Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Amerikaanse AO-uitkering belast voor premies volksverzekeringen

24 juni 2019

Een Amerikaanse disability compensation is in Nederland wel belast voor premies volksverzekeringen en niet voor de inkomstenbelasting. Dat bevestigde het hof Den Haag.

Disability compensation

Mevrouw Y heeft als vrachtwagenchauffeuse gewerkt bij de Amerikaanse luchtmacht. Zij raakte in de Golfoorlog gewond en ontvangt als gevolg hiervan vanaf 1 augustus 1993 maandelijks een “disability compensation” van de United States Department of Veterans Affairs. Y heeft de Amerikaanse nationaliteit en woont sinds 2004 in Nederland.

In 2015 ontving Y een disabilaty compensation uitkering van € 8.293. De belastinginspecteur verleende aftrek ter voorkoming van dubbele belastingheffing voor het gehele bedrag. Over de uitkering heft de inspecteur wel premies volksverzekeringen (pvv). Y gaat tegen de premieheffing pvv in bezwaar en beroep. De rechtbank geeft de inspecteur gelijk.

Wel pvv-heffing; geen inkomstenbelasting in Nederland

Het hof boog zich over de volgende drie vragen:

  1. Behoort de uitkering van € 8.293 tot het belastbaar inkomen uit werk en woning?
  2. Is de heffing van inkomstenbelasting in strijd met het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten (VS)?
  3. Is de pvv-heffing in strijd met de goede trouw bij de uitleg van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en de VS (het Socialezekerheidsverdrag).

 

Y stelt dat de disability compensation niet kan worden aangemerkt als een periodieke uitkering vanwege haar karakter als schadevergoeding. Deze uitkering wordt in de VS namelijk gezien als een genoegdoening voor het door de veteraan ondergane leed en vormt daarom in de VS geen belastbaar inkomen. Het hof oordeelt anders. De kwalificatie van de disability compensation onder het Amerikaanse nationale recht heeft geen invloed op de kwalificatie van die uitkering onder het Nederlandse nationale recht. Het hof merkt de disability compensation aan als een door de VS uitbetaalde periodieke uitkering van publiekrechtelijke aard. Deze uitkering wordt op grond van artikel 3.101, eerste lid, onderdeel a, van de Wet IB 2001 tot het belastbare inkomen uit werk en woning worden gerekend.

Volgens het hof is de inkomstenbelastingheffing over de uitkering niet in strijd met het belastingverdrag. De disability compensation is volgens het hof aan te merken als “een betaling gedaan krachtens de bepalingen van een publiekrechtrechtelijke regeling inzake sociale zekerheid betaald door de VS aan een inwoner van Nederland”. De uitkering valt daarmee onder artikel 19, lid 4, van het Belastingverdrag Nederland – Verenigde Staten. Dit artikel bepaalt dat een dergelijke betaling slechts belastbaar is in de VS. Nederland mag deze uitkering in de belastingheffing meenemen, waarbij het moet worden vrijgesteld door een vermindering van de belasting toe te staan overeenkomstig de vrijstellingsmethode. Volgens het hof paste de inspecteur het Belastingverdrag op de juiste wijze toe.

Volgens het hof is de heffing door Nederland van pvv over de disability compensation niet in strijd met de goede verdragstrouw. Het Socialezekerheidsverdrag houdt geen beperking in van premieheffingsrecht van Nederland ten aanzien van de disability compensation. Er is geen sprake van dat Nederland een heffingsrecht naar zich toe trekt dat op grond van het Socialezekerheidsverdrag aan de VS toegewezen zou zijn. Daarbij wijst het hof erop dat de pvv-heffing door Nederland over de uitkering niet leidt tot dubbele heffing, aangezien de VS de disability compensation niet als belastbaar inkomen beschouwen.

Het hof stelt Y in het ongelijk. Volgens het hof heeft de inspecteur de disability compensation terecht in de heffing van pvv betrokken.

Commentaar

Deze uitspraak laat zien dat er verschillende verdragen gelden ten aanzien van belastingheffing en premies volksverzekeringen. En dat de uitwerking van het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting anders uitpakt dan het Socialezekerheidsverdrag. Duidelijk komt naar voren dat in grensoverschrijdende situaties belastingverdragen het heffingsrecht over inkomensbestanddelen aan de woonstaat of aan de bronstaat toewijzen, zodat er geen dubbele belasting verschuldigd is.

Wat een belastingverdrag niet doet, is ingrijpen in de nationale wetgeving van een land. Als een uitkering in het bronland (in deze casus de VS) als schadevergoeding wordt aangemerkt waardoor het niet belast is, betekent dat niet dat het woonland (Nederland) deze kwalificatie moet volgen voor de heffing pvv.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 juni 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hof Den Haag 08-05-2019