Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Afkoop ontslagstamrecht 80% regeling

31 december 2018

Een werknemer bedingt voor zijn ontslagvergoeding een stamrecht bij een BV. Het gaat om een direct ingaande lijfrente. Eind 2014 koopt hij de lijfrente af. Hij bedingt over zowel de periodieke uitkeringen als de eenmalige uitkering in 2014 de korting volgens het overgangsrecht. De rechter staat dit niet toe.

Uitkeringen ontslagstamrecht.

In 2009 bedingt de heer X een stamrecht van A BV. Het stamrecht betreft een aanspraak op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. De periodieke uitkering bestaat uit een tijdelijke lijfrente die ingaat in 2009 en stopt in 2016 of bij het eerder overlijden van X.

In 2014 keert A BV tot en met augustus maandelijks € 1.838 uit aan X. Het totaal bedrag van deze maandelijkse uitkeringen bedraagt € 14.707. In september keert A BV een bedrag uit aan X van

€ 33.745. Dit is de afkoopsom van de resterende stamrechttermijnen. X vindt dat het totaal aan uitkeringen die hij in 2014 ontvangt, € 48.452, vallen onder de zogenaamde 80% regeling. De uitkeringen 2014 zijn in zijn ogen dus maar voor € 38.761 belast. De inspecteur vindt dat alleen de afkoopsom onder de 80%-regeling valt. Hij belast daarom 100% van € 14.707 en 80% van € 33.745, in totaal dus € 41.703. De kantonrechter stelt de inspecteur in het gelijk.

80% regeling afkoop stamrecht   

De stamrechtvrijstelling voor ontslagvergoedingen is met ingang van 1 januari 2014 komen te vervallen. Voor bestaande ontslagstamrechten geldt overgangsrecht.

Volgens dit overgangsrecht blijven de voorheen geldende regels van toepassing voor stamrechtaanspraken die op 31 december 2013 bestaan. In afwijking van die oude regels mag de waarde van de stamrechtaanspraak in een bedrag ineens worden uitgekeerd zonder dat revisierente verschuldigd is. Bij afkoop van de stamrechtaanspraak in 2014 wordt 80% van de uitkering als loon in aanmerking genomen.

Voor de beantwoording van de vraag of de in 2014 ontvangen periodieke uitkeringen ook onder de 80% regelingen vallen raadpleegt het Hof de wetsgeschiedenis. In de kamerbehandeling bij het Belastingplan 2014 is hierover onder meer het volgende opgemerkt:

“De uitkering ineens is geen verplichting maar een keuze voor de belastingplichtige. De belastingkorting van 20%, of het betrekken van 80% van de uitkering in de heffing, geldt alleen voor volledige afkoop in 2014. Bij het eveneens toepassen van de belastingkorting van 20% bij onvolledige afkoop zou de vraag opkomen of deze korting dan ook niet toegepast zou moeten worden op reguliere periodieke uitkeringen (het verschil tussen een gedeeltelijke afkoop en een reguliere afkoop kan minimaal zijn). Indien deze vraag – in verband met de uitvoeringsaspecten – bevestigend wordt beantwoord, zal de uitbreiding van de 80%-regeling uiteraard niet bijdragen aan de doelstelling de overheidsfinanciën op orde te krijgen.”

X betoogt dat voor de toepassing van de 80% regeling beslissend is of in het jaar 2014 het stamrecht volledig is uitgekeerd en daarmee beëindigd. Indien dat het geval is, moeten naar zijn mening alle uitkeringen uit het stamrecht in dat jaar voor 80% in aanmerking worden genomen.

Het Hof is het niet eens met X. Volgens het Hof blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever een fiscale stimulans heeft willen geven voor situaties waarin door volledige afkoop van het stamrecht uitkeringen worden ontvangen op een eerder tijdstip dan uit de stamrechtovereenkomst volgt. Het in de Wet LB gebruikte ‘ineens’ moet volgens het Hof worden uitgelegd als: in één keer, hetgeen een uitkering in termijnen uitsluit. De wetgever heeft toepassing van de faciliteit nadrukkelijk afgewezen voor gedeeltelijke afkoop en de periodieke uitkeringen omdat in die situaties niet kan worden gesproken van vervroegde uitkering.

Het Hof wijst er ook op dat de faciliteit is opgenomen in de Wet LB. Uit deze wet vloeit voort dat op het tijdstip van uitbetaling in 2014 van elke uitkering uit het stamrecht moet worden beoordeeld of de 80% regeling van toepassing is. Bij ontvangst van de uitgekeerde bedragen in de maanden januari tot en met augustus was van volledige afkoop door X nog geen sprake, zodat daarop die regeling niet kon worden toegepast.  

Het Hof stelt de inspecteur in het gelijk.

Commentaar

Vanwege de overheidsfinanciën wilde de regering in 2013 en 2014 zoveel mogelijk fiscaal beklemd vermogen vrijmaken. Vandaar dat zowel bij afkoop van levenslooptegoeden en ontslagstamrechten tegemoetkomingen werden verleend. Bij afkoop van het levenslooptegoed of de stamrechtaanspraak was de belastingplichtige geen revisierente verschuldigd en werd slechts een deel van de het tegoed en de afkoopwaarde aangemerkt als belastbaar loon. Een zelfde tegemoetkoming zien we ook bij afkoop van het pensioen in eigen beheer in het kader van de uitfasering.

De belastingkorting is slechts tijdelijk. Voor de levensloopregeling geldt deze alleen in 2013 en voor het stamrecht in 2014. De belastingkorting voor pensioen in eigen beheer geldt langer, namelijk van 2017 tot en met 2019. Maar deze korting wordt wel elk jaar lager.

Voor de eenmalige opname van het levenslooptegoed of de stamrechtaanspraak geldt echter ook na respectievelijk 2013 en 2014 nog, dat de belastingplichtige bij afkoop geen revisierente verschuldigd is. Dat is niet het geval bij afkoop van pensioen in eigen beheer na 2019. In dat geval is de DGA over de (commerciële) waarde van de pensioenaanspraak wel revisierente verschuldigd

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, 11 december 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 december 2018.