Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Afschaffen AOW-kruimelpensioen niet i.s.m. art. 1 Eerste Protocol EVRM. Geen onevenredig zware last

30 augustus 2017

De rechtbank Amsterdam vindt de afschaffing van het AOW-kruimelpensioen niet in strijd met het verbod op aantasting van eigendom als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Dit levert ook geen onevenredige zware last op voor betrokkenen.

AOW-kruimelpensioen

Met ingang van 1 april 2015 is artikel 7, eerste lid van de AOW gewijzigd via de Wet vereenvoudiging regelingen SVB. Sinds die datum heeft iemand recht op een AOW-pensioen als hij (i) de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en (ii) ingevolge de AOW minimaal één kalenderjaar verzekerd is geweest. Iemand die korter dan één kalenderjaar verzekerd is geweest, heeft geen recht op AOW-pensioen. Pensioenen die zijn opgebouwd als iemand minder dan één jaar verzekerd is geweest, zijn zo klein dat ze ook wel ‘kruimelpensioenen’ worden genoemd. De wijziging van de AOW per 1 april 2015 wordt ook wel aangeduid als ‘afschaffing van het kruimelpensioen’.

X had een kruimelpensioen. Hij was uitsluitend van 14 oktober 1991 tot en met 15 juni 1992 op grond van de AOW verzekerd geweest. De SVB wees zijn aanvraag voor een AOW-pensioen af omdat hij niet ten minste een kalenderjaar verzekerd was geweest. X tekent bezwaar aan en gaat tegen de afwijzing van dit bezwaar door SVB in beroep bij de rechtbank.

Afschaffen kruimelpensioen i.s.m. artikel 1, Eerste Protocol EVRM?

X voert primair aan dat de afschaffing van het kruimelpensioen in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Eerste Protocol). Subsidiair voert hij aan dat de samenloop van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd met de afschaffing van het kruimelpensioen voor hem individueel een onevenredig zware last oplevert.

Artikel 1 Eerste Protocol geeft iedere natuurlijke of rechtspersoon recht op ongestoord genot van zijn eigendom. Volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) vallen onder de term ‘eigendom’ niet alleen bestaande bezittingen, maar ook vermogensbestanddelen, met inbegrip van aanspraken zoals bijvoorbeeld de AOW. Het is dan ook niet in geschil dat het door X opgebouwde verzekerde tijdvak voor de AOW beschouwd kan worden als vermogensrecht behorende tot een eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het eerste Protocol. Evenmin is in geschil dat de afschaffing van het kruimelpensioen een inmenging vormt in het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol.

Een inmenging in het eigendomsrecht is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. De inmenging in het eigendomsrecht moet bij wet zijn voorzien. Daarnaast moet de inmenging in het eigendomsrecht een legitieme doelstelling hebben in het algemeen belang en moet er een behoorlijk evenwicht behouden blijven tussen de eisen van het algemeen belang van de samenleving en de bescherming van de individuele rechten van het individu. Als de betrokkene door de inmenging in het eigendomsrecht in zijn algemeenheid persoonlijk een onevenredig zware last moet dragen, is niet voldaan aan het proportionaliteitsvereiste.

Is sprake van ontneming van eigendom?

Het doel van de wijziging van de AOW was een vereenvoudiging van de wet- en regelgeving, in het belang van meer doelmatigheid, een grotere inzichtelijkheid van de regelgeving en vermindering van de administratieve lasten en uitvoeringskosten.

Volgens vaste rechtspraak van het EHRM is beperking van de overheidsuitgaven een legitieme doelstelling in het belang van het veilig stellen van het stelsel van sociale zekerheid en het beschermen van de nationale economie. Daarbij heeft de Staat een ruime beoordelingsmarge om te bepalen wat in het algemeen belang is. De rechtbank concludeert dan ook dat aan de afschaffing van het kruimelpensioen een legitieme doelstelling in het algemeen belang ten grondslag ligt. De rechtbank overweegt hierbij; “weliswaar kent de Wet vereenvoudiging regelingen SVB verschillende uitzonderingen, waarin nog wel een kruimelpensioen wordt toegekend, maar – anders dan X aanvoert – betekent het bestaan van dergelijke uitzonderingen niet dat een legitieme doelstelling ontbreekt. Dit geldt eveneens voor de stelling van X dat de wetgever alternatieve maatregelen had kunnen treffen om bezuinigingen te realiseren. De rechtbank wijst hierbij op de ruime beoordelingsmarge die de Staat heeft om te bepalen wat in het algemeen belang is bij de beperking van de overheidsuitgaven”.

Is sprake van een onevenredig zware last?

De rechtbank concludeert dat, in het licht van het gestelde doel en de beoordelingsvrijheid van de Staat, dat de afschaffing van het kruimelpensioen in het algemeen niet disproportioneel is. Dat laat echter onverlet dat een wetswijziging in een concreet geval een onevenredig zware last kan opleveren. X voerde aan dat inbreuk wordt gemaakt op zijn primaire inkomensbron. Door de afschaffing van het kruimelpensioen is hij verstoken van zijn enige inkomen en vanwege zijn leeftijd is hij ook niet meer in staat om te werken en inkomen te genereren. Hij overleeft momenteel door te bedelen en verder afhankelijk te zijn van giften van familie en kennissen.

Volgens de rechtbank worden de rechten van X op ouderdomspensioen in de kern aangetast, omdat zijn pensioenrecht op grond van de AOW in het geheel vervalt. Hiervoor is met de wetswijziging geen compensatie geboden. Daar staat tegenover dat een kruimelpensioen niet een uitkering is die bedoeld is om als basisinkomen te fungeren. Het gaat om een uitkering die in het geval van samenwonen niet meer bedraagt dan ongeveer € 16 en in het geval van alleenstaanden ongeveer € 23 bruto per maand. Gelet op de beperkte omvang van een kruimelpensioen is de rechtbank van oordeel dat in het geval van X geen sprake is van een onevenredig zware last.  De rechtbank concludeert daarom dat de afschaffing van het kruimelpensioen niet in strijd is met  het recht op bescherming van eigendom zoals gewaarborgd door artikel 1 van het Eerste Protocol.

Voor wat het subsidiaire verweer van X betreft dat de samenloop van de afschaffing van het kruimelpensioen en de verhoging van de AOW-leeftijd voor hem tot een onevenredig zware last leidt, overweegt de rechtbank; “volgens de Centrale Raad van Beroep is de stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in het algemeen toegestaan  en is die verhoging niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol. De rechtbank is op basis van zijn overwegingen ter zake van het primaire verweer van oordeel dat dit ook geldt voor de afschaffing van het kruimelpensioen. In situaties van samenloop van beide regelingen is dat naar het oordeel van de rechtbank niet anders. Feit blijft dat het kruimelpensioen een zodanig beperkte omvang heeft dat ook bij samenloop van beide regelingen geen sprake is van een onevenredig zware last”.

Commentaar

De vraag of de verhoging van de AOW-ingangsleeftijd in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol is al meerdere malen aan de orde geweest. Zie bijvoorbeeld onze nieuwsberichten van 9 december 2015, 25 april 2013, 19 maart 2014 en 24 augustus 2017. De rechtbank bevestigt de algemene lijn dat dit niet geval is omdat sprake is van een wettelijke basis en van maatregelen in het algemeen belang. Dat geldt volgens de rechtbank ook en op dezelfde gronden voor het afschaffen van het kruimelpensioen.

Of sprake is van een onevenredig zware last, moet van geval tot geval en aan de hand van de specifieke omstandigheden van dat geval worden beoordeeld. De rechtbank vindt een uitkering van ongeveer twee tientjes bruto per maand dermate gering dat hiervan geen sprake is. In het momenteel voor advies bij de Raad van State liggende wetsvoorstel Wet waardeoverdracht klein pensioen, stelt de wetgever de grens waaronder pensioenuitvoerders in de tweede pijler hele kleine pensioenen (ook wel snipperpensioenen genoemd) mogen laten vervallen op € 2 per jaar. Het verschil tussen een kruimelpensioen en een snipperpensioen is dus ongeveer € 238.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Amsterdam, 27 juli 2017.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 augustus 2017.