Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Pensioen en de formatie – deel 2

6 april 2017

door Herman Kappelle, Directeur Adfis

Nederland is aan het formeren. De herziening van het pensioenstelsel zal waarschijnlijk niet ontbreken in het regeerakkoord. In dit drieluik schrijft Herman Kappelle over wat moet én wat al kan in het pensioen.

Nieuwe wet- en regelgeving? Er kan al heel veel!

Veel wensen uit de verkiezingsprogramma’s zijn al mogelijk met de huidige wet- en regelgeving.   Sociale partners en pensioenuitvoerders moeten dat dan wel willen maar wettelijke blokkades zijn er niet. Mijns inziens moeten alle betrokken partijen dat bij een kabinetsformatie in hun achterhoofd houden, voordat ze gaan onderhandelen over allerlei aanpassingen in bestaande wet- en regelgeving.

Voor meer pensioenflexibiliteit is geen wetswijziging nodig

Diverse politieke partijen pleiten voor meer flexibiliteit. ‘Eigen pensioenpotjes’ is daarbij een veelgehoorde term. De huidige beschikbare premieregelingen vullen dat al grotendeels in. Zeker na de invoering van de Wet verbeterde premieregeling die doorbeleggen na de pensioeningangsdatum mogelijk maakt. Voor het realiseren van deze individuele pensioenpotjes is dus geen wijziging van wetgeving noodzakelijk, laat staan een stelselherziening.

Ook de pensioendatum kan nu al flexibeler 

Dit geldt ook voor een andere wens die in diverse verkiezingsprogramma’s terugkomt: een flexibele pensioeningangsdatum. Zodat werknemers zelf kunnen kiezen of zij eerder of later met pensioen gaan. De Pensioenwet en de Wet op de loonbelasting maken dit nu al mogelijk, mits de pensioenovereenkomst daarin voorziet. Bij de pensioenovereenkomst zijn de sociale partners de contractspartijen. Het is dus aan hen om deze al bestaande wettelijke mogelijkheden om te zetten in daadwerkelijke flexibiliteit voor deelnemers.

In één keer een deel van het pensioen opnemen? Dat kan deels al.

Een andere veelgehoorde wens: op de pensioendatum in één keer een deel van het pensioen opnemen. Wettelijk is het al mogelijk om te beginnen met een hogere pensioenuitkering. En na een aantal jaar te zakken naar een lager pensioen. Voorwaarde daarbij is wel dat de hoogste en laagste uitkering binnen de verhouding 100:75 blijven. Ook hier geldt weer dat het de pensioenovereenkomst is die hierin moet voorzien. 

Ook deeltijdpensioen en vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw zijn al mogelijk

Voor deeltijdpensioen geldt hetzelfde. Er liggen geen wettelijke blokkades. Sociale partners en pensioenuitvoerders kunnen dit dus realiseren, mits ze daartoe bereid zijn. En daar schort het in de praktijk nogal eens aan. Maar aan de wetgever ligt het niet! Hetzelfde geldt voor werknemers die op latere leeftijd zzp’er worden en hun pensioenopbouw willen voortzetten bij het pensioenfonds van hun voormalige werkgever. Op basis van de huidige wetgeving kan een zzp’er zijn pensioenopbouw nog 10 jaar voortzetten.

Dit is dé oplossing voor de stelselherziening

Ook is er, op basis van de huidige wet- en regelgeving, al een beschikbare premieregeling mogelijk met een voor elke deelnemer gelijk percentage van de pensioengrondslag als beschikbare premie. Ongeacht de leeftijd.  
In mijn optiek is dat dé oplossing voor de stelsel discussie die al zolang gevoerd wordt. Een dergelijke beschikbare premieregeling leidt materieel tot hetzelfde pensioenresultaat als de door de SER onderzochte variant van een uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw. Er is bij deze oplossing echter geen sprake van leeftijdsonderscheid. Daardoor kan deze optie relatief eenvoudig worden ingevoerd zonder in strijd te komen met Europese richtlijnen op het gebied van gelijke beloning. Ik schreef daar al eerder over.

Een besluit van de staatssecretaris is voldoende

Een knelpunt hierbij vormt de fiscale regelgeving. De gelijkblijvende beschikbare premie voor iedereen mag namelijk niet hoger zijn dan het percentage dat geldt bij een stijgende staffel voor de leeftijdscategorie 20-24. Met dit relatief lage percentage is het onmogelijk om in 40 dienstjaren 75% van de gemiddelde pensioengrondslag aan pensioen op te bouwen: het niveau dat in Nederland als een adequaat pensioen wordt gezien. Om dit niveau te bereiken met een gelijkblijvend percentage voor iedereen, moet het percentage vanaf aanvang ongeveer twee keer zo hoog zijn. Ingrijpend gewijzigde wetgeving is echter niet nodig: een besluit van de staatssecretaris van Financiën volstaat. 

Met politieke wil en moed zijn blokkades eenvoudig te slechten

Kortom, veel van de wensen in verkiezingsprogramma’s zijn op dit moment al mogelijk. De juridische en fiscale blokkades zijn eenvoudig te slechten. Maar dan moeten de sociale partners en pensioenuitvoerders de wettelijke mogelijkheden wél benutten door ze op te nemen in de pensioenregelingen. Daar is geen wetgevend traject voor nodig, maar politieke wil en moed van alle betrokken partijen. Daarmee komen we wellicht binnen afzienbare tijd tot een beter pensioenstelsel.

Herman Kappelle
Herman Kappelle, Directeur Adfis
Herman Kappelle is directeur Aegon Adfis en bijzonder hoogleraar fiscaal pensioenrecht. Aandachtsgebied groot zakelijke markt en de politieke ontwikkelingen rond pensioen.