Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Antwoord op aanvullende vragen over Witteveen-2015

5 maart 2014

Staatssecretaris Wiebes beloofde in het wetgevingsoverleg Witteveen-2015 een aantal vragen schriftelijk te beantwoorden. Op 4 maart stuurde hij zijn schriftelijke antwoorden aan de Tweede Kamer waarin hij vragen beantwoordt over onder meer premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid van werknemers met een hoger inkomen dan € 100.000, partnerpensioen en het afkoopverbod.

Premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid

De leden van de fractie van het CDA vragen hoe dit wetsvoorstel gaat uitwerken voor mensen die al een premievrije pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid hebben boven een inkomensniveau van €100.000. En wat moet in dit kader worden verstaan onder een uitgewerkte rechtsverhouding?

Staatssecretaris Wiebes antwoordt hierop: "Als hoofdregel geldt dat alle pensioenregelingen vanaf 2015 moeten voldoen aan het te wijzigen fiscale kader. Bij beleidsbesluit zal echter een uitzondering op deze hoofdregel worden toegestaan voor de situaties waarin het recht op een voortgezette pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid reeds civielrechtelijk definitief is geworden en niet meer gewijzigd kan worden op 1 januari 2015. De omvang van de voortgezette pensioenopbouw staat op dat moment in beginsel vast en kan niet meer zonder instemming van alle betrokken partijen worden aangepast. Deze situatie doet zich met name bij verzekeraars voor, indien de polisvoorwaarden van het verzekerde risico - de premievrijstelling van voortgezette pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid - niet meer zonder instemming van alle betrokken partijen gewijzigd kunnen worden nadat dit risico is ingetreden. De verzekeringsovereenkomst is dan met andere woorden civielrechtelijk definitief geworden. Het punt van de uitgewerkte rechtsverhouding is bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT-/ prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) en de Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen uitvoerig aan de orde gekomen. De oplossing die ik in het beleidsbesluit zal bieden is ook toegepast bij de eerdere aanpassingen van het fiscale kader voor pensioenen."

Partnerpensioen

Wiebes: "De aftoppingsgrens geldt ook voor het nabestaandenpensioen. Dat neemt niet weg dat het binnen de nettolijfrente ook mogelijk is om een nabestaandenvoorziening te treffen. Voor de vormgeving van de nettolijfrente voor nabestaanden wordt in de novelle aangesloten bij de bepalingen in artikelen 3.125 (voor lijfrenteverzekeringen) en 3.126a van de Wet IB 2001 (voor bankspaarproducten)."

De leden van de fractie van D66 hebben gevraagd of het kabinet overleg met de sector wil voeren om afspraken te maken over de uitvoering van de risicopartnerpensioenknip.
Wiebes: "Mijn voorganger heeft toegezegd dat een risicopartnerpensioenknip wordt toegestaan. Hierdoor wordt het nabestaandenpensioen dat op risicobasis is verzekerd (een repeterende toezegging) op dezelfde wijze fiscaal behandeld als een nabestaandenpensioen op opbouwbasis. Het kabinet is bereid in overleg te treden met de sector over de vraag in hoeverre pensioenfondsen ook van deze mogelijkheid gebruik gaan maken."

Afkoopverbod

De leden van de fractie van het CDA stelden een vraag over het voorgestelde artikel 69 Pensioenwet (afkoop van bovenmatig pensioen) bij het in de tweede pijler uitvoeren van de nettolijfrente, zoals aan de orde is gekomen tijdens het wetgevingsoverleg.
Wiebes: "Bij het onderzoek naar de uitvoering van de nettolijfrente in de tweede pijler zal het afkoopverbod worden betrokken."

Commentaar

Het gaat allemaal in een sneltreinvaart. Afgelopen maandag was het wetgevende overleg met de Kamer, een dag later liggen de schriftelijke antwoorden op de vragen die Wiebes niet mondeling beantwoordde er al. Volgens de planning stemt de Tweede Kamer op 11 maart 2014 over dit wetsvoorstel. Een plenaire behandeling is niet voorzien. En dat is jammer bij een ingrijpend wetsvoorstel als dit.

Het is een goede zaak dat er nu volstrekte duidelijkheid is over de behandeling van premievrijgestelden in een rechtstreeks verzekerde regeling. In de nota naar aanleiding van het nader verslag zei Wiebes alleen dat de premievrijgestelden in een regeling die een pensioenfonds uitvoert wel moeten worden aangepast omdat daar geen sprake is van een uitgewerkte rechtsverhouding. Nu voegt hij daar met zoveel woorden aan toe dat dit bij een verzekerde regeling wel het geval is. Het beleid zoals dat bij de VPL-wetgeving en de Wet VAP van kracht was, geldt dus ook voor de wijzigingen per 1 januari 2015.
Wiebes zegde toe dat een vrijwillige netto oudedags- of nabestaandenvoorziening  ook in de tweede pijler mogelijk wordt. De Kamer was vrijwel unaniem van mening dat de netto lijfrente in de derde pijler niet afkoopbaar moet zijn om calculerend gedrag van belastingplichtigen te voorkomen. Dan is het niet meer dan logisch om ook de voorgestelde afkoopmogelijkheid van fiscaal bovenmatige pensioenen in de tweede pijler te schrappen. Want, zoals het Kamerlid Omtzigt (CDA) het uitdrukte; "een pensioenvoorziening dient ter verzorging van de oude dag. En die houdt pas op als je dood gaat. Daarom is een pensioenvoorziening per definitie levenslang en niet afkoopbaar."

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Wiebes, d.d. 4 maart 2014, nr. DB/2014/127M