Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Aanpassen ODV-uitkeringsperiode na verlagen AOW-leeftijd toegestaan

Aanpassen ODV-uitkeringsperiode na verlagen AOW-leeftijd toegestaan

7 april 2020

Een eerder vastgestelde ODV-uitkering mag volgens het CAP eenmalig worden aangepast aan de - door de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd - lagere AOW-leeftijd.

Uitkeringsperiode oudedagsverplichting

In het kader van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (Wet uitfasering PEB) kon de DGA kiezen om zijn pensioen in eigen beheer (PEB) af te kopen, om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV) of premievrij in stand te houden in de BV. De keuze van afkoop of omzetting in een ODV moest vóór 1 januari 2020 gemaakt zijn.

In de Wet op de loonbelasting 1964 (artikel 38p Wet LB) zijn de fiscale voorwaarden opgenomen voor een aanspraak ingevolge ODV. Volgens dit artikel moet de waarde van de ODV worden uitgekeerd in een periode van 20 jaar vanaf het bereiken van de AOW-leeftijd. Wordt de eerste ODV-termijn (maximaal vijf jaar) vóór de AOW-leeftijd uitgekeerd, dan wordt de standaard uitkeringsperiode verlengd met de periode gelegen tussen het uitkeren van de eerste ODV-termijn en het bereiken van de AOW-leeftijd. De duur van de ODV-uitkeringsperiode staat hiermee in principe vast bij aanvang van de ODV-uitkering.

Mag de ODV-uitkeringsperiode wijzigen na verlaging AOW-leeftijd?

Als gevolg van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd die op 1 januari 2020 in werking trad, wordt de AOW-leeftijd eerder bereikt dan tot 1 januari 2020 het geval was. Hierdoor is de ODV-uitkeringsduur in situaties dat een directeur grootaandeelhouder (DGA) zijn ODV heeft laten ingaan, voor zijn AOW-datum en voordat de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd bekend was, langer dan voor DGA’s die hetzelfde doen ná ingang van die wet.

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) kreeg in dat kader de vraag of de ODV-uitkeringsperiode mag worden aangepast. Zij antwoordde daarop bevestigend.

De vraag en het antwoord (V&A 20-003) leest u - enigszins verkort - hierna.

Vraag

X is geboren op 1 juni 1957. Op 1 september 2019 heeft hij de ODV-termijnen laten ingaan. Naar de toen geldende wetgeving zou hij op 1 september 2024 zijn AOW-leeftijd bereiken. Omdat de ODV-termijnen vijf jaar vóór de in 2019 geldende AOW-leeftijd zijn ingegaan, is de ODV-uitkeringsperiode toen vastgesteld op 25 jaar. Als gevolg de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd bereikt X drie maanden eerder zijn AOW-leeftijd, op 1 juni 2024. Kan de resterende duur van de ODV-uitkeringsperiode worden aangepast aan de lager vastgestelde AOW-leeftijd?

Antwoord

Ja, het ontmoet fiscaal geen bezwaar om de eerder vastgestelde ODV-uitkeringsperiode eenmalig aan te passen aan de door de invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd lager vastgestelde AOW-leeftijd. Dit is echter niet verplicht. Voor het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode gelden de volgende aandachtspunten:

  • Het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode kan zowel gedurende het ODV-uitkeringsjaar als op de ODV-uitkeringsverjaardag plaatsvinden.
  • Het bedrag van de uit te keren ODV-termijnen moet direct herrekend worden bij het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode aan de lager vastgestelde AOW-leeftijd.
  • De ODV-uitkeringsverjaardag wijzigt niet bij het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode gedurende het ODV-uitkeringsjaar. Op het moment van deze tussentijdse aanpassing vindt er ook geen oprenting plaats van de op dat moment resterende waarde van de ODV.
  • Bij het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode op de ODV-uitkeringsverjaardag zal de waarde van de ODV wel opgerent moeten worden met de marktrente van artikel 12.3a van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB). Voor de oprenting van de ODV wordt verwezen naar V&A 17-027. Zie ook onze praktijkvraag hierover.
  • Bij het aanpassen van de resterende ODV-uitkeringsperiode aan de verlaagde AOW-leeftijd, mag de aangepaste resterende ODV-uitkeringsperiode (alsnog) naar keuze worden afgerond op hele maanden of jaren. Voor het afronden van een ODV-uitkeringsperiode wordt verwezen naar V&A 17-029.

 

In haar antwoord werkt het CAP ook een paar voorbeelden uit.

Commentaar

Door de Wet temporisering AOW-leeftijd gaat de AOW-uitkering drie tot tien maanden eerder in. Zie ook ons nieuwsbericht van 19 juni 2019. Dit betekent dat het aanpassen van de ODV-uitkeringsperiode – afhankelijk van het geboortedatum van de ODV-gerechtigde DGA - eveneens drie tot tien maanden korter wordt, wanneer hij zijn ODV-uitkering heeft laten ingaan vóór 1 januari 2020.

De vervroeging van de AOW-datum heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld vroegpensioenregelingen en de hoogte van het op te bouwen ouderdomspensioen. Onder voorwaarden hoeft de einddatum van de vroegpensioenregeling niet gelijk te zijn aan de (verlaagde) AOW-datum. Daarover leest u meer in ons nieuwsbericht van 8 januari 2020. Over de gevolgen van de vervroegde AOW-datum op het op te bouwen pensioen schreven wij in ons nieuwsbericht van 17 oktober 2019.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen, Vraag en Antwoord 20-03, d.d. 24 maart 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 april 2020.