Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Beëindiging wachtgeld op 65 objectief gerechtvaardigde leeftijdsdiscriminatie

8 mei 2017

Beëindiging van het wachtgeld op 65 jaar is discriminatie naar leeftijd. Voldoende compensatie van het AOW-gat van burgerambtenaren Defensie zorgt echter voor een objectieve rechtvaardiging.

Compensatie voor AOW-gat

Een burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie (hierna: A) kreeg in 2013/2014 overtolligheidsontslag. De minister kende hem wachtgeld toe tot de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikte. Door de stapsgewijze verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd als gevolg van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) krijgt A niet vanaf 65-jarige leeftijd een AOW-uitkering, maar pas vanaf de voor hem geldende verhoogde AOW-leeftijd. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) trekt de ingangsdatum van het aanvullend ouderdomspensioen gelijk met deze verhoogde AOW-leeftijd. Hierdoor sluit het wachtgeld niet meer aan op de AOW- en pensioenaanspraken van A.

Het ministerie compenseert A voor het verlies van inkomen dat ontstaat in de periode van 65 jaar tot de AOW-leeftijd. A krijgt gedurende die periode een maandelijkse netto uitkering die gelijk is aan de netto AOW-uitkering plus vakantiegeld. Daarnaast krijgt hij voor diezelfde periode een compensatie in verband met het feit dat hij zijn ouderdomspensioen vervroegd laat ingaan bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Die compensatie krijgt hij ook als hij geen gebruik maakt van de mogelijkheid het ouderdomspensioen eerder in te laten gaan dan de AOW-leeftijd.

Volgens A is er sprake van verboden onderscheid naar leeftijd als bedoeld in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbla). De Centrale Raad van Beroep (de Raad) bevestigde dit eerder. Het ministerie vulde na deze uitspraak de tegemoetkoming AOW-hiaat en de compensatie voor het eventueel vervroegd in laten gaan van het ouderdomspensioen aan tot 90% van de aanspraken.  

Volgens A is – ondanks deze extra compensatie - nog steeds sprake van verboden leeftijdsonderscheid. 

Centrale Raad van Beroep

Volgens de Raad van Beroep (de Raad) is bij het beëindigen van het wachtgeld op 65-jarige leeftijd weliswaar sprake van onderscheid naar leeftijd maar is er sprake van een objectieve rechtvaardiging.

Eerder oordeelde de Raad dat de doelstellingen die de minister aan het hanteren van een leeftijdsgrens van 65 jaar voor het ontvangen van wachtgeld (en dus aan het daardoor ontstane leeftijdsonderscheid) ten grondslag legde, legitiem zijn. Deze doelstellingen waren het beschermen van alleen degenen die beschikbaar zijn voor arbeid en onvoldoende inkomensvoorzieningen hebben en een eerlijke verdeling van de beschikbare gelden. De beroepsgronden geven geen aanleiding daarover nu anders te oordelen, aldus de Raad.

Als middel om de doelstellingen te bereiken:

  • handhaaft de minister de beëindiging van het recht op wachtgeld als de ambtenaar de 65-jarige leeftijd bereikt;
  • kent de minister vanaf dat moment de ambtenaar de tegemoetkoming AOW-hiaat en compensatie toe;
  • past hij in voorkomende gevallen de aanvullende maatregel tot 90% van de aanspraak toe;
  • en kan desbetreffende ambtenaar gebruikmaken van de mogelijkheid om het door het ABP toe te kennen ouderdomspensioen vervroegd vanaf de leeftijd van 65 jaar in te laten gaan. 

 

Dit middel is volgens de Raad passend en noodzakelijk om de doelstellingen te bereiken. De minister garandeerde A vanaf zijn 65ste jaar tot aan zijn AOW-leeftijd in ieder geval 90% van zijn aanspraak te ontvangen. Uit de inkomensoverzichten die de minister maakte voor A (en zijn collega’s die over hetzelfde klaagden) blijkt dat een netto inkomensverlies van slechts één tot enkele procenten van zijn aanspraak. Naar oordeel van de Raad is onder meer hierdoor sprake van een objectieve rechtvaardiging.

Commentaar

Naast A was er een groep burgerambtenaren die een beroep deden op leeftijdsdiscriminatie. De ontslagen burgerambtenaren wilden duidelijk het onderste uit de kan. Zij wilden geen nadelige inkomensgevolgen van de verhoging van de AOW- en pensioen richtleeftijd. Inkomensgevolgen die werkenden ook ondervinden als gevolg van het verhogen van de AOW- en pensioenleeftijd. Daarin kwam het ministerie hen voor een belangrijk deel tegemoet. Maar het houdt een keer op. En helpt een beroep op leeftijdsdiscriminatie niet.

Het ministerie compenseert de ontslagen burgerambtenaren voldoende voor hun inkomensverlies als gevolg van het verhogen van de AOW-leeftijd. De Raad bevestigt dit in deze uitspraak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Centrale Raad van Beroep, 26 april 2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 mei 2017