Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen naar Tweede Kamer

Wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen naar Tweede Kamer

7 september 2020

Minister Koolmees stuurde op 2 september 2020 het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen naar de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel bevat de uitwerking van de afspraken in het pensioenakkoord om meer maatwerk mogelijk te maken in het arbeidsvoorwaardelijke pensioen.

Bedrag in eens; alleen voor ouderdomspensioen

Deelnemers in een pensioenregeling krijgen de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen als bedrag ineens op te nemen. Dit keuzerecht gaat ook gelden voor een zogenoemd bevroren pensioen in eigen beheer en het nettopensioen. Daarnaast introduceert het wetsvoorstel een soortgelijk keuzerecht voor oudedagsvoorzieningen die zijn opgebouwd in de derde pijler, alsmede de nettolijfrente.

De mogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen, geldt alleen voor ouderdomspensioen. Voor andere vormen van pensioen, zoals nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen, is dit niet het geval. Het recht op afkoop betreft uitsluitend 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen op pensioeningangsdatum. Daarbij kan het ouderdomspensioen zijn opgebouwd in een uitkeringsovereenkomst, kapitaalovereenkomst of premieovereenkomst. Bij die laatste twee overeenkomsten betreft het dan het kapitaal dat is opgebouwd voor ouderdomspensioen.

De mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen te laten afkopen, is een wettelijk recht van een deelnemer. Pensioenuitvoerders, sociale partners of medezeggenschapsorganen kunnen dit keuzerecht niet inperken door bijvoorbeeld nadere voorwaarden in een pensioenregeling of cao te stellen. Elk beding in strijd met de regeling voor afkoop van een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen is nietig.

Er is geen verplicht bestedingsdoel voorgesteld voor het bedrag dat wordt opgenomen. Deelnemers mogen dit vrij besteden.

Vijf voorwaarden

Aan het recht op opname van een bedrag ineens verbindt de wetgever vijf voorwaarden.

  1. De afkoop mag maximaal 10% van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen betreffen. In geval van een kapitaal- of premieovereenkomst betekent dit dat maximaal 10% van het kapitaal dat bestemd is voor ouderdomspensioen mag worden afgekocht. Wanneer sprake is van opbouw van ouderdomspensioen bij meerdere pensioenuitvoerders, wordt het maximaal op te nemen pensioenkapitaal van 10% bepaald per pensioenuitvoerder.

  2. De gedeeltelijke afkoop moet plaatsvinden op de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.

  3. Als de pensioenovereenkomst of pensioenregeling de mogelijkheid van een hoog-laagpensioen biedt, mag de deelnemer alleen gebruik maken van de gedeeltelijke afkoop als er geen gebruik wordt gemaakt van het hoog-laagpensioen. Ook de zogenoemde AOW-overbrugging is een vorm van het hoog-laagpensioen. De AOW-overbrugging houdt in dat de pensioenuitkering in de eerste jaren na pensionering (in dit geval tot aan de AOW-leeftijd) hoger is dan de jaren daarna. Een deelnemer mag derhalve alleen gebruikmaken van de gedeeltelijke afkoop als er geen gebruik wordt gemaakt van een AOW-overbrugging.

  4. De resterende levenslange pensioenuitkering moeten na de gedeeltelijke afkoop boven de afkoopgrens van kleine pensioenen liggen.

  5. Als gedeeltelijke afkoop leidt tot een verlaging van het partnerpensioen heeft een deelnemer toestemming nodig van de partner die begunstigde is voor het partnerpensioen. Van een dergelijke verlaging kan onder meer sprake zijn als de hoogte van het partnerpensioen wordt afgeleid van de hoogte van het ouderdomspensioen.

 

Vaststelling afkoopwaarde

De vaststelling van de afkoopwaarde ("het bedrag ineens") vindt plaats op basis van de regels die ook gelden voor de andere bestaande afkoopmogelijkheden, zoals de afkoop van kleine pensioenen. Dit betekent dat de pensioenuitvoerder bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet moet waarborgen dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. De regels gelden voor alle soorten pensioenovereenkomsten. Enkel bij uitkeringsovereenkomsten moet de waarde van de pensioenaanspraak contant gemaakt worden. Bij premie- en kapitaalovereenkomsten geldt dat de waarde van de aanspraak overeenkomt met het beschikbare gespaarde vermogen.

Daarnaast betekent dit dat een pensioenfonds bij de vaststelling van de afkoopwaarde geen rekening houdt met de (negatieve dan wel positieve) buffer van het pensioenfonds. Dit voorkomt dat binnen een pensioenfonds verschillen kunnen ontstaan tussen de afkoopwaarden die deelnemers die op een verschillend moment met pensioen gaan ontvangen, enkel vanwege een wijziging van de omvang van de buffer.

Fiscaal

Afkoop van ten hoogste 10% van de waarde van een ouderdomspensioen- of lijfrenteaanspraak is ook fiscaal een toegestane vorm van afkoop. Dat betekent dat bij een dergelijke afkoop enkel het
afgekochte deel van de aanspraak belast is. Daarnaast geldt dat zowel bij een dergelijke afkoop van een pensioenaanspraak als bij een dergelijke afkoop van een aanspraak op periodieke uitkeringen in de derde pijler geen revisierente is verschuldigd.

Bij waardeoverdracht afkoop bij ontvangende uitvoerder

Ingeval een deelnemer met een premieovereenkomst of kapitaalovereenkomst gebruikmaakt van de mogelijkheid van waardeoverdracht op de pensioeningangsdatum vindt de gedeeltelijke afkoop plaats bij de ontvangende pensioenuitvoerder. De overdragende pensioenuitvoerder moet tot aan het moment van de waardeoverdracht voldoen aan de wettelijke informatieverplichtingen. Dit betekent dat de overdragende pensioenuitvoerder de deelnemer in ieder geval (generiek) informeert over de keuzes die voorliggen op de pensioeningangsdatum, waaronder de mogelijkheid tot de gedeeltelijke afkoop. De ontvangende pensioenuitvoerder moet bij het voorleggen van de offerte voor de uitvoering van de uitkeringsfase en de daaropvolgende communicatie inzicht bieden in de keuzemogelijkheden die de pensioenuitvoerder aanbiedt.

Versoepeling Regeling voor vervroegde uittreding (RVU)

Indien een werknemer uiterlijk in het kalenderjaar 2025 de leeftijd bereikt die ten hoogste drie jaar lager is dan de AOW-leeftijd, kan de werkgever een regeling toekennen ter overbrugging van de jaren tot het bereiken van de AOW-leeftijd. Werkgevers kunnen in de (maximaal) drie jaar vóór de AOW-leeftijd aan hun werknemers een bedrag meegeven dat na vermindering met de loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering (netto-AOW), zonder dat hierover een RVU-heffing door de werkgever is verschuldigd.

De gedeeltelijke vrijstelling van RVU-heffing geldt voor de jaren 2021 tot en met 2025. Er komt een overgangsregeling voor een uiterlijk op 31 december 2025 schriftelijk overeengekomen RVU, zodat onder voorwaarden hieruit nog uitkeringen kunnen worden gedaan in de jaren 2026, 2027 en 2028 met gebruikmaking van de drempelvrijstelling. Deze overgangsregeling creëert een uitloopperiode zodat ook werknemers die in 2023, 2024 en 2025 aan de voorwaarden voldoen (36 maanden voor AOW-leeftijd) een regeling ter overbrugging van de periode tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd kunnen krijgen.

Uitbreiden verlofsparen

Op dit moment kunnen werknemers maximaal 50 weken fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof opsparen. Het kabinet heeft met sociale partners afgesproken om deze fiscale grens te verhogen van 50 naar 100 weken. Het opgebouwde verlof kan op allerlei momenten gedurende de loopbaan (gedeeltelijk) worden opgenomen. Dit geeft werknemers de ruimte om zelf hun duurzame inzetbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld door het extra gespaarde verlof in tezetten om een aantal jaar voor de pensioenleeftijd minder te gaan werken of gedurende de loopbaan tijd te nemen voor omscholing of een sabbatical. Daarnaast geeft het werknemers de ruimte om eerder te stoppen met werken, met behoud van salaris.

Commentaar

Het Pensioenakkoord bevat, naast de introductie van het zogenoemde ‘doorontwikkelde contract’ (zie ons nieuwsbericht van 15 juni 2020) ook afspraken over het opnemen van een deel van het pensioen ineens, een versoepeling van de RVU-boete en het uitbreiden van de mogelijkheden tot verlofsparen. Dit wetsvoorstel zet deze afspraken om in concrete wetgeving. Zoals dat al eerder gebeurde met de afspraken over de temporisering van de AOW-leeftijd (zie ons nieuwsbericht van 4 november 2019). De wetsvoorstellen rond het nieuwe pensioencontract verwachten we in de eerste helft van 2021.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Wetsvoorstel Wet bedrag in eens, RVU en verlofsparen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 4 september 2020.