggingsfondsen die financiële instellingen voor hun eigen cliënten hebben opgericht |
| Hurdle rate | Kengetal dat aangeeft vanaf welk verwacht rendement een belegger de kosten van een investering of project terugverdient. |
I
| IBEX 35 | Spaanse beursgraadmeter. |
| Index | Verhoudingscijfer om een bepaalde ontwikkeling of een stemming weer te geven; koersgemiddelde van een aantal fondsen. |
| Index of leading indicators | Samengestelde index die een goede voorspeller is van de economische groei over zes maanden. |
| Inflatie | Geldontwaarding. Situatie waarbij het algemene prijspeil een stijging laat zien . |
| Information ratio | Risico-rendementsmaatstaf. Deze wordt berekend door het op elkaar delen van de relatieve performance en de standaarddeviatie daarvan (tracking error). |
| In portefeuille | Aandelen die nog niet zijn uitgegeven. |
| Insider-trading | Handelen met voorkennis. |
| Institutionele beleggers | Instellingen zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die het onder hun beheer vallende kapitaal zelf beleggen of dit uitbesteden aan derden. |
| Interactie-effect | Wordt veroorzaakt door het allocatie- en selectiebeleid tezamen en is niet expliciet toe te wijzen aan één van beide beslissingen. |
| Interim-dividend | Tussentijdse dividenduitkering. |
| Interventie | Ingreep op de geld- of valutamarkt door één of meer Centrale Banken om de koers van een valuta te steunen. |
| In the money-optie | Call-optie waarvan de uitoefenprijs lager is dan de koers van de onderliggende waarde. Wanneer deze optie nu wordt uitgeoefend, levert hij geld op. Put-optie waarvan de uitoefenprijs hoger is dan de beurskoers van de onderliggende waarde. Wanneer deze optie nu wordt uitgeoefend, levert hij geld op. |
| Intrinsieke waarde | Werkelijke waarde. Wordt van een aandeel berekend door de actuele waarde van alle bezittingen van een fonds of bedrijf te delen door het aantal uitstaande aandelen. Bij opties is de intrinsieke waarde het positieve verschil tussen de uitoefenprijs van een optie en de beurskoers van de onderliggende waarde. |
| Inverse rentestructuur | Situatie waarin de korte rente hoger is dan de lange rente. |
| IPO | Initial Public Offering. Beursintroductie. |
J
| Johannes All Share | Zuidafrikaanse beursgraadmeter. |
| Joint Venture | Samenwerkingsverband tussen twee of meer ondernemingen. De samenwerking kan zowel eenmalig zijn als blijvend. |
| JOJ |
Jaar op jaar: verandering ten opzichte van een jaar geleden. |
K
| Kapitaalmarkt | Markt waar waardepapieren worden verhandeld met een looptijd bij uitgifte van langer dan één jaar. |
| Keuzedividend | Aandeelhouder kan kiezen tussen een uitkering in contanten of in aandelen. |
| Koersorkestratie | Door aankoop en verkoop de koers in een gewenste richting trachten te sturen (orkestreren). Dit wordt gezien als handelen met voorkennis en is strafbaar. |
| Koers/winstverhouding | Afgekort k/w. Verhoudingsgetal dat ontstaat door de koers te delen door de winst per aandeel. De koers/winstverhouding wordt veel gebruikt om te beoordelen of een aandeel relatief duur of goedkoop is. |
| Korte rente | Geldmarktrente. Rente op vastrentende waarden met een looptijd tot een jaar. |
| K-stukken | Obligaties met een coupon- of dividendblad. |
| Krach | Ineenstorting van de effectenbeurs door sterk dalende aandelenkoersen. Als dit gebeurt, is er vaak sprake van een neerwaartse spiraal omdat beleggers elkaar volgen (kuddegedrag). |
| Kuala Lumpur Stock Exchange | Maleisische beurs. |
L
| Laatkoers | Koers waarop een beleggingsinstelling bereid is aandelen uit te geven, als op de beurs meer vraag dan aanbod is. |
| Lange rente | Kapitaalmarktrente. Rente op obligaties en dergelijke met een looptijd langer dan een jaar, waarbij meestal de tienjaarsrente als maatstaf dient. In de Verenigde Staten dient als maatstaf de rente van dertig jaar. |
| Laten | Koersnotering die betekent dat tegen die koers geen transacties konden worden gedaan. Het aanbod is groter dan de vraag. |
| Libor | London Interbank Offered Rate. Kortlopende depositorente die in de Londense interbancaire markt wordt aangeboden. |
| Limiet | Vaste koers waartegen men wil kopen of verkopen. |
| Liquiditeiten | Direct ter beschikking staande geldmiddelen (kortlopende deposito's, contant geld). |
| Liquiditeitenfonds | Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in liquiditeiten belegt. Vanwege de korte looptijd is de gevoeligheid voor rentewijzigingen gering. Zo'n beleggingsfonds wordt ook wel een geldmarktfonds genoemd. |
| Lommerd | Bank van Lening. |
| Lui | Marktstemming bij lusteloze handel. |
M
| M1 t/m/ M5 | Aanduidingen van de geldhoeveelheid in een land. |
| Majoreren | Het voor een groter aantal dan gewenst inschrijven op een uitgifte van aandelen of obligaties in de verwachting dat men door een overspannen vraag slechts een percentage krijgt toegewezen. |
| Mantel | Gedeelte van effect waarop de rechtsverhouding tussen bezitter en uitgevende instelling staat omschreven. |
| Margin | Bedrag dat de verkoper van een ongedekte optie als zekerheid moet storten. |
| Margin call | Verzoek van een effectenmakelaar aan een cliënt om storting van meer zekerheden (geld) om uitstaande posities af te dekken. |
| MBI | Management Buy-In. Investeerders beleggen geld in een jonge onderneming en laten op deze wijze blijken dat ze vertrouwen hebben in het huidige management. |
| MBO | Management Buy-Out. Uitkoop van de aandeelhouders door het management. |
| Merval-index | Argentijnse beursgraadmeter. |
| MIB 30 | Italiaanse beursgraadmeter. |
| Midcap-fondsen | Aandelen van wat betreft marktkapitalisatie middelgrote ondernemingen. |
| Mixfonds | Een beleggingsfonds dat belegt in aandelen, obligaties, vastgoed en liquiditeiten. |
| MSCI | Morgan Stanley Capital International. Onafhankelijk Amerikaans beleggingsinstituut dat van alle belangrijke beleggingsgebieden in de wereld een index berekent. |
N
| Nasdaq | National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Elektronische (beurs)vloer van New York. |
| Nettorendement | Nettorendement houdt in dat de kosten en eventueel de te betalen belasting reeds met het resultaat zijn verrekend. Dit resultaat in verhouding tot het geïnvesteerde geld is het nettorendement. |
| Nikkei 255 | Japanse beursgraadmeter. |
| Nominale waarde | Bij een obligatie: de grootte van een schuldvordering. Bij een aandeel: het bedrag van de deelneming dat op de mantel staat vermeld. |
| Notering | Koers die in de Officiële Prijscourant wordt opgenomen. |
O
| Obligatie | Schuldbrief van een bedrijf of een overheidsinstelling die wordt verhandeld op de beurs. |
| Obligatiefonds | Beleggingsinstelling die het geld van deelnemers in obligaties belegt. |
| Offshore-fund | Beleggingsinstelling die officieel in een ander land is gevestigd dan het land waarin de beheerder en de participanten zijn gevestigd. De keuze voor het land van vestiging wordt over het algemeen bepaald door het belastingregime aldaar. |
| Onderwegen | Minder in een aandeel, sector of land beleggen dan volgens de index of benchmark normaal zou zijn. |
| Open end fund | Beleggingsfonds dat zelf via aankoop en verkoop de koers van het aandeel ongeveer op het niveau van de intrinsieke waarde houdt. |
| Open-interest | Getal dat aangeeft hoeveel posities op een zeker moment openstaan in een bepaalde optieserie of optieklasse. |
| Open outcry | Een handelssysteem op een beurs waar koersen luidkeels worden afgegeven. Nog steeds in zwang op de New York Stock Exchange. |
| Opschorting | Tijdelijk staken van de beurshandel in een fonds, meestal in verband met een belangrijke mededeling van de betrokken onderneming. |
| Optie | Verhandelbaar recht om van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen of obligaties) een standaardhoeveelheid te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vooraf overeengekomen prijs |
| OTC | Over The Counter. Markt voor effecten die niet worden verhandeld via een beurs. |
| Out of the money-optie | Call-optie waarvan de uitoefenprijs hoger is dan de koers van de onderliggende waarde. Put-optie waarvan de uitoefenprijs lager is dan de beurskoers van de onderliggende waarde |
| Outperformer | Aandeel dat meer in koers is gestegen dan de desbetreffende index of sector. Een aandeel dat het slechter doet dan een index of sector heet een underperformer. |
| Overwegen | Meer beleggen in een aandeel, sector of land dan volgens de index of benchmark normaal zou zijn. |
P
| Pari | Eigenlijk à pari. Tegen de nominale waarde. |
| Passief beheer | Beheer van effecten waarbij de benchmark zo nauwkeurig mogelijk wordt gevolgd. Het tegenovergestelde is actief beheer waarbij door het innemen van afwijkende posities t.o.v. een benchmark getracht wordt waarde toe te voegen ten opzichte van deze benchmark. |
| Pay-out | Deel van de nettowinst dat als dividend aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. |
| Penny stocks | Aandelen die minder dan een pond, euro of dollar waard zijn. De koers wordt in pennies of centen weergegeven. |
| Performance | Rendement op een belegging. Procentuele stijging (out-performance) of daling (under-performance) van een belegging over een bepaalde periode ten opzichte van een vergelijkingsmaatstaf. |
| Perpetuele lening | Eeuwigdurende lening. Obligatielening die geen afloopdatum of aflossing kent. De uitgever betaalt alleen rente. |
| Pork bellies | Geslachte varkens die verhandeld worden op de goederentermijnmarkt. Ook gebruikt als term voor zeer speculatieve handel. |
| PPI | Producer Price Index. Amerikaanse index voor grondstoffenprijzen. Belangrijke indicator voor de inflatie. |
| Preferente aandelen | Aandelen waaraan voorrechten zijn verbonden, zoals winstdeling of de benoeming van bestuursleden. |
| Premie-obligatie | Obligatie waaraan bij de uitloting de kans op een prijs (premie) is verbonden. |
| Primaire markt | Emissiemarkt waar sprake is van aandelen of obligaties die voor het eerst worden uitgegeven. In de secundaire markt worden extra aandelen of obligaties uitgegeven. |
| Prioriteitsaandelen | Op deze aandelen wordt voorrang gegeven aan gewone aandeelhouders bij de betaling van het dividend. |
| Private placement | Plaatsen van effecten bij een belegger zonder dat de transactie via de beurs loopt. |
| Program-trading | Computergestuurde effectenhandel op basis van programma's. |
| Proxy voting | Verzoek aan aandeelhouders om stemvolmachten te verstrekken. |
| Put-optie | Recht om een belegging te verkopen tegen een van tevoren overeengekomen prijs. Voor dat recht moet een premie worden betaald. |
R
| Raider |
Iemand die door aankoop van aandelen voor een ongewenste overname van een bedrijf zorgt. |
| Ratio |
Getalsverhouding die het maken van vergelijkingen eenvoudiger maakt. |
| Real-time |
Koersen die direct op het scherm verschijnen zodra er is gehandeld. |
| Recessie |
Terugval in economische ontwikkeling gedurende drie opeenvolgende kwartalen. |
| Relatieve-sterktelijn |
Lijn (afgedrukt onder een koersgrafiek) die, door de tijd heen, de relatieve-sterkte van een financiële grootheid weergeeft ten opzichte van een vergelijkingsmaatstaf. |
| Renterenseignering |
Informatie over uitbetaalde rente op spaartegoeden, obligaties en aandelen, die banken jaarlijks aan de fiscus moet verstrekken. |
| Reset note |
Obligatie waarvan de coupon na één jaar opnieuw wordt vastgesteld. De nieuwe coupon geldt dan voor de resterende looptijd. |
| Risicoscore |
De risicoscore geeft een indicatie van de beleggingsrisico's. Hierbij kan worden gedacht aan renterisico's bij obligatiefondsen en valutarisico's bij fondsen die in het buitenland beleggen. De beleggingsrisico's van het beleggingsfonds worden uitgedrukt in een getal tussen 1 en 10. Hoe hoger het getal hoe groter het beleggingsrisico. |
|
Roll-over |
Doorrollen. Vervangen van een optiepositie door een nieuwe met een latere afloopmaand en/of andere uitoefenprijs. |
S
| Salderen | Verlagen van een belastingvrijstelling met de betaalde rente. |
| SEAQ | Elektronische beursvloer van Londen voor buitenlandse aandelen. |
| Security lending | Security lending is het uitlenen van aandelen en obligaties voor een vastgestelde periode aan derden in ruil voor een geldelijke vergoeding. Doordat het economische eigendom bij de uitlener blijft, wordt er geen koersrisico gelopen. |
| Selectie-effect | Wordt veroorzaakt doordat met het beleid binnen een beleggingscategorie een rendement wordt behaald dat afwijkt van het benchmarkrendement voor die categorie. |
| Seller's market | Markt waarop de vraag groter is dan het aanbod waardoor de verkopers tot op zekere hoogte de prijzen kunnen bepalen. |
| Sharpe ratio | Risico-rendementsmaatstaf. Deze wordt berekend door het rendement van een beleggingsportefeuille boven het rendement op een risicovrije belegging te delen door de standaarddeviatie van het fondsrendement. |
| Shanghai index | Beursgraadmeter van Shanghai. |
| Schenzen B-index | Chinese beursgraadmeter. |
| Short gaan | Verkoop van aandelen door een professionele belegger die de stukken niet zelf in bezit heeft. Meestal zijn de aandelen geleend bij een derde partij. Als de koersen dalen, kunnen de aandelen voor een lagere prijs worden teruggekocht; het verschil is dan winst. |
| Small caps | Aandelen van wat betreft marktkapitalisatie kleinere bedrijven. |
| S&P 500 | Standard & Poor-indexbeurs. Graadmeter van de 500 hoofdfondsen in de Verenigde Staten. |
| Specialist | Vroeger de hoekman, nu de man of vrouw op de beursvloer die vraag en aanbod regelt en op elkaar probeert af te stemmen. |
| Speculeren | Bepaalde risico's nemen met als doel het behalen van relatief hoge winsten. |
| Splitsen | Coupures van aandelen worden wel eens gesplitst in kleinere coupures van hetzelfde fonds. De nominale waarde van de aandelen wordt dan lager. Een concern kan tot splitsing overgaan als de waarde van het aandeel zodanig hoog wordt dat dit de verhandelbaarheid beperkt. |
| Spread | Beleggingsfondsen met een open-end structuur, moeten de aandelenkoers binnen een bepaalde bandbreedte van de intrinsieke waarde van het aandeel houden. Zo krijgt de belegger altijd een eerlijke prijs voor zijn aandeel. De spread wordt gevormd door een opslag (bij verkoop) en of een afslag (bij inkoop) te leggen op de intrinsieke waarde om de kosten van het fonds te dekken. Veelal is in de spread ook de kapitaalbelasting begrepen. |
| Staatsleningen | Obligaties uitgegeven door de overheid. Ook wel staatsobligaties genoemd. |
| Staatsobligaties | Verhandelbaar schuldbewijs van de overheid. Deze geeft in het algemeen een jaarlijkse rente. |
| Sterfhuisconstructie | Juridische splitsing van een onderneming in een winstgevend deel en een verliesgevend deel. |
| Steunniveau | Prijsniveau waarop er genoeg vraag in de markt is om een koersdaling een halt toe te roepen |
| Stockdividend | Dividenduitkering in aandelen. |
| Stock picking | Aandelen selecteren die in de ogen van een belegger (te) laag zijn geprijsd. |
| Straits Times-index | Singaporese beursgraadmeter. |
| Strippen | Scheiden van de mantel (nominale waarde) en de coupon (rentebetaling) van een obligatie om ze apart te verhandelen. |
| Swiss Market-index | Zwitserse beursgraadmeter. |
T
| Talon | Strook die deel uitmaakt van couponblad tegen inlevering waarvan een nieuw couponblad wordt uitgereikt. Geldt ook voor dividendbladen. |
| Target | Koersdoel van een aandeel. |
| T-bills | Treasury bills. Amerikaanse schatkistbiljetten met een middellange of korte looptijd. |
| Technische analyse | Analyseren van een aandeel aan de hand van koersontwikkelingen uit het verleden. Via chart reading - het interpreteren van grafieken - probeert een analist toekomstige koersen te voorspellen. |
| Termijncontract | Future. Contract waarin de toekomstige aankoop en verkoop van vooral financiële waarden zijn vastgelegd. |
| Tick | Opgaande of neerwaartse beweging in de koers van een aandeel. Elk nieuw koersniveau is een tick. |
| Tijger | Bijnaam voor de Aziatische markt in opkomst. De tijgers zijn Singapore, Hongkong, Zuid-Korea en Taiwan |
| Top-5-index | Index, samengesteld uit de grootste vijf fondsen van de AEX-index wat betreft marktkapitalisatie. |
| Topix | Tokyo Stock Price Index. Samengestelde index van alle gewone aandelen (circa 1.120) die zijn genoteerd op de zogenaamde eerste afdeling van de Tokyo Stock Exchange. |
| Toronto Stock Exchange | Canadese beursgraadmeter. |
| Tracking error | Maatstaf voor het risico dat een fondsmanager mag lopen met zijn beleggingsbeleid. Geeft de (theoretische) maximale afwijking aan van het rendement van de beleggingen ten opzichte van een benchmark. |
| Trader | Belegger die door aankoop- en verkooptransacties winst probeert te behalen. |
| Trading range | Bereik tussen twee niveaus waarbinnen een koers zich beweegt. Is een term uit de technische analyse. |
| Transactiekosten | Vergoeding die moet worden betaald voor het aan- of verkopen van effecten. |
| Trendindicator | Laat zien wat de verwachte economische trend is. Researchanalisten maken veel gebruik van indicatoren die de richting aangeven van de economische ontwikkeling. Bijvoorbeeld het vertrouwen van inkoopmanagers bij ondernemingen of de orders die de industrie in de boeken heeft staan. |
| Trendlijn | Een trendlijn is een rechte lijn die een aantal markante punten in een grafiek met elkaar verbind. De trendlijn geeft de richting van een trend in een koersgrafiek weer. |
| Triple A | Hoogste kwalificatie (AAA) om aan te geven dat de kredietwaardigheid van een bedrijf maximaal is. Verstrekt door de gezaghebbende rating agencies Moody's en Standard & Poor. |
| Triple witching days | Dagen waarop de driemaandelijkse afwikkeling van de opties en futures op de aandelenindices plaatsvinden. Dit zorgt voor zeer hoge activiteit en grote koersschommelingen. |
| Turn-around | Positieve verandering bij een onderneming die gedurende een bepaalde periode problemen had. |
U
| Uitbodemen | Stabiliseren van een koers na een periode van neergang. |
| Uitbreken | Plotseling omhoogschieten van een stagnerende koers. |
|
Uitoefenprijs |
Vantevoren overeengekomen prijs waarvoor een koper een call-optie kan aankopen en de verkoper de call-optie moet verkopen. |
| Underperformer | Aandeel dat minder in koers is gestegen of meer gedaald dan een index. Een aandeel dat het beter doet dan een index heet outperformer. |
| Upgraden | Verbeteren, vernieuwen; naar boven bijstellen van een beleggingsadvies. |
V
| Value Investor | Belegger die zoekt naar ondergewaardeerde effecten. |
|
Variabele rente |
Rente die gekoppeld is aan ontwikkelingen op de geldmarkt. |
| Vast | Marktstemming bij oplopende koersen. |
| Vaste rente | Voor een bepaalde periode afgesproken rente. |
| Verdeeld | Beursstemming bij een markt zonder tendens; er zijn zowel wat hogere als wat lagere koersen. |
| Verkrapping | Poging van een centrale bank om de inflatie omlaag te krijgen door middel van een renteverhoging en/of vermindering van de hoeveelheid geld die in omloop is. Dit laatste is mogelijk door banken te verplichten tegoeden aan te houden bij de centrale bank. |
| Vermogensbeheer | Activiteiten gericht op het in stand houden van het vermogen en het behalen van het nagestreefde resultaat. |
| Vloer | Gedeelte van de beursvloer dat is toegewezen aan de handel in bepaalde fondsen. |
| Volatiliteit | De beweeglijkheid (mate van koersstijging en/of daling) van één of meerdere aandelen, dan wel een gehele markt of beurs. |
| Voortschrijdend gemiddelde | Een gemiddelde van het koersverloop dat voortschrijdend berekend wordt over een bepaalde periode. Dit gemiddelde filtert scherpe koersbewegingen uit het koersverloop en geeft het trendmatig koersverloop weer. |
W
| Warrents | Warrants geven het recht om gedurende een bepaalde tijd aandelen te kopen tegen een tevoren vastgestelde prijs. |
| Weerstandsniveau | Prijsniveau waarop er genoeg aanbod in de markt is om een koersstijging een halt toe te roepen. Een recente top in een koersgrafiek treedt vaak op als steunniveau. |
| WIG 20 | Poolse beursgraadmeter. |
| Window dressing | Zodanig schuiven in een beleggingsportefeuille dat de eindejaarsrapportage een zo gunstig mogelijk beeld laat zien. |
Y
|
Yield curve Yield-gap |
Rentecurve Renteverschil tussen staatsobligaties en gewone obligaties. |
| Yield-ratio |
Verhouding tussen het dividendrendement (dividend gedeeld door beurskoers) op aandelen en het rendement op de kapitaalmarkt. |
Z
| Zero-bind |
Obligatie uitgegeven met een coupon van 0%. Uitgifte en verhandeling vinden plaats ver onder pari. Het rendement wordt verkregen bij de aflossing (à pari). |