Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Aanvullende Kamervragen herziene IORP-richtlijn

20 september 2016

Staatssecretaris Klijsma (SZW) zendt de Tweede Kamer antwoorden op aanvullende vragen over de IORP-richtlijn. De Pensioenwet zal op een aantal punten worden aangepast.

Hoofdlijnen herziening

De Tweede Kamer stelde Klijnsma aanvullende vragen over de herziene IORP-richtlijn die onder EU-voorzitterschap van Nederland was aangenomen (zie voor meer informatie over deze herziening ons nieuwsbericht van 28 juni 2016 en ons nieuwsbericht van 18 juli 2016). Het uiteindelijke onderhandelingsresultaat sluit volgens de staatssecretaris aan bij het Nederlandse stelsel. Er is geen sprake van (verdere) harmonisering van kapitaaleisen, er zijn geen gedelegeerde bevoegdheden voor de Europese Commissie of EIOPA, er is geen verplichting om een bewaarder aan te stellen voor DC-regelingen en de vereisten op het gebied van communicatie en governance zijn sterk in detail verminderd.

 

Een aantal interessante antwoorden uit de brief van Klijnsma treft u hieronder aan.

Rol DNB bij grensoverschrijdende waardeoverdracht versterkt

Het is onder de huidige IORP-richtlijn al mogelijk dat een Nederlandse pensioenregeling in een andere lidstaat wordt uitgevoerd. Als een werkgever beslist om een Nederlandse regeling te verplaatsen van een pensioenfonds in Nederland naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, vindt er een collectieve waardeoverdracht plaats. Op dit moment toetst DNB deze collectieve waardeoverdracht op basis van artikel 90 en artikel 83 of artikel 84 van de Pensioenwet. Belangrijke meerwaarde van de herziening van de richtlijn is volgens Klijnsma dat dit nu ook op Europees niveau geregeld wordt. Daarbij worden bovendien de criteria op basis waarvan DNB toetst explicieter vastgelegd. In het uiteindelijke onderhandelingsresultaat is geregeld dat DNB een collectieve waardeoverdracht van een Nederlands pensioenfonds naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat kan tegenhouden indien:

  • de individuele pensioenrechten van de deelnemers, gewezen deelnemers en/of pensioengerechtigden waarvan de aanspraken worden overgedragen, worden aangetast;
  • de rechten van de achterblijvende deelnemers, gewezen deelnemers en/of pensioengerechtigden onvoldoende zijn beschermd na de overdracht, dan wel aangetast worden door de overdracht;
  • de regeling zich in onderdekking bevindt op basis van het Nederlandse financieel toetsingskader.

 

Deze criteria sluiten aan op de criteria waar DNB in de huidige praktijk naar kijkt. In de huidige Pensioenwet is opgenomen dat DNB een collectieve waardeoverdracht kan tegenhouden, echter zonder daarbij expliciete criteria te noemen. Bij de implementatie van de richtlijn zullen deze criteria ook in de Nederlandse Pensioenwet verankerd worden, waardoor er een stevigere wettelijke grondslag komt waar DNB zich op kan beroepen. Dat betekent een versterking van de positie van DNB.

Rol deelnemer bij grensoverschrijdende waardeoverdracht ook sterker

De rol van de deelnemer versterkt met de herziening van de richtlijn. Er zijn verschillende manieren waarop de deelnemer inspraak heeft bij een collectieve waardeoverdracht naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat:

  • 1. Met de wijziging van de Wet op de ondernemingsraden per 1 oktober 2016 moet de ondernemingsraad instemmen voordat een werkgever kan besluiten de pensioenregeling te laten uitvoeren door een pensioeninstelling uit een andere lidstaat.
  • 2. Volgens de herziene richtlijn moet een meerderheid van de deelnemers en gewezen deelnemers en een meerderheid van de pensioengerechtigden, of hun vertegenwoordigers, instemmen met een collectieve waardeoverdracht naar een pensioeninstelling uit een andere lidstaat. Met dit instemmingsrecht wordt de positie van de deelnemer nog sterker verankerd.
  • 3. Een individuele deelnemer blijft de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen zijn of haar deel van de waardeoverdracht*. Op basis van artikel 83, tweede lid, onderdeel a, van de Pensioenwet kan een individuele deelnemer bezwaar maken tegen de collectieve waardeoverdracht. Dit bezwaar heeft geen betrekking op de totale waardeoverdracht, maar op het deel van het betreffende individu. De regels van de IORP-richtlijn hebben hier geen betrekking op en doen daarmee ook niet af aan deze mogelijkheid.

 

Beperkt aantal Nederlandse regelingen in België uitgevoerd

Op dit moment voeren Belgische pensioeninstellingen de regelingen uit van zeven Nederlandse werkgevers, met een totale waarde van circa 550 miljoen euro. Dit op een totaal pensioenvermogen van meer dan 1200 miljard euro. Er is dus nog geen 0,1% van het totale pensioenvermogen in de Nederlandse regelingen bij een Belgische pensioeninstelling ondergebracht. Daarnaast is volgens Klijsma van een klein aantal pensioenfondsen en/of werkgevers bij DNB bekend dat zij een mogelijke overdracht van hun Nederlandse pensioenregeling naar een Belgische pensioeninstelling onderzoeken. AON Hewitt, ExxonMobil en BP hebben dat inmiddels publiek gemaakt, maar over de andere gevallen (maximaal twee) kan DNB in verband met vertrouwelijkheid geen uitspraken doen.

Het kabinet gaat de komende periode op basis van een onderzoek opnieuw inventariseren wat de precieze omvang en gevoelde urgentie met betrekking tot grensoverschrijdende dienstverlening is bij belanghebbenden. Op basis daarvan zal het kabinet bezien of het mogelijk en wenselijk is om wet- en regelgeving aan te passen.

Aansprakelijkheid overheid bij onderdekking?

De Kamer stelde ook een vraag over de gevolgen van het arrest Hogan (zie ons nieuwsbericht van 9 april 2015). Dit arrest van het Europese Hof van Justitie gaat over de bescherming van werknemers bij faillissement van de werkgever. Kort gezegd komt het erop neer dat de overheid aansprakelijk is als bij faillissement van een werkgever de werknemers minder dan de helft van hun pensioenrechten ontvangen.

Uit een eerdere analyse van het kabinet van het Hogan-arrest blijkt dat de bescherming van de werknemer in Nederland op grond van de WW en de Pensioenwet zodanig is, dat het risico dat deze minder dan de helft van zijn pensioenrechten krijgt uitgekeerd erg klein is. In specifieke situaties kan het voorkomen dat de Nederlandse Staat op grond van het Unierecht aansprakelijk is. Er kan worden gedacht aan de situatie dat een werkgever met een ondernemingspensioenfonds bijbetalingsverplichtingen heeft en deze door insolventie niet kan nakomen. Wanneer zich in dat geval de situatie zou voordoen dat de begunstigde (mede door andere oorzaken) minder dan 50% van de pensioenrechten ontvangt, dan is Nederland op grond van het Unierecht aansprakelijk voor de schade. In het geval een werkgever die aangesloten is bij een bedrijfstakpensioenfonds failliet is maar alle pensioenpremies voor zijn werknemers zijn betaald (door hemzelf plus het UWV), dan is de schade die direct veroorzaakt wordt door de insolventie dus nul. Het Hogan-arrest gaat zodoende naar de interpretatie van het kabinet niet zo ver dat ‘de Nederlandse staat als gevolg van Richtlijn 2008/94 (de insolventie richtlijn) voor honderden miljarden garant staat, zoals de CDA-fractie stelt.

Planning omzetting in wetgeving

De planning voor het vervolg van het traject is dat het Europees Parlement naar verwachting dit najaar over het voorstel zal stemmen. Daarna volgt, naar verwachting tegen het einde van dit jaar, de publicatie van de richtlijn en de inwerkingtreding. Vervolgens hebben de lidstaten een termijn van twee jaar om de herziene richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Het kabinet zal uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van de richtlijn het implementatieplan naar de Tweede Kamer sturen. Dit maakt duidelijk welke artikelen van de Pensioenwet aangepast moeten worden. Vervolgens dient de staatssecretaris het wetsvoorstel tot implementatie van de richtlijn in voor behandeling in de Kamer. Nadat het wetsvoorstel door beide Kamers is aangenomen en in werking is getreden, zijn pensioenfondsen hieraan gebonden.

Commentaar

In de beantwoording van Klijnsma van de aanvullende vragen van de Tweede Kamer lezen wij niet zoveel nieuws. Het is een samenvoeging van eerdere antwoorden op Kamervragen. Interessant is het aangekondigde onderzoek naar grensoverschrijdende dienstverlening. Wij zijn erg benieuwd naar de uitkomsten en de reactie van het kabinet.

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

Bron: Beantwoording schriftelijke overleg IORP, 13 september 2016.

* Dit recht heeft een deelnemer overigens niet bij een collectieve waardeoverdracht als gevolg van het liquideren van een pensioenfonds (art. 84 PW)

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 september 2016.