Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld
Compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

Compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid

17 juli 2018

door Arend Jansen

De Eerste Kamer stemde 10 juli in met het wetvoorstel ‘compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid’. Gevolg: vanaf 2020 kunnen werkgevers met terugwerkende kracht een compensatie aanvragen voor betaalde transitievergoedingen. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet een werknemer na twee jaar ziekte zijn ontslagen. De terugwerkende kracht geldt tot 1 juli 2015.

Goed nieuws

Dit is voor werkgevers goed nieuws. Een werknemer die langdurig arbeidsongeschikt wordt, is voor een werkgever een flinke kostenpost. Niet alleen moet het loon doorbetaald worden, er zijn ook kosten voor vervanging en re-integratie. Bovendien kost het wegvallen van een werknemer vaak omzet en winst. Tot voor kort kwam de transitievergoeding daar nog bovenop. Veel werkgevers vonden dit onrechtvaardig omdat het vaak buiten de invloedssfeer van de werkgever ligt. De politiek heeft naar dit argument geluisterd.

Indianenverhalen

Er gaan wat onjuiste geluiden rond over beperkingen van deze compensatie. De twee onjuistheden die ik het meest hoor zijn: ‘Er wordt alleen een transitievergoeding betaald over de periode van twee jaar ziekte’ en ‘De compensatie wordt afgetopt tot maximaal het betaalde brutoloon tijdens ziekte, dus in heel veel gevallen is de compensatie lager dan de transitievergoeding.’ 

Hoe zit het wél

Wat betreft de duur van de vergoeding: deze is niet twee jaar maar wordt berekend over de volledige diensttijd. Het misverstand is waarschijnlijk ontstaan doordat een werknemer wel twee jaar ziek geweest moet zijn terwijl hij in dienst was. Dit staat echter los van de duur van de compensatie. 

En dan de aftopping van de compensatie. Dat er afgetopt wordt tot maximaal het betaalde brutoloon tijdens ziekte is juist, maar het is onjuist dat de compensatie hierdoor vaak lager is dan de transitievergoeding. Een voorbeeld:

Tijdens twee jaar ziekte krijgt een werknemer zijn loon doorbetaald. Het eerste jaar 100%, het tweede jaar 70%. Dit is hoger dan de wettelijke verplichting, maar in de meeste gevallen gaat het wel zo. Het doorbetaalde loon is in deze situatie gelijk aan ruim 20 maandsalarissen. 

Daarnaast betaalt de werkgever nu nog een transitievergoeding. Deze wordt als volgt opgebouwd: de eerste 10 jaar van het dienstverband 1/3 maandsalaris per dienstjaar en voor de meerdere dienstjaren ½ maandsalaris per dienstjaar. Concreet betekent dit voor iemand met 10 dienstjaren een transitievergoeding van 10 x 1/3 maandsalaris = 3⅓ maandsalaris betaald moet worden.

Bij 10 dienstjaren is er dus nog lang geen sprake van aftopping van de compensatie. Om in het bovengenoemde voorbeeld aan de grens van aftopping te komen, hier 20 maandsalarissen, blijven er nog bijna 17 maandsalarissen over. Dat is het equivalent van bijna 34 dienstjaren. En daar komen die eerste 10 dienstjaren nog bij. Dus pas boven de 44 dienstjaren kan in dit voorbeeld de compensatie lager zijn dan de transitievergoeding (… kunt u mij nog volgen?).

Voor de liefhebber, om het nog wat complexer te maken

In de Wet arbeidsmarkt in balans wordt, naast het laten vervallen van de minimumduur van het dienstverband van twee jaar, ook nog voorgesteld dat de opbouw ongeacht het aantal dienstjaren in alle gevallen 1/3 maandsalaris per dienstjaar is. Dus neemt in het bovenstaande rekenvoorbeeld het aantal dienstjaren toe tot 60 wil er sprake zijn van aftopping. Tja, dan moet de AOW-leeftijd nog wel veel verder gaan stijgen…

Conclusie: er is sprake van een volwaardige compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Arend Jansen
Arend Jansen
Ik ben Arend Jansen, Specialist arbeidsongeschiktheid bij Aegon Zakelijk