Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Aflossing woningschuld met pensioengeld straks mogelijk?

2 december 2014

Op 28 november informeerde Staatssecretaris Klijnsma de Tweede Kamer over het voorstel om aflossen van hypotheekschulden met pensioengeld mogelijk te maken. Klijnsma is hier positief over.

De Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) stelde in 2011 voor om het werknemersdeel van de pensioenpremie te mogen gebruiken voor het aflossen van de woningschuld. Men wilde werknemers een keuzemogelijkheid bieden hun hypotheekschuld te verlagen. Verder wilde de RMU de huizenmarkt stimuleren en starters op de woningmarkt helpen. 

Twee varianten onderzocht

Klijnsma liet twee varianten onderzoeken:
1.    Gebruik van een deel van de pensioenpremie voor het aflossen van de woningschuld. 
2.    Gebruik van een deel van de al opgebouwde pensioenaanspraken voor het aflossen van de woningschuld (afkoop). 

De materie is complex en kent verschillende (juridische, economische en uitvoeringstechnische) aspecten. Daarom consulteerde het kabinet de afgelopen periode verschillende partijen zoals pensioenuitvoerders, hypotheekverstrekkers, toezichthouders en juridische experts.

Resultaat verkenning

Uit de verkenning blijkt onder meer dat het aanwenden van pensioengeld voor aflossing van hypotheekschulden:
•    positieve effecten heeft op schuldvermindering en woningmarkt;
•    leidt tot een beperkt lagere bestedingsruimte na pensionering voor degenen die de hypotheekschuld aflossen met pensioengeld;
•    leidt tot een beperkt hogere premie (of lager pensioen)voor degenen die geen gebruik (kunnen) maken van de keuze mogelijkheid; 
•    een licht negatief effect oplevert voor de overheidsfinanciën. 

De extra aflossingen leiden op termijn tot meer transacties op de woningmarkt. Huishoudens die nu ‘onder water’ staan, krijgen meer mogelijkheden te verhuizen. 

Juridische complicaties en uitvoeringskosten

Klijnsma schrijft de Kamer: “Een belangrijk punt van aandacht bij de inpassing van de keuzemogelijkheid is de vraag of de keuzemogelijkheid past binnen het (Europeesrechtelijk) kader rond gelijke behandeling.”

Vrouwelijke werknemers die gebruik maken van het premievoorstel kunnen meer hypotheek aflossen dan hun mannelijke collega’s. Een pensioenregeling met actuariële premies kent immers een hogere premie voor vrouwen dan voor mannen. Dit hangt samen met het verschil in levensverwachting tussen beide groepen. Het ongelijke bedrag voor aflossing is in strijd met de verdragsrechtelijke bepalingen en Nederlandse wetten voor gelijke behandeling. Voor dit juridische probleem is nog geen eenvoudige oplossing gevonden. 

Bij de afkoopvariant speelt eveneens de vraag van gelijke behandeling. Ouderen krijgen voor de dezelfde aanspraak een hogere afkoopwaarde. Is dat juridisch te rechtvaardigen? Zo niet, dan is mogelijk sprake van leeftijdsdiscriminatie. 
Tot slot leidt de premievariant tot extra uitvoeringskosten bij vooral werkgevers, en de afkoopvariant tot extra uitvoeringskosten bij pensioenuitvoerders. De mogelijke uitvoeringskosten voor de Belastingdienst worden in de verkenning nog nader in kaart gebracht.

Planning: verkenning in januari naar de Kamer

Klijnsma verwacht haar gesprekken over de precieze effecten van beide varianten van de verkenning met pensioenuitvoerders, hypotheekverstrekkers, toezichthouders en het CPB in december te kunnen afronden. Zij verwacht in januari de uitkomst van een nader juridisch onderzoek over de vraag of de keuzemogelijkheid past binnen het (Europeesrechtelijk) kader van gelijke behandeling te krijgen.

Naar verwachting stuurt zij de verkenning plus de vervolgstappen eind januari 2015 naar de Tweede Kamer.  

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: kamerbrief Klijnsma d.d. 28 november 2014

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 december 2014