Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Aanpassing inkooptarieven nettopensioen bij pensioenfondsen

12 september 2017

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde een wijziging van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling naar de Tweede Kamer. Dit ontwerp besluit voorziet in een aanpassing van de inkooptarieven voor het nettopensioen bij pensioenfondsen. 

Aanleiding

Het nettopensioen is ingevoerd toen het pensioengevend salaris werd afgetopt op € 100.000 in 2015. Het nettopensioen is een vrijwillige beschikbare premieregeling voor werknemers  met een salaris van, inmiddels, meer dan € 103.317. De premies voor het nettopensioen moeten uit het netto loon worden betaald. De enige fiscale tegemoetkoming is een vrijstelling voor Box 3.
Het nettopensioen kan zowel door verzekeraars als door pensioenfondsen worden uitgevoerd. Bij een pensioenfonds is deelname aan de nettoregeling alleen mogelijk als de desbetreffende werknemer ook aan de basisregeling deelneemt. Een pensioenfonds heeft op grond van artikel 123 Pensioenwet één ongedeeld vermogen. Dat betekent dat het vermogen in de nettoregeling één financieel geheel vormt met het vermogen in de andere pensioenregelingen die het pensioenfonds uitvoert.

Om te zorgen voor de zogenoemde “fiscale hygiëne” moeten de middelen van de basisregeling voldoende gescheiden zijn van de middelen van de nettoregeling. Het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling bevat daarvoor voorwaarden voor de uitvoering van een nettopensioenregeling door een pensioenfonds. Eén van deze voorwaarden is dat het pensioenfonds bij de omzetting van het opgebouwde pensioenkapitaal in een periodieke uitkering een zogenoemd kostendekkend tarief moet  hanteren. Hiermee voorkomt het fonds  dat deelnemers aan de basispensioenregeling eventuele tekorten aan de nettoregeling voor hun rekening moeten nemen. Dit voorschrift leidt ertoe dat het fonds bij de omzetting van het pensioenkapitaal in een periodieke uitkering een opslag moet bepalen om bij te dragen aan de financiering van de collectieve zekerheidsbuffer van een pensioen ter hoogte van het vereist eigen vermogen, ongeacht de feitelijke vermogenspositie van het fonds. In voorkomende gevallen betaalt de deelnemer aan een nettopensioen hiermee voor een mate van zekerheid die hij op dit moment, gegeven de actuele stand van de dekkingsgraden bij veel pensioenfondsen, feitelijk niet krijgt. 

Aanpassing

De voorwaarde om een kostendekkend tarief te hanteren pakt voor de deelnemers aan een nettoregeling onevenwichtig uit. Daarom stelt de staatssecretaris in het ontwerp Besluit voor een “dekkingsgraadneutraal” inkooptarief te hanteren. Hierdoor kunnen deelnemers vaak tegen een gunstiger tarief nettopensioen inkopen bij hun eigen pensioenfonds, waarbij het voldoende scheiden van de middelen voor de verplichte basisregeling en het nettopensioen het uitgangspunt blijft. Een dekkingsgraadneutraal inkooptarief wil zeggen dat de omzetting van het pensioenkapitaal in een periodieke uitkering plaatsvindt op basis van een procentueel inkooptarief dat gelijk is aan de actuele dekkingsgraad van het pensioenfonds. Een aantal aanvullende voorwaarden zorgt er voor dat;

  • deelnemers aan de nettopensioenregeling bijdragen aan de dekkingsgraad van het pensioenfonds tot in ieder geval het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen;
  • inkoop van het nettopensioen bij fondsen met een hoge dekkingsgraad niet leidt tot subsidiëring vanuit het vermogen dat is gevormd ter financiering van de basispensioenregeling;
  • vanuit de basispensioenregeling niet in hogere mate wordt bijgedragen aan het herstel van de dekkingsgraad van een pensioenfonds dan vanuit de nettopensioenregeling op het moment van omzetting in een periodieke uitkering.

De maatregel werkt terug tot en met 1 september 2016 om deelnemers die reeds een nettopensioen bij een pensioenfonds hebben ingekocht of tot de inwerkingstredingsdatum van het besluit gaan inkopen, zoveel mogelijk tegemoet te komen.

Commentaar

De Pensioenfederatie kaartte in een brief aan de staatssecretaris van SZW van februari 2017 het probleem van het kostendekkende tarief aan . De staatssecretaris kondigde in een brief juni 2017 de maatregelen aan die ze nu in dit ontwerpbesluit neerlegt.

In de brief kondigt de staatssecretaris echter ook aan dat het kabinet het voor deelnemers die hun nettopensioen opbouwen bij een pensioenfonds wettelijk mogelijk wil maken om op de pensioeningangsdatum voor de uitkeringsfase van hun nettopensioen te kiezen voor een andere pensioenuitvoerder, zoals een verzekeraar (shoprecht). Momenteel hebben deelnemers aan een nettopensioenregeling bij een pensioenfonds deze mogelijkheid niet. Dit komt doordat een fonds dat een vrijwillige pensioenregeling, zoals nettopensioen, aanbiedt, moet voldoen aan de taakafbakeningseisen. Op grond van deze eisen moet het nettopensioen worden ingekocht in de basispensioenregeling van het betreffende fonds. Hierdoor is er geen mogelijkheid meer om op de pensioeningangsdatum over te stappen naar een verzekeraar voor de uitkeringsfase van het nettopensioen. Zodoende wil het kabinet in het belang van de deelnemer deze keuzemogelijkheid op pensioeningangsdatum wettelijk introduceren. Met deze maatregel wordt ook aan de deelnemers die zich met de eerste maatregel niet voldoende bediend voelen, een oplossing geboden. Daarom gaf het kabinet aan deze twee maatregelen als één pakket te beschouwen. Dit ontwerpbesluit regelt alleen het inkooptarief. Wij nemen aan dat het shoprecht binnen afzienbare tijd ook wordt geregeld. Daarvoor is aanpassing van de Pensioenwet noodzakelijk. 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Ontwerpbesluit tot wijziging van het inkooptarief voor nettopensioen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 12 september  2017.