Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Aandacht voor fiscale gevolgen van afspraken bij echtscheiding voorkomt ongewenste uitkomsten

Aandacht voor fiscale gevolgen van afspraken bij echtscheiding voorkomt ongewenste uitkomsten

3 mei 2021

Y is in het bezit van een landgoed. De leningen voor de aankoop van het landgoed zijn door Y aangegaan. X is mede hoofdelijk schuldenaar. Als X en Y scheiden betaalt X aan Y een maandelijkse bedrag, dat voor 50 procent uit alimentatie en voor 50 procent uit rentevergoeding uit een dringende verplichting van moraal en fatsoen bestaat. Y trekt de volledig verschuldigde hypotheekrente af van haar inkomen, wat de belastinginspecteur niet accepteert.

Inspecteur accepteert renteaftrek gedeeltelijk

X wil graag dat zijn vrouw en kinderen na de scheiding op het landgoed kunnen blijven wonen totdat het landgoed is verkocht. De lening voor het totale landgoed is 3 miljoen euro. Een groot deel daarvan is een eigenwoningschuld. X betaalt Y voldoende geld per maand om de rentekosten en onderhoudskosten van het landgoed te betalen. Maar X betaalt Y het bedrag niet volledig als alimentatie. De helft is een rentevergoeding uit een dringende verplichting van moraal en fatsoen. Deze verplichting eindigt wanneer het landgoed is verkocht. Y brengt de hypotheekrente volledig ten laste van haar inkomen. De belastinginspecteur accepteert de aftrek gedeeltelijk.

Aftrek eigenwoningrente alleen voor de rente die uit alimentatie wordt betaald

Belastbare inkomsten eigen woning zijn de voordelen uit eigen woning verminderd met de op die voordelen drukkende aftrekbare kosten.

Volgens Y drukt de volledige rente op haar inkomen omdat de rente van de en/of rekening wordt betaald aan de bank. Daarnaast is zij de lening ter verwerving, onderhoud en verbetering van de eigen woning aangegaan. X heeft weliswaar meegetekend voor de lening, maar die is voor hem niet ter verwerving van de eigen woning, aldus Y. De Belastinginspecteur brengt hier tegen in dat Y en X na de echtscheiding ieder de helft van de leningen aan de bank verschuldigd zijn zodat Y slechts de rente over de helft van de leningen in mindering kan brengen op haar inkomen. Daarnaast drukt de rente niet op Y voor het deel dat deze de alimentatie overschrijdt. Daaruit volgt dat X het meerdere van de rentekosten heeft voldaan.

Het hof is het eens met de belastinginspecteur voor wat betreft het deel van de rente dat op Y drukt. Y heeft recht op renteaftrek voor het deel dat van haar alimentatie wordt betaald. Het enkele feit dat de betaling aan de bank via de en/of-rekening van Y en X is verlopen, maakt dit niet anders, aldus het hof. Het is alleen anders als de rente, net als de rente die is voldaan uit de ontvangen alimentatie, uit inkomen van Y is voldaan. Dat is hier niet het geval. Het hof geeft aan dat de rechtens afdwingbare verplichting van X ervoor zorgt dat X de plicht heeft uit zijn vermogen de helft van de rente aan de bank te voldoen totdat het landgoed is verkocht. Deze rente is voor Y niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.

Voor wat betreft de toerekening van de lening is het hof niet eens met de belastinginspecteur. De lening is volledig toe te rekenen aan Y ook al heeft X meegetekend, omdat alleen zij de lening is aangegaan ter verwerving van de woning.

Commentaar

X wilde dat Y en de kinderen op het landgoed bleven wonen, maar het landgoed moest wel worden verkocht. X betaalde voldoende per maand aan Y om de rente en andere lasten te kunnen voldoen, maar niet in de vorm van alimentatie. Voor een gedeelte van de uitkering is in verband met de toekomstige verkoop van de woning gekozen voor een dringende verplichting uit moraal en fatsoen. Dat dit er voor zorgde dat Y niet de volledige hypotheekrente in aftrek kon brengen, was niet ingecalculeerd. Hieruit blijkt weer dat, als bij echtscheiding wordt beoogd om het voor de achterblijvende partner zo goed mogelijk te regelen, niet alleen moet worden gekeken naar de beste juridische constructie maar ook naar de fiscale gevolgen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 mei 2021

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 23 april 2021