Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Arbeidsongeschiktheidsuitkering geen letselschade-uitkering

Arbeidsongeschiktheidsuitkering geen letselschade-uitkering

23 maart 2020

Rekent de inspecteur de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen van verzekeraar Y terecht tot het belastbare inkomen uit werk en woning van X? Volgens het gerechtshof Den Haag wel.

Arbeidsongeschiktheidsuitkering een letselschadevergoeding?

De heer X is sinds 2001 arbeidsongeschikt. Hij ontvangt in de jaren daarna, ook in het jaar 2010, uitkeringen van het UWV en verzekeraar Y. De belastinginspecteur neemt de uitkeringen in de aanslag inkomstenbelasting 2010 in aanmerking als loon uit vroegere dienstbetrekking. X is het daarmee niet eens. Volgens hem is de uitkering van de verzekeraar een letselschade-uitkering en daarom een uitgezonderde periodieke uitkering. Nadat X bij de rechtbank geen gelijk krijgt gaat hij in hoger beroep.

Hof: uitkering is een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Volgens het hof heeft de inspecteur van de belastingdienst de uitkeringen van verzekeraar Y en het UWV terecht tot het inkomen gerekend. De uitkering van verzekeraar Y is volgens het hof geen periodieke uitkering die volgens de Wet op de inkomstenbelasting (Wet IB, artikel 104) is uitgezonderd als ‘aangewezen periodieke uitkering’. En de uitkering van het UWV is een publiekrechtelijke uitkering en belast op basis van artikel 3.101, eerste lid onderdeel a Wet IB. Beide uitkeringen vormen belastbaar inkomen uit werk en woning.

De belastinginspecteur, op wie de bewijslast rust, overlegde kopieën van renseignementen waaruit valt op te maken dat X van het UWV een WAO/AAW-uitkering heeft ontvangen. Deze uitkering moet worden aangemerkt als een uitkering op grond van een publiekrechtelijke regeling en behoort, gelet op de hiervóór aangehaalde wettelijke bepalingen, tot het belastbare inkomen uit werk en woning, aldus het hof. Uit diezelfde kopieën blijkt dat de uitkering van verzekeraar Y een uitkering uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering is. Periodieke uitkeringen uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering behoren eveneens tot het belastbare inkomen uit werk en woning.

De rechtbank had geen reden om aan de juistheid van deze renseignementen te twijfelen voor wat betreft de aard van deze uitkeringen. Het betreft immers uitkeringen waarbij de aanspraken op die uitkeringen destijds onbelast zijn gebleven, dan wel de premies voor aftrek in aanmerking kwamen, al dan niet op het van de werkgever ontvangen loon. Ook de stukken die X inbracht en de getuigenverklaring van de bedrijfsarts van het bedrijf waar X gewerkt had, vormden voor de rechtbank geen aanleiding om aan de juistheid van de renseignementen te twijfelen. Uit die stukken was alleen de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid van X op te maken en niet dat hier sprake is van vrijgestelde letselschade-uitkeringen, zoals X heeft betoogd. Voor dat laatste rust de bewijslast bij X en daaraan heeft hij niet voldaan. Het hof besliste daarom dat het hoger beroep van X ongegrond is.

Commentaar

Wie stelt, moet bewijzen. Dat laat deze uitspraak goed zien. X stelde dat er sprake was van een vrijgestelde letselschade-uitkering maar kon dat niet bewijzen. De inspecteur stelde dat er sprake was van een (belaste) arbeidsongeschiktheidsuitkering en kon dit onderbouwen met kopieën van de renseignering.

Over deze zaak voor de rechtbank schreven wij op 11 juni 2018. Ook toen al gaven wij aan dat de Wet IB duidelijk aangeeft dat een WAO-uitkering en een uitkering uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering belast zijn als inkomen uit werk en woning. Ook toen onderbouwde X zijn stelling nauwelijks dat er sprake is van een vrijgestelde letselschade-uitkering. Toen kwam hij niet opdagen tijdens de zitting en wraakte hij, zonder succes, de toegewezen rechter. Wij blijven ons afvragen waarom X toch heeft willen procederen. Zonde van de tijd, het geld en de belasting van het rechtssysteem.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Haag, 28 februari 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 maart 2020