Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Afgegeven E 101-verklaring heeft bindende bewijskracht

9 mei 2017

Afgegeven E 101-verklaringen voor werknemers die in het buitenland werken, zijn bindend. Zelfs wanneer het werkland oordeelt dat deze verklaringen helemaal niet afgegeven hadden mogen worden. Dat bepaalde het Europese Hof van Justitie.

Wat is een E 101-verklaring?

Voor de Europese sociale zekerheidswetgeving geldt als algemene regel dat een werknemer sociaal verzekerd is in het land waar hij werkt. Dit wil zeggen dat als een werknemer tijdelijk naar bijvoorbeeld Duitsland wordt uitgezonden, hij is onderworpen aan de sociale zekerheidswetgeving van dat land. Om daar verzekerd te zijn, moet hij in Duitsland sociale premies betalen.

Het is ook mogelijk om ervoor te kiezen dat de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving van toepassing blijft op de werknemer die tijdelijk in het buitenland werkt. Dit heeft onder andere als voordeel dat er geen breuk ontstaat in de AOW en dat de werknemer eventueel een beroep kan doen op een Nederlandse sociale zekerheidsuitkering.

Om in het werkland aan te tonen dat werknemer in Nederland verzekerd blijft en sociale premies afdraagt, heeft de werknemer een zogenaamde detacheringsverklaring nodig. Deze verklaring, ook wel een E 101-verklaring of A1-verklaring genoemd, is een verklaring die betrekking heeft op de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving. De Sociale Verzekeringsbank geeft deze verklaring af.

Een belangrijk voorwaarde voor het verkrijgen van een detacheringsverklaring is dat de werkzaamheden niet langer dan 12 maanden duren.

Navordering premies bij werkgever

Over een E 101 verklaring vroeg een Franse rechterlijke instantie het Europese Hof van Justitie (HvJ) om een oordeel. In deze zaak gaven Zwitserse autoriteiten E 101-verklaringen af voor werknemers die door de Duitse vennootschap A-Rosa te werk waren gesteld op schepen waarmee cruises over Franse rivieren worden verzorgd. Daarmee bevestigden de Zwitserse autoriteiten dat deze werknemers zijn aangesloten bij het Zwitserse socialezekerheidsstelsel. De Franse autoriteiten zijn echter van mening dat de Franse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op de betreffende werknemers. Daarom vorderden zij bij de Duitse vennootschap ruim € 2 miljoen aan achterstallige premies na. 

Uitspraak Hof van Justitie

De Cour de Cassation (hoogste Franse rechterlijke instantie) vroeg aan het HvJ of het voor de Franse autoriteiten mogelijk is de geldigheid van de door de Zwitserse autoriteiten afgegeven E 101-verklaringen te beoordelen en (eventueel) aan te vechten.

Het HvJ beantwoordde deze vraag ontkennend. De autoriteiten van het land van ontvangst (Frankrijk) zijn gebonden aan de E 101-verklaring. Zelfs indien zij vaststellen dat die verklaringen niet op hadden mogen worden opgesteld omdat de betrokken schepen permanent en uitsluitend in Frankrijk varen. Voor de werknemers die specifiek voor het verrichten van werkzaamheden aan boord van die schepen waren aangeworven, hadden periodieke aangiftes moeten worden gedaan bij de Franse sociale zekerheidsinstanties.

Commentaar

Het systeem van E 101-verklaringen is gebaseerd op de Europese sociale zekerheidsrichtlijn. Doel is bescherming van de werknemer die tijdelijk in een andere lidstaat werkt. Door deze verklaring is duidelijk dat de werknemer blijft vallen onder de sociale zekerheid van zijn land van herkomst. In zijn tijdelijk werkland is hij niet verzekerd en hoeft daar dus ook geen premies te betalen. Het Hof vindt deze bescherming zo belangrijk dat zelfs als blijkt dat deze verklaring ten onrechte is afgegeven, deze tóch van toepassing blijft. Dit voorkomt onaangename verrassingen achteraf voor zowel de werknemer als de werkgever.

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

Bron: Arrest Hof van Justitie EU, 27 april 2017, C-620/15, ECLI:EU:C:2017:309

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 mei 2017