Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Akkoord ex-partner nodig bij uitstel pensioen?

3 juni 2015

Mag pensioeningang worden uitgesteld wanneer het pensioen bij scheiding is verevend? Of kan de ex-partner eisen dat het verevende pensioen moet ingaan op de oorspronkelijke ingangsdatum? De Rechtbank Utrecht en daarna het Hof Arnhem-Nijmegen oordeelden hierover.

Wat speelde er?

Een man en vrouw  waren gehuwd in gemeenschap van goederen. In januari 2003 scheiden zij.

De man is op dat moment enig aandeelhouder en directeur van BV X. Bij deze BV bouwt de man een ouderdoms- en overbruggingspensioen op. De BV houdt het pensioen in eigen beheer. Volgens de pensioenbief gaat het pensioen in op 30 maart 2007; de 60-ste verjaardag van de man. Het overbruggingspensioen gaat in op de pensioendatum en keert uit tot uiterlijk de eerste van de maand waarin de man 65 jaar wordt. De pensioenbrief bepaalt dat het pensioen wordt uitgesteld wanneer de man op de pensioendatum nog als directeur aan de vennootschap verbonden is. Het pensioen gaat dan in na beëindiging van de dienstbetrekking.

Bij de scheiding ontstaat tussen de man en de vrouw onenigheid over het pensioen. De vrouw eist van haar ex dat hij de helft van het bij de BV opgebouwde ouderdoms- en overbruggingspensioen afstort. De Rechtbank wordt gevraagd om hierover te oordelen.

Rechtbank Utrecht

De Rechtbank: “(…) Nu partijen het erover eens zijn (…), dat gelet op de fiscale wetgeving en de omstandigheid dat de pensioendatum als bedoeld in de pensioenbrief is uitgesteld, in de zin dat de pensioendatum thans is bepaald op 1 april 2017, het overbruggingspensioen moet worden omgezet in ouderdomspensioen, zal de rechtbank bij haar verdere beoordeling c.q. berekening van het kapitaal dat nodig is ter verzekering van het aan Y toekomend vereveningsdeel  van de pensioenaanspraak (…) de omzetting van het overbruggingspensioen in het ouderdomspensioen als een van de uitgangspunten nemen. (…)”.

Op 29 december 2010 verplicht de Rechtbank de man in het kader van de pensioenverevening een bedrag van € 185.489 over te maken naar een door de vrouw aangewezen verzekeringsmaatschappij. Ook moet de man van de rechter aan de externe pensioenverzekeraar een onherroepelijke volmacht verstrekken. Zodat de pensioenverzekeraar - vanaf de ingangsdatum van het ouderdomspensioen-  maandelijks aan de vrouw haar verevende pensioendeel uitkeert.

De BV stort vervolgens het bedrag af bij de verzekeraar. Op 20 september 2011 hebben de man en vrouw nadere afspraken gemaakt over de inrichting van de polis en het aanhangsel voor wat betreft de afkoopmogelijkheid en de onherroepelijkheid van de begunstiging. De vrouw is het dan alleen nog niet eens over de ingangsdatum van het pensioen. En gaat in beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank.

Hof Arnhem-Leeuwarden

De vrouw wil dat het pensioen ingaat op 1 april 2012. Zij vindt dat de Rechtbank geen rekening heeft gehouden met de bedoeling van haar en haar ex. En dat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dat haar ex het pensioen kan uitstellen zonder haar toestemming en medeweten.

Het Hof stelt de vrouw in het ongelijk en bekrachtigt de uitspraak van de Rechtbank. Het Hof: “De rechtsverhouding van voormalige echtgenoten wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Op grond daarvan behoren de man en de vrouw over en weer rekening te houden met het gerechtvaardigde belang van de ander. Hierbij moet echter niet uit het oog verloren worden dat het pensioenvereveningrecht van de vrouw slechts een afhankelijk recht is en haar recht op betaling in beginsel pas ontstaat als aan de man het ouderdomspensioen wordt uitgekeerd.”

Volgens het Hof kan de vrouw niet afdwingen dat het pensioen ingaat op 1 april 2012 omdat uit de pensioenbrief uit 1993 blijkt dat het ouderdoms- en overbruggingspensioen pas ingaan wanneer de man zijn directiefunctie heeft beëindigd. En daarvan was op 1 april 2012 nog geen sprake. Verder blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank dat de man en vrouw het toen eens waren over de pensioendatum op 1 april 2017. Hieruit concludeert het Hof dat de bedoeling van partijen ten tijde van het huwelijk over de ingangsdatum van het pensioen niet langer relevant is.

Commentaar

Bij scheiding van een directeur-grootaandeelhouder treden vaak geschillen op over pensioen. Vaak gaan die geschillen over het (extern) zeker stellen van het verevende pensioen. De vereveningsgerechtigde kan afstorting van het verevende pensioen bij een professionele verzekeraar afdwingen mits de continuïteit van de BV daardoor niet in gevaar komt. Zie bijvoorbeeld ons nieuwsberichten van 21 augustus 2014 en van 15 oktober 2014. In deze casus gaat het een keer over een ander issue: mag de vereveningsplichtige zijn pensioen later in laten gaan. Waardoor ook het verevende pensioen later ingaat.

Het Hof en de Rechtbank zijn duidelijk in hun conclusie. Het verevende pensioen is een afgeleide van het pensioen van de ex-echtgenoot. En de ingangsdatum van dat afgeleide pensioen is afhankelijk van de ingangsdatum en de (uitstel)mogelijkheden van die pensioenregeling. Voor het uitstellen van de pensioeningangsdatum is niet vereist dat de ex-partner daarvoor een handtekening moet zetten. Dat is volgens de Pensioenwet alleen nodig wanneer partnerpensioen wordt uitgeruild in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen (artikel 60 PW). En wanneer een partner een lager partnerpensioen krijgt als gevolg van een uitruilmogelijkheid (artikel 62 PW). Daarvan is bij uitstel van de pensioeningangsdatum geen sprake.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 mei 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 3 juni 2015.