Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd minder snel omhoog door akkoord vernieuwing pensioenstelsel

AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijd minder snel omhoog door akkoord vernieuwing pensioenstelsel

13 juli 2020

Het wetsvoorstel Wet verandering koppeling AOW-leeftijd is bij de Tweede Kamer is ingediend. Hierdoor wordt vanaf 2025 de AOW- en pensioenrichtleeftijd voor 2/3-gekoppeld aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Het wetsvoorstel is een van de uitwerkingen van het onlangs gesloten pensioenakkoord.

Minder snelle stijging AOW-leeftijd

Volgens het principeakkoord dat de sociale partners sloten in 2019 blijft de pensioenleeftijd in de jaren 2020 en 2021 ongewijzigd staan op 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt deze door naar 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024. Met ingang van 2025 wordt de AOW-leeftijd weer gekoppeld aan de levensverwachting.

In het principeakkoord is afgesproken dat de ontwikkeling van de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dit betekent dat voor ieder jaar dat de levensverwachting één jaar stijgt, de pensioenleeftijd met acht maanden wordt verhoogd. Het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt is op 8 juli 2020 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het jaar 2025 vormt een overgangsjaar. De AOW- en aanvangsleeftijd voor 2025 maakte de minister van Sociale Zaken al bekend in de Staatscourant van 12 november 2019. Een eventuele verdere verhoging van de AOW-leeftijd berekent het CBS jaarlijks aan de hand van de gemiddelde levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Het ministerie moet een dergelijke verhoging op basis van de resterende levensverwachting vijf jaar van te voren aankondigen. Deze termijn is per 1 januari 2020 voor 2025 verstreken. In het wetsvoorstel wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen 2025 enerzijds en de daaropvolgende jaren anderzijds. De formele nieuwe koppeling van de AOW-leeftijd aan de resterende levensverwachting vindt daarom plaats vanaf 2026.

De formule die gehanteerd zal worden luidt als volgt: V = 2/3 * (L – 20,64) – (P – 67)

Waarbij: 

V = verhoging van de AOW-leeftijd in het aanpassingsjaar ten opzichte van de AOW-leeftijd in het jaar voorafgaande aan het aanpassingsjaar. 

2/3 = een coëfficiënt die er in de formule voor zorgt dat de toename van levensverwachting voor tweederde meetelt in een stijging van de AOW gerechtigde leeftijd. Een stijging van de levensverwachting met één jaar, resulteert zodoende in een toename van de AOW-leeftijd met 8 maanden. 

L = geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op de 65-jarige verjaardag zoals die verwacht wordt in het aanpassingsjaar. 

20,64 = door CBS in 2019 geraamde resterende geslachtsneutrale periode levensverwachting op de 65e verjaardag voor het jaar 2024.

P = geldende AOW-leeftijd in het jaar voorafgaand aan het aanpassingsjaar 67 geldende AOW-leeftijd in jaren in 2024, het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting.

Het aanpassingsjaar is het jaar waarvoor de AOW-leeftijd wordt vastgesteld. Als de formule als uitkomst heeft dat V groter of gelijk is aan 0,25 (een kwart jaar), dan gaat de AOW-leeftijd in het aanpassingsjaar met 3 maanden omhoog. Als V kleiner is dan 0,25 (een kwart jaar) dan blijft de AOW-leeftijd in het aanpassingsjaar gelijk.

Pensioenrichtleeftijd

De pensioenrichtleeftijd is op een vergelijkbare wijze gekoppeld aan de levensverwachting en geldt als een van de rekengrootheden voor de bepaling van de maximale opbouw van pensioen in de tweede pijler. Voor de berekening van de verhoging in verband met de ontwikkeling van de levensverwachting wordt voor de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd in beginsel dezelfde formule gebruikt. Beide regelingen hanteren eenzelfde beginpunt (2024) met betrekking tot de door het CBS geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Het belangrijkste verschil bestaat hieruit dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd als de geraamde levensverwachting met een kwartaal is toegenomen. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt daarentegen plaats tien jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de door het CBS geraamde levensverwachting met een jaar is toegenomen.

Deze aanpassing vindt bij algemene maatregel van bestuur plaats in stappen van één jaar. Gelet op de recente verhoging van de pensioenrichtleeftijd (per 1 januari 2018) naar 68 jaar en de huidige CBS-cijfers zou zelfs bij toepassing van de huidige 1-op-1-systematiek een verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 69 jaar pas met ingang van 1 januari 2029 aan de orde zijn, aldus het ministerie. Door de factor van 2/3 wordt dat alleen maar later.

Commentaar

De maatregelen in het (principe) akkoord vormden een onlosmakelijk pakket van maatregelen. Op 4 juli 2020 moest de ledenraad van de FNV hierover stemmen. Een eerdere stempoging  mislukte om diverse redenen. En dat zij daarmee zouden instemmen, was beslist nog niet zeker. Weigeren van een deel van dit akkoord door de leden van de FNV zou betekenen dat ook de minder snelle verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd op losse schroeven zou komen te staan. Gelukkig stemde de FNV in met het voorstel.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rijksoverheid.nl 8 juli 2020, wetsvoorstel verandering koppeling AOW-leeftijd

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 juli 2020.