Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Afkoop klein pensioen

25 september 2015

Staatssecretaris Klijnsma brengt voor 1 januari 2016 in kaart hoeveel AOW- en Anw-gerechtigden in 2013 en 2014 gekort zijn op hun pensioenuitkering als gevolg van afkoop klein pensioen. Dit schrijft zij de Tweede Kamer op 22 september. 

Afkoop klein pensioen 

De Pensioenwet (PW) regelt dat een pensioenuitvoerder een klein ouderdomspensioen van een gewezen deelnemer mag afkopen. Afkoop mag op zijn vroegst twee jaar na beëindiging van de deelneming, of eerder als de reguliere pensioendatum vóór het verstrijken van die termijn van twee jaar ligt. 

Tot 1 december 2014 bracht de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op basis van de toen geldende de wetgeving de afkoopsom in mindering op de AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering van de AOW/Anw-gerechtigde. Die vermindering vond plaats in de maand waarin de afkoopsom werd uitbetaald. Het ging om een eenmalige korting over één maand. Maximaal werd € 741 bruto aan partnertoeslag en € 1.138 aan Anw gekort.

Op 19 december 2014 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) correct handelde door een afkoopsom klein pensioen te korten op de AOW-partnertoeslag en de Anw-uitkering. De Raad was wel van oordeel dat het in één keer korten van de afkoopsom leidt tot een onredelijk resultaat. En Klijnsma vond dat ook. Sinds 1 december 2014 geldt daarom een nieuwe regeling.

Afkoop klein pensioen vanaf 1 december 2014

Vanaf 1 december 2014 valt een afkoopsom van een klein pensioen niet meer onder het begrip  inkomen voor volksverzekeringen en sociale voorzieningen. Daardoor hoeft de SVB sinds 2014 de AOW-partnertoeslag of Anw-uitkering niet meer te korten met de afkoopsom klein pensioen. 

Klijnsma brengt voor 2016 gekorte AOW-en Anw-gerechtigden in kaart

De nieuwe regeling geldt niet voor belanghebbenden voor wie het SVB het besluit vóór 1 december 2014 vaststelde. In deze situaties is inmiddels sprake van een rechtens onaantastbaar besluit. Het is ongebruikelijk om terug te komen op rechtens onaantastbare besluiten. Het kan precedentwerking hebben voor andere situaties waarin het beleid wordt gewijzigd, ook buiten de afkoop van kleine pensioenen. Bijvoorbeeld bij wijzigingen van het beleid in relatie tot bijvoorbeeld de fraudewet, het woonlandbeginsel en wijzigingen van fiscale wetgeving. Daarnaast is een herziening met terugwerkende kracht relatief duur in de uitvoering.

De Tweede Kamer verzocht Klijnsma de groep in beeld te brengen waarbij in 2013 en 2014 sprake is van rechtens onaantastbare besluiten. In haar brief aan de Tweede Kamer schrijft Klijnsma: “Ik wil nader bezien of een herziening over de jaren 2013 en 2014 mogelijk is, zonder dat er een precedentwerking ontstaat door terug te komen op rechtens onaantastbare besluiten. Ik wil uw Kamer hier voor 1 januari 2016 nader over informeren. (…) Op dit moment is derhalve nog niet precies duidelijk wat de omvang is van een herziening en wat de kosten zouden kunnen zijn.”

Commentaar 

Volgens de brief van Klijnsma gaat het om maximaal 12.000 personen die in 2013 en 2014 op de AOW-partnertoeslag zijn gekort vanwege een inkomensstijging op of rond hun 65e jaar. En om circa 300 Anw-gerechtigden die per geval beoordeeld moeten worden. Het gaat in totaal dan toch al over ruim 9 miljoen aan extra AOW en Anw uitgaven. Daar bovenop komen de arbeidsuren en kosten voor onderzoek, uitbetaling, etc.  

Een sympathiek idee om de onredelijke uitkomst ook degenen die in 2013 en 2014 gekort zijn op hun uitkering tegemoet te willen komen. Maar de brief van Klijnsma laat wel zien dat ook een sympathiek idee van meer kanten bekeken moet worden. 

 

Auteur: Vera Hek, Adviseur Aegon Adfis

Bron: Brief Staatssecretaris Klijnsma aan de Tweede Kamer, 22 september 2015

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 25 september 2015