Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Afkoop levensverzekering bij faillissement en schuldsanering

6 juni 2019

Bewindvoerder wil dat de levensverzekering van X wordt afgekocht. X verzet zich omdat de levensverzekering bedoeld is als pensioenvoorziening. De Rechter Commissaris gaat akkoord met afkoop, omdat de AOW-uitkering voldoende is als voorziening voor het levensonderhoud na pensionering.

Afkoop levensverzekering ten gunste van de boedel

Bewindvoerder (B) van schuldenaar X verzoekt de Rechter Commissaris (RC) om de levensverzekering van X, met een belastingvrije afkoopwaarde van ruim € 46.000, te mogen afkopen. B geeft aan dat X niet wordt benadeeld met de afkoop, omdat X recht heeft op de volledige AOW en bovendien pensioen opbouwt bij zijn huidige werkgever. En X is met zijn 47 jaar jong genoeg om een nieuwe levensverzekering te sluiten, aldus B.

X geeft aan dat hij de polis niet kan voortzetten, maar dat zowel de curator bij het faillissement als de bewindvoerder nooit eerder hebben gevraagd de polis af te kopen. Om die reden en vanwege het feit dat de polis is afgesloten voor zijn pensioen toen hij nog ondernemer was, wil X de polis niet aan de boedel laten toekomen.

Geen onredelijke benadeling X

De Faillissementswet (Fw) bepaalt in artikel 22a dat het recht van afkoop buiten de boedel valt voor zover de begunstigde (hier X) of de verzekeringnemer (ook X) door de afkoop onredelijk wordt benadeeld.

Om te kunnen beoordelen of afkoop onredelijk nadelig is, worden alle omstandigheden meegewogen. Hierbij telt mee of het gaat om een verzekering met een verzorgingskarakter en zo ja, of de begunstigde nog andere aanspraken heeft, zoals AOW, ANW, andere pensioenregelingen of lijfrentes. Als er geen andere regelingen zijn en de verzekering is bedoeld als oudedagsvoorziening zal afkoop leiden tot onredelijke benadeling.

Omdat X in aanmerking komt voor de volledige AOW-uitkering is de RC van mening dat X voldoende voorziening voor het levensonderhoud na pensionering heeft. Daarnaast bouwt X in zijn huidige (fulltime) baan ook pensioenrechten op en heeft hij na afloop van de schuldsaneringsregeling nog geruime tijd de mogelijkheid om een extra voorziening te treffen. X is 47 jaar.

Tot slot is van belang dat er ruim € 145.000 aan voorlopige erkende schuldvorderingen is ingediend bij de bewindvoerder en dat er slechts € 16.000 is om deze schulden te kunnen betalen. Daarmee is het belang bij afkoop voor de boedel heel groot.

B mag de polis afkopen ten gunste van de boedel.

Commentaar

Het afkopen van levensverzekeringen ten gunste van de boedel is regelmatig het onderwerp bij rechtszaken. Belangrijk voor de toestemming van de afkoop door de curator of de bewindvoerder is in eerste instantie artikel 7:986 lid 4 van het Burgerlijk wetboek. Daarin wordt bepaald of de curator of bewindvoerder aan artikel 22a Fw toekomt. Het gaat hierbij om pensioen- en lijfrenteverzekeringen; verzekeringen met een contractueel afkoopverbod waarbij de verzekering recht geeft op periodieke uitkeringen en de premies niet tot het loon worden gerekend of de premies ten laste van het belastbaar inkomen kunnen worden gebracht. Als er sprake is van een dergelijke verzekering, dan hoeft die verzekering niet te worden beoordeeld op grond van artikel 22a Fw. Dan wordt dus niet bekeken of afkoop de begunstigde onredelijk benadeelt.

Bij X was direct artikel 22a Fw van toepassing, omdat de polis geen contractueel afkoopverbod had.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Rotterdam, 28 mei 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 juni 2019.