Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Aanpassing vroegpensioenregelingen aan temporisering verhoging AOW-leeftijd

Aanpassing vroegpensioenregelingen aan temporisering verhoging AOW-leeftijd

8 januari 2020

Vanaf 1 januari 2020 mag de looptijd van een Vut-regeling, overbruggings- , pre-, nabestaandenoverbruggingspensioen en overbruggingslijfrenten aangepast worden, zonder dat de regeling dan onzuiver wordt.

Vroegpensioenregelingen, overbruggingslijfrene en nabestaandenoverbruggingspensioen

Met de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) in 2005 werden pensioenregelingen met een ingangsdatum vóór de AOW datum niet langer fiscaal gefaciliteerd. Voor VUT-, prepensioen- en overbruggingspensioenregelingen die op 31 december 2004 bestonden werd een overgangsregeling getroffen. Onder bepaalde voorwaarden zijn de wettelijke fiscale bepalingen voor deze bestaande regelingen van kracht gebleven.

Deze vroegpensioenregelingen hebben alle als kenmerk dat ze moeten eindigen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, de AOW-leeftijd die toen gold voor iedereen. Er geldt een fiscale sanctie wanneer deze vroegpensioenregelingen niet voldoen aan deze voorwaarde.

Nu de AOW-leeftijd is opgeschoven en de komende jaren getemporiseerd blijft opschuiven (zie ook ons nieuwsbericht van 4 november 2019) bestaat volgens de staatssecretaris van Financiën aanleiding om de overgangsregeling aan te passen. Dit mede ter voorkoming dat uitkeringen die doorlopen tot de AOW-leeftijd vóór temporisering leiden tot toepassing van de sanctie van artikel 19b, Wet LB.

Overbruggingslijfrente

Voor overbruggingslijfrenten als bedoeld in artikel 3.125, lid 1 onderdeel c van de Wet IB 2001 (wettekst 2005) die bestonden op 31 december 2005 is een vergelijkbare overgangsregeling getroffen als voor de vroegpensioenregelingen. De overbruggingslijfrente heeft als kenmerk dat deze – naar keuze van de gerechtigde - moet eindigen in het jaar waarin de gerechtigde 65 jaar wordt of in het jaar waarin zijn pensioen ingaat dat hij heeft opgebouwd tijdens een dienstverband.

Door het getemporiseerd opschuiven van de AOW-leeftijd bestaat volgens de Staatssecretaris ook voor de overbruggingslijfrente aanleiding om mogelijk te maken dat deze desgewenst eindigt in het jaar waarin de lijfrentegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt.

Nabestaandenoverbruggingspensioen

Een nabestaandenoverbruggingspensioen is een tijdelijk nabestaandenpensioen. Een van de voorwaarden die de wet (artikel 18f, Wet LB) stelt aan dit pensioen is dat het uiterlijk eindigt op de AOW-ingangsdatum van de nabestaande. Door de invoering van de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd kan de situatie zich voordoen bij ingegane nabestaandenoverbruggingspensioenen dat de AOW-leeftijd die bepalend was voor het beëindigen van de uitkeringen tijdens de uitkeringsfase is verlaagd en de pensioenuitvoerder een AOW-leeftijd hebben vastgelegd die gold vóór de temporisering. Deze nabestaandenoverbruggingspensioenen zouden daardoor fiscaal onzuiver worden. Dit acht de staatssecretaris van Financiën ongewenst.

Goedkeuringen

De staatssecretaris van Financiën keurt goed dat de uitkeringen voor de hiervoor genoemde vroegpensioenregelingen, overbruggingslijfrente en nabestaandenoverbruggingspensioen worden verlengd tot de gestegen AOW-leeftijd. Wanneer de AOW-leeftijd na ingangsdatum van et overbruggings-, nabestaandenoverbruggings-, prepensioen of overbruggingslijfrente wordt verlaagd, mag uitgegaan worden van de AOW-leeftijd vóór deze verlaging.

Hiervoor gelden de volgende zeven voorwaarden:

  1. De wettelijke voorwaarden voor VUT-regelingen, regelingen voor een overbruggings-, nabestaandenoverbruggings- of prepensioen dan wel een overbruggingslijfrente blijven van kracht voor zover daarvan in de volgende voorwaarden niet wordt afgeweken.
  2. De omvang van de bestaande uitkeringsrechten mag niet worden uitgebreid of verminderd. De bestaande uitkeringsrechten moeten actuarieel  worden herrekend naar uitkeringen die over de aan de gewijzigde AOW-leeftijd aangepaste periode plaatsvinden. Deze herrekening brengt daarom een aanpassing van de uitkering per overeengekomen uitkeringstijdvak met zich.
  3. De uiterste wettelijke ingangsdata van de uitkeringen uit een regeling voor overbruggings- of prepensioen ondergaan door bovenstaande goedkeuringen geen wijziging.
  4. Een reeds lopende uitkering wordt op het moment van aanpassing niet geacht opnieuw te zijn ingegaan.
  5. De wettelijke (on)mogelijkheden om uitkeringen in hoogte te variëren ondergaan door bovenstaande goedkeuringen geen wijziging behoudens de variatie die voortvloeit uit de aanpassing als bedoeld in voorwaarde b.
  6. De uitkeringen uit een VUT-regeling, regeling voor overbruggings-, nabestaandenoverbruggings of prepensioen eindigen uiterlijk op het moment dat de uitkeringsgerechtigde de voor hem of haar geldende AOW-leeftijd bereikt. De uitkeringen uit een overbruggingslijfrente eindigen uiterlijk in het jaar waarin de lijfrentegerechtigde de voor hem of haar geldende AOW-leeftijd bereikt.
  7. Ingeval de voor de uitkeringsgerechtigde geldende AOW-leeftijd na de ingangsdatum van het overbruggings-, nabestaandenoverbruggings- of prepensioen of de overbruggingslijfrente wordt verlaagd, mag voor de toepassing van voorwaarde f ook worden uitgegaan van de AOW-leeftijd die van toepassing was vóór deze verlaging.

 

Commentaar

De Wet Temporisering verhoging van de AOW-leeftijd is een gedeeltelijke uitwerking van het Principeakkoord dat minister Koolmees op 5 juni 2019 presenteerde. In een sneltreinvaart werd het wetsvoorstel voor de vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd door de Tweede en Eerste Kamer geloodst. Deze wet veroorzaakt problemen voor regelingen waarvoor de fiscale wetgever een koppeling voorschrijft met de AOW-datum. Die problemen tackelt de staatssecretaris met dit besluit.

Dit besluit is een actualisatie van het Besluit van 17 december 2013, nr. BLKB2013/2201M. De goedkeuringen vanwege de verhoging van de AOW-leeftijd zijn aangepast aan de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (Stb.2019, 246). Verder is de werking van de goedkeuringen uit het besluit ook van toepassing verklaard nabestaandenoverbruggingspensioenen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 december 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Staatscourant 24 december 2019, nr. 66199