Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Advies waardeoverdracht pensioen leidt tot schadevergoeding

5 februari 2019

X sluit een individuele pensioenverzekering (C-polis). Het betreft een beleggingsverzekering. Zijn adviseur weet X te overtuigen zijn opgebouwde pensioenen bij een pensioenuitvoerder over te dragen naar deze polis. Als X op de pensioendatum een veel lager pensioen ontvangt dan voorgesteld, stapt hij naar de rechter.

Adviseur heeft X niet voldoende gewaarschuwd

X bouwde vanaf 1 maart 1975 tot 1 september 1998 een pensioen op tijdens zijn werk in de bakkerijbranche. Per 1 november 1998 gaat X werken bij een andere werkgever in dezelfde branche. X koos toen op advies van tussenpersoon om het opgebouwde pensioen niet over te dragen, maar bij de nieuwe werkgever een aanvullend pensioen op te bouwen in een zogenaamde C-polis bij Delta Lloyd.

Op 7 mei 1999 deelt de adviseur aan X het volgende mee:

“Pensioenoverdracht

Met genoegen doe ik je hierbij het voorstel toekomen met betrekking tot de overdracht van jouw premievrije pensioen van [naam bedrijf].

De collectieve pensioenregeling van [naam bedrijf 2] kent geen geïndexeerd ouderdomspensioen. Het huidige premievrije ouderdomspensioen van f 72.481,= is op je 65-ste nog steeds f 72.481, =. Bij Delta Lloyd wordt een ouderdomspensioen verkregen van f 86.976,= uitgaande van het prognosekapitaal van f 1.226.374,=.

Met andere woorden, indien met de overdrachtswaarde een rendement kan worden gerealiseerd van gemiddeld 7% per jaar is er al sprake van een ouderdomspensioen dat f 14.495,= per jaar hoger ligt dat het pensioen van de collectieve regeling van [naam bedrijf]!

Wij adviseren je dan ook om de aanspraken van [naam bedrijf] over te dragen naar je eigen, individuele winstdelende pensioenpolis.

Voor de overdracht zijn geen medische waarborgen nodig, ondertekening van het voorstel op pagina 2 is voldoende.

Bij deze brief zit een cijfermatig overzicht, waaruit o.a. blijkt dat de overdrachtswaarde per 1 mei 1999 f 552.346,= bedraagt. Het prognosekapitaal en het daarbij behorende ouderdomspensioen bij in leven zijn op de pensioendatum wordt voorgerekend met rendementen van 6, 7 en 9%. Alle voorgerekende pensioenuitkeringen zijn hoger dan het premievrije ouderdomspensioen dat bij [naam bedrijf] was opgebouwd. X en zijn echtgenote ondertekenen het voorstel voor akkoord, waarna Delta Lloyd een offerte stuurt voor de beleggingsverzekering inclusief de overdrachtswaarde. In de toelichting van de offerte staat dat de genoemde voorgestelde pensioenen slechts een indicatie zijn. Daarnaast staat in de offerte een waarschuwing over de risico’s die beleggen meebrengt; zoals een kans op een hoger maar ook een lager rendement en dat de gepresenteerde bedragen uitsluitend bedoeld zijn als voorbeeld en niet als garantie.

In 2015 gaat X met pensioen. Hij ontvangt een levenslang oudedagspensioen van € 14.959, uit de polis met de overdrachtswaarde. Dit is nog niet eens de helft van het opgebouwde premievrije pensioen.

X stapt naar de rechter en eist dat de adviseur het verschil aanvult in het verkregen ouderdomspensioen en het oorspronkelijke ouderdomspensioen. X eist ook dat hij de verkregen provisie voor het advies krijgt. X geeft aan dat de adviseur haar zorgplicht schond, handelde in strijd met wat een redelijk bekwaam (pensioen)adviseur zou moeten doen en er sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. Om die reden is de adviseur volgens X aansprakelijk voor de door X geleden schade.

Verwacht van bakkerijbranche geen kennis van beleggen en pensioen

De adviseur doet een beroep op verjaring. Volgens de adviseur kon X al jaren zien aankomen dat het pensioenkapitaal een te lage waarde had voor de veronderstelde pensioenen, aangezien hij elk jaar een waarde overzicht kreeg van de pensioenpolis. Volgens de adviseur had X daarom al eerder kunnen weten dat hij schade heeft geleden en is hij te laat. Bovendien was X gewaarschuwd, dat beleggen risico’s meebrengt.

De Rechtbank is het daarmee niet eens. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren nadat de benadeelde bekend is geworden met zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon (artikel 3:310 lid 1 BW). X wist pas toen hij met pensioen ging (in 2015) de hoogte van zijn schade en stelde zijn adviseur in 2017 aansprakelijk.

De dagvaarding is binnen de termijn van vijf jaar, dus geen sprake van verjaring.

Voor wat betreft het pensioenadvies is de adviseur sterk in gebreke geweest, aldus de rechtbank. De rechtbank verwijst daarvoor naar de norm, die het hof Den Haag in een eerdere soortgelijke zaak heeft gehanteerd:

“(…) van een redelijk handelend en redelijk bekwaam tussenpersoon/pensioenadviseur mag worden verwacht dat deze in een geval als dit, waarin hij in opdracht van en namens de werkgever de werknemers informeert over een eventuele overgang naar een andere pensioenregeling, de werknemers niet alleen voldoende en juiste informatie geeft, maar onder omstandigheden hen ook waarschuwt voor aan de overgang verbonden risico’s. Die waarschuwingsplicht, die mede strekt ter voorkoming van het aangaan van onverantwoorde risico’s als gevolg van onervarenheid, lichtzinnigheid of ondoordachtheid, kan onder omstandigheden ook gelden wanneer de werknemers op zichzelf over voldoende informatie (geacht mogen worden te) beschikken om de risico’s te kunnen (onder)kennen.”

Volgens de adviseur had X uit het formulier moeten begrijpen dat de C-polis voor zijn aanvullend pensioen een beleggingspolis was. En dat algemeen bekend is dat aan beleggen risico’s verbonden zijn. Daarmee is de rechter het niet eens. Vast stond immers dat X vanaf zijn 15e jaar werkte in de bakkerijbranche en geen bijzondere kennis van beleggen of pensioenen heeft.

Volgens de rechter rustte op de adviseur daarom een zware informatie- en waarschuwingsplicht ten aanzien van X toen zij hem adviseerde de waarde van het gehele pensioen over te dragen naar de C-polis. De adviseur had ervoor moeten zorgen dat X de risico’s kende en deze aanvaardde. De adviseur voerde nog aan dat zij X adequaat op risico’s heeft gewezen en verwees daarvoor naar de toelichting in de offerte. Ook daarin geeft de rechter de adviseur geen gelijk. De offerte kwam van Delta Lloyd, daardoor heeft de adviseur volgens de rechter niet voldaan aan haar eigen informatie- en waarschuwingsplicht. Bovendien worden hierin alleen algemene waarschuwingen gegeven, die door optimistische berekeningen lijken te worden tegengesproken.

De adviseur moet de provisie terugbetalen en wordt veroordeeld de pensioenschade te betalen. De hoogte van deze schade wordt berekend door een onafhankelijke deskundige.

Commentaar

In deze zaak wordt X met mooie cijfers overgehaald om zijn pensioengeld, dat recht gaf op een weliswaar nominaal maar vastgesteld pensioen, over te dragen naar een beleggingsverzekering Deze uitspraak toont dat een adviseur zelf zijn verantwoordelijkheid moet nemen met betrekking tot het informeren en waarschuwen voor risico’s van degene die hij adviseert. Dit blijkt tegenwoordige overigens ook uit bijvoorbeeld de Leidraad Pensioenadvisering, die wij onder meer bespraken in het nieuwsbericht van 8 augustus 2018 en de praktijkvraag van 5 oktober 2018. Door het niet nemen van deze verantwoordelijkheid is de adviseur schadeplichtig voor de door X geleden schade.

Opmerkelijk in deze zaak is dat het alleen maar om het beleggingsrisico gaat, waardoor X een fors lager pensioen krijgt. Eén zeker zo belangrijke oorzaak van het lage pensioen is de rekenrente die sinds 1999 fors lager is geworden. Zelfs als het beleggingskapitaal van X de voorgerekende rendementen had gerealiseerd, was het pensioenresultaat door de sterk gedaalde markrente waarschijnlijk lager geweest dan bij de vorige pensioenuitvoerder. Dit renterisico lijkt bij de overdracht van het pensioengeld evenmin besproken en blijft in deze zaak verder buiten beeld.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam, 21 januari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 januari 2019