Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

AFM publiceert vernieuwde leidraad pensioenadvies

8 augustus 2018

De AFM publiceerde de vernieuwde leidraad tweedepijler pensioenadvies. De leidraad is bedoeld voor pensioenadviseurs die werkgevers adviseren over tweedepijler pensioenproducten en geeft duidelijkheid over de normen van de Wft voor deze advisering.

Leidraad tweedepijler pensioenadvies

Deze leidraad vervangt de leidraad uit 2009 die uit elf afleveringen bestond. De leidraad is nu als één document gebundeld en bijgewerkt. De Autoriteit Financiële Markten (AFM )verwacht van pensioenadviseurs dat zij deze leidraad toepassen in hun pensioenadviespraktijk. 
De leidraad bestaat uit zes hoofdstukken en geeft een toelichting op de eerste drie fases van het Wet op het financieel toezicht (Wft) adviestraject (inventariseren, analyseren en adviseren). Het advies kan betrekking hebben op een nieuw pensioenproduct, het verlengen, oversluiten of aanpassen van een bestaand pensioenproduct. De leidraad bevat geen gedetailleerde adviesstappen en voorwaarden. 

Nieuw is dat er een compleet hoofdstuk gewijd is aan advisering over beschikbare premieregelingen (DC-regelingen). Een pensioenvorm die negen jaar geleden een minder belangrijke rol speelde dan nu.

Rol adviseur bij beheer en bemiddeling

Volgens de Wft is er sprake van een Wft advies als een adviseur een individuele werkgever een aanbeveling doet over een specifiek pensioenproduct van een specifieke aanbieder. 
De adviseur mag gedurende het adviesproces afspraken maken met de werkgever over de uitvoering en kosten van het beheer van het pensioenproduct. 
Wanneer de adviseur bemiddelt bij de totstandkoming of uitvoering van de overeenkomst tussen de werkgever en de aanbieder heeft deze adviseur volgens de Wft een doorlopende zorgplicht in de vorm van een informatieplicht. Bijvoorbeeld over wijzigingen in de verstrekte informatie die gevolgen heeft voor de werking van het pensioenproduct. De bemiddelaar kan ook met de aanbieder afspreken dat de aanbieder zorgdraagt voor de informatieverstrekking. 

Geschikt Wft pensioenadvies

De normen waarop de leidraad een toelichting geeft, staan in artikel 4.23 van de Wft. Deze normen vormen het uitgangspunt voor het geven van een geschikt pensioenadvies. 

Voor een geschikt advies moet de adviseur onder meer:

  • Informatie inwinnen over de doelstellingen en risicobereidheid van de werkgever voor zichzelf en voor zijn werknemers;
  • nagaan of informatie nog actueel en bruikbaar is voor een (verlengings)advies wanneer hij die informatie eerder heeft ingewonnen bij de werkgever;
  • onderzoek doen of de werkgever verplicht aangesloten is bij een bedrijfstakpensioenfonds. En zo ja, of vrijstelling mogelijk en wenselijk is;
  • rekening houden met de arbeidsrechtelijke afspraken over pensioen;
  • een compleet beeld van de wensen van de werkgever krijgen voor zover dit relevant is voor het advies en tegenstrijdige doestellingen van de werkgever voorkomen; 
  • de producten die hij adviseert kennen en begrijpen;
  • het advies reconstrueerbaar maken.

Ook is een paragraaf toegevoegd over het gebruik van adviessoftware, dat ook een vlucht heeft genomen sinds 2009. De AFM wijst adviseurs erop, dat ze verantwoordelijk blijven voor het advies dat ze geven, ook als dit advies gebaseerd is op het gebruik van software.

Financiële positie werkgever

In tegenstelling tot de leidraad van negen jaar geleden verwacht de AFM niet langer dat de pensioenadviseur zelfstandig een volledige financiële analyse van de onderneming doet. In plaats daarvan moet hij samen met de werkgever - en eventueel zijn financiële deskundige -  zo goed mogelijk de financiële ruimte voor de toekomst inschatten.
Advies van een beschikbare premie 
De AFM verwacht dat de adviseur de volgende aandachtspunten meeneemt in het advies over een product op basis van een beschikbare premieregeling:

  • de doelstelling en risicobereidheid van de werkgever voor zijn werknemers met betrekking tot de onzekerheid van de uitkomsten voor zijn werknemers. En welke (on)zekerheid de werkgever acceptabel vindt voor zijn werknemers;
  • het beleggingsbeleid (bijvoorbeeld de inrichting van de lifecycle en kostenstructuur) van de pensioenuitvoerder;
  • de eventuele wens van de werkgever om in het pensioenproduct de mogelijkheid van beleggingsvrijheid meenemen.

Uiteraard moet de adviseur de verschillende producten en het gevoerde beleggingsbeleid van de aanbieders die hij in zijn advies meeneemt kennen en begrijpen. En wordt van hem verwacht dat hij voldoende informatie krijgt van de pensioenuitvoerders om te beoordelen hoe het product werkt, welke risico’s de pensioenuitvoerder daarbij neemt en hoe het beleggingsbeleid bijdraagt aan het behalen van de doelstelling van de werkgever en de risico’s die hij wil lopen.

Commentaar

Ten opzichte van de Leidraad van negen jaar geleden wordt in deze vernieuwde leidraad niet langer van de adviseur verwacht dat hijzelf aan de hand van de jaarstukken moet kunnen vaststellen of de werkgever de financiële ruimte om de pensioenlasten de komende jaren te kunnen dragen. Dit wordt hij geacht te bepalen samen met de werkgever en zijn eventuele financieel deskundige. 
Wel wordt er meer van de adviseur verwacht op beleggingsterrein. Met name omdat dit niet los gezien kan worden van pensioen op basis van beschikbare premie. De leidraad schrijft in dit kader voor “Beleggingen hebben uw nadrukkelijke aandacht”, “U kent en begrijpt de producten en beleggingsbeleid” en “U wint informatie in over welke risico’s de werkgever acceptabel vindt voor zijn werknemers”, etc. Dit vraagt niet alleen om een gedegen inventarisatie van de bedoeling van de werkgever en de risicobereidheid van hemzelf en zijn werknemers, maar ook om een uitgebreide product kennis, maar ook om kennis van wet en regelgeving. 

De AFM verwacht van de pensioenadviseur dat hij de leidraad toepast in zijn pensioenpraktijk. ”U bent als adviseur verantwoordelijk voor uw advies en bepaalt hoe u voldoet aan de norm, en hoe u die toepast op de individuele situatie van de werkgever” volgens de leidraad. 
Wilt u in één dagdeel bijgepraat worden over deze leidraad? En handvatten krijgen hoe u hiermee om kunt of om moet gaan? Of wilt u van gedachten wisselen met collega-adviseurs of deskundigen? Dat kan op respectievelijk 23 en 30 oktober en 1 november a.s. Dan geeft Aegon Adfis de training ‘Pensioenadvisering anno 2019’ in Vught, Leusden en Nootdorp waarin wij met u de vernieuwde leidraad en de aandachtspunten trainen. Inschrijven voor deze training kan vanaf eind augustus 2018. 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Leidraad tweedepijler pensioenadvies AFM
Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 augustus 2018

Lees ook de praktijkvraag van 5 oktober 2018 over dit onderwerp.