Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

AOW-premie over pensioenuitkeringen vóór AOW-ingang; geen ongelijke behandeling, geen inbreuk op eigendom

4 oktober 2017

Over pensioenuitkeringen die worden ontvangen voordat de AOW-gerechtigde leeftijd is bereikt, is AOW-premie verschuldigd. Dit leidt niet tot ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie, schending van het gelijkheidsbeginsel of inbreuk op eigendom.

AOW-premie over pensioenuitkeringen

X werd in november 2014 65 jaar. In 2014 ontving hij uit diverse bronnen pensioenuitkeringen. De Inspecteur belastte deze inkomsten op basis van het tarief inclusief 17,9% AOW-premie. X vindt dat de Inspecteur ten onrechte AOW-premie heeft berekend.

X was gehele jaar 2014 premieplichtig

X ging in beroep bij de Rechtbank Den Haag. De Rechtbank concludeert dat de AOW in 2013 is gewijzigd, waardoor de AOW-leeftijd stapsgewijs wordt verhoogd. In 2014 is de AOW-ingangsleeftijd uit dien hoofde 65-jaar en twee maanden. De Inspecteur stelt daarom terecht dat X pas in februari 2015 de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereik en niet in 2014. Daarom is X in het jaar 2014 nog steeds premieplichtig voor de AOW. De Inspecteur paste daarom volgens de Rechtbank het juiste tarief toe bij het vaststellen van de aanslag.
In hoger beroep sluit het Hof Den Haag zich “op de daartoe door de Rechtbank gebezigde gronden” aan bij het oordeel van de Rechtbank.

Geen strijd met het ‘nulla poena-beginsel’

X beriep zich bij het Hof ook op het zogenoemde ‘nulla poena-beginsel’; geen straf zonder wet. Dit standpunt verwerpt het Hof omdat de aan de orde zijnde regeling niet kan worden aangemerkt als een strafsanctie. Bovendien is de AOW gewijzigd op dit punt vóórdat X 65 werd. Ook op die grond faalt het standpunt van belanghebbende.

Geen ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie

X had nog meer pijlen op zijn boog. Hij beriep zich op leeftijdsdiscriminatie. Het Hof volgt ook hier de Rechtbank. De Rechtbank oordeelde dat bij de toepassing van de AOW-ingangsdatum onderscheid naar leeftijd wordt gemaakt. Maar, niet ieder onderscheid naar leeftijd levert een ongeoorloofde leeftijdsdiscriminatie op. Als daarvoor redelijke en objectieve gronden bestaan, is het maken van onderscheid naar leeftijd geoorloofd.

De wijziging van de AOW-leeftijd heeft als doelstelling een besparing op de overheidsuitgaven te realiseren en een solide stelsel van collectieve voorzieningen zeker te stellen. Deze doelstelling is volgens de Rechtbank gerechtvaardigd. Er is sprake van een legitieme doelstelling in het algemeen belang. Verder heeft de wetgever overgangsmaatregelen getroffen om mogelijke overbruggingsproblemen te compenseren. Van een ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd is daarom geen sprake. Volgens het Hof voert X in hoger beroep geen gronden, feiten of omstandigheden aan die een nieuw of ander licht op de zaak (kunnen) werpen.

Geen schendig van het gelijkheidsbeginsel

De trukendoos van X was nog niet leeg. Hij stelde dat sprake was van schending van het gelijkheidsbeginsel omdat hij geen aanspraak kon maken op eenzelfde compensatie voor het AOW-gat als oud-defensiemedewerkers. Ook hier vindt hij geen gehoor bij het Hof. Het gelijkheidsbeginsel ziet op situaties waarin een bestuursorgaan twee of meer belanghebbenden die in gelijke omstandigheden verkeren, ongelijk behandelt. Met betrekking tot oud-defensiemedewerkers geldt dat hun werkgever en niet het bestuursorgaan (de Inspecteur) de voorziening voor het AOW-gat in het leven heeft geroepen. Bovendien, zo voegt het Hof er fijntjes aan toe, is gesteld noch gebleken dat oud-defensiemedewerkers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt, over hun inkomen geen AOW-premie zouden zijn verschuldigd. Uit een door X ingebrachte brief van de minister van Defensie blijkt juist dat alle belastingplichtigen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt over hun inkomen AOW-premies afdragen en dat geldt ook voor gewezen militairen die een voorziening voor het AOW-gat ontvangen.

Geen schending van artikel 1 Eerste Protocol van het EVRM

Het laatste anker waarvoor X bij het Hof ging liggen was een beroep op artikel 1 van het Eerste protocol van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens. Dit artikel bevat een verbod op aantasting van eigendom. Het Hof verwijst naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep die oordeelde dat de wijziging van de AOW op het niveau van regelgeving niet leidt tot schending van artikel 1 van het Eerste Protocol, maar dat toepassing van de hogere AOW-ingangsleeftijd in een concreet geval tot een individuele en buitensporige last zou kunnen leiden, zodat sprake is van inbreuk op het eigendom. Het Hof wijst dit af omdat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad van een individuele en buitensporige last sprake is wanneer een maatregel zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. X heeft niet gemotiveerd aangevoerd waarom de verhoging van de AOW-leeftijd zich in zijn geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Daarom faalt zijn beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol.

Commentaar

X bracht zo ongeveer alles in stelling wat voorradig is. De primaire stelling dat hij in 2014 niet premieplichtig was, was bij voorbaat kansloos. De AOW wijzigde immers vóórdat X 65 werd. Wetten hebben in beginsel onmiddellijke werking. Dat betekent dat ze vanaf datum inwerkingtreding van toepassing zijn op alle bestaande rechtsverhoudingen. Dat is alleen anders als er een overgangsregeling is getroffen. Dat is op dit punt niet het geval, zodat de wijziging van de AOW onverkort voor X geldt.

Ook het oordeel dat geen sprake is van strijd met het nulla poena beginsel, geen sprake is van leeftijdsdiscriminatie of strijd met het gelijkheidsbeginsel wekt gezien de jurisprudentie op dit punt geen verbazing. Hetzelfde geldt voor het beroep op artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Ook dat werd op soortgelijke gronden al eerder door de rechter afgewezen.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 26 september 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 oktober  2017.