Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

ABP niet langer verplichte uitvoerder netto pensioen overheid

17 november 2014

Staatssecretaris Klijnsma  geeft antwoord op vragen uit de Eerste Kamer over het wetsvoorstel waarmee netto pensioenen mogelijk wordt. Zij geeft aan dat overheidswerkgevers tóch een vrije keuze hebben in de aanbieder van het netto pensioen. Zij zijn dus niet verplicht om te kiezen voor het ABP. 

 

Vragen door OSF

De staatssecretaris van SZW, Jetta Klijnsma, geeft antwoord op de vragen uit de Eerste Kamer in de Nadere memorie van antwoord bij de Verzamelwet pensioenen 2014. De heer De Lange van de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) was de enige senator die nog vragen had over het wetsvoorstel. 

 

Geen aftopping bij partnerpensioen?

De Lange vraagt waarom bij het arbeidsongeschiktheidspensioen de aftopping op € 100.000 achterwege blijft terwijl bij het partnerpensioen op risicobasis dit niet het geval is. Klijnsma antwoordt dat het arbeidsongeschiktheidspensioen al sinds de invoering van het Witteveenkader geen vastomlijnde begrenzing kent. Dit is anders voor het partnerpensioen, waarvoor concrete grenzen gelden die samenhangen met de fiscale begrenzing voor het ouderdomspensioen. Deze begrenzing is voor partnerpensioen op opbouwbasis en partnerpensioen op risicobasis gelijk. Een aftopping van het nabestaandenpensioen is in lijn met de aftopping van het ouderdomspensioen. Hierbij is ook van belang dat zowel op grond van de Pensioenwet als op grond van de fiscale wetgeving een onderlinge ruil mogelijk is van nabestaandenpensioen naar ouderdomspensioen.

 

Aftopping rendement 3%-staffel

Klijnsma licht toe waarom bij het hanteren van de 3%-premiestaffel het rendement boven het middelloonniveau ten goede moet komen aan de pensioenuitvoerder, ook wanneer de deelnemer hiervoor premies heeft betaald uit zijn netto inkomen. Zij geeft aan dat de uitkeringsbegrenzing geldt voor alle beschikbarepremieregelingen waarbij een 3%-premiestaffel is gehanteerd. Met de uitkeringsbegrenzing wil het kabinet voorkomen dat bij het hanteren van een 3%-premiestaffel meer pensioen kan worden opgebouwd dan mogelijk is binnen een fiscaal zuivere middelloontoezegging. Aangezien het nettopensioen enkel in de vorm van een beschikbarepremieregeling kan worden aangeboden, geldt de uitkeringsbegrenzing ook voor het nettopensioen.
Tevens wordt hiermee een fiscaal gefaciliteerde vroegpensionering tegengegaan. Het feit dat voor het nettopensioen een andere fiscale facilitering (box 3-vrijstelling) geldt dan voor brutobeschikbarepremieregelingen (omkeerregel), doet niet af aan de hiervoor genoemde doelstellingen van de uitkeringsbegrenzing.

 

Overheidswerkgever toch vrije keuze aanbieder netto pensioen

Voor het ABP geldt de Wet privatisering ABP. Dat betekent volgens De Lange dat als een regeling van nettopensioen verplicht is gesteld, een overheidswerkgever niet de keuze heeft de regeling voor nettopensioen door een andere pensioenuitvoerder te laten uitvoeren. Volgens Klijnsma is het nettopensioen meer gericht op individuele keuzevrijheid van werkgevers en werknemers. Daarom past dit niet in het systeem van de verplichte afbakening van pensioen zoals in de Wet privatisering ABP is vastgelegd. Daarom maakt het kabinet het mogelijk dat overheidswerkgevers dezelfde keuzevrijheid krijgen als de werkgevers in de markt.

 

Commentaar

Het is een goede zaak dat overheidswerkgevers de vrijheid krijgen om een uitvoerder voor het nettopensioen te kiezen. Verplichte deelname aan het ABP past niet bij het karakter van de regeling. De argumentatie waarom partnerpensioen op risicobasis wel onder de aftopping valt en waarom de uitkeringstoets bij een 3%-staffel van toepassing is, overtuigt minder.
Met de Nadere memorie van antwoord is de schriftelijke fase van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel afgerond. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel nog dit jaar door de Eerste Kamer zal worden aangenomen. Op 8 december staat het wetsvoorstel op de agenda van de Eerste Kamer. 

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis

 

Bron: Nadere memorie van antwoord bij de Verzamelwet pensioenen 2014 (33863), 14 november 2014

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 november 2014