Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Belastingdienst hoeft eigen RVU-heffing niet te betalen

11 december 2018

De Belastingdienst kreeg in zijn hoedanigheid als werkgever een RVU-heffing opgelegd naar aanleiding van de vertrekregeling. Mede naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad draaide de belastinginspecteur die deze heffing had opgelegd hem terug. 

Vertrekregeling Belastingdienst volgens inspecteur RVU 

De Belastingdienst voerde in 2016 een vertrekregeling in waar ruim 5.000 ambtenaren gebruik van konden maken. Volgens diezelfde Belastingdienst was deze regeling een zogenoemd Regeling voor vervroegde uittreding (RVU). 

Een RVU is een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de AOW te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de AOW dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling (artikel 32ba, zesde lid Wet LB 1964). Als sprake is van een RVU moet de werkgever daarover een eindheffing van 52%  betalen . Deze eindheffing kan de werkgever niet verhalen op de werknemers. Over de uitkering houdt de werkgever ook loonheffing in. 

De inspecteur legde dan ook aan de Belastingdienst als werkgever ruim € 150 miljoen eindheffing g op. 

Hoge Raad nuanceert standpunt Belastingdienst 

De Hoge Raad oordeelde in een uitspraak van 22 juni 2018 dat bij beantwoording van de vraag of sprake is van een RVU bepalend is of de uitkeringen of verstrekkingen bedoeld zijn om te dienen ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de (gewezen) werknemer tot de pensioendatum. De beweegredenen van de werkgever om zodanige uitkeringen en verstrekkingen aan te bieden, doen in dit verband volgens de Hoge Raad niet ter zake. In desbetreffende uitspraak gaf de Hoge Raad aan dat er geen sprake is van een RVU als de voorwaarden voor de vertrekregeling voor alle werknemers gelijk zijn. Dat vooral oudere werknemers er daadwerkelijk gebruik van maken, hetgeen gebeurde bij de Belastingdienst, is niet relevant. Zie ook ons bericht van 29 juni 2018. 

Belastingdienst trekt heffing in

Naar aanleiding van deze uitspraak van de Hoge Raad besloot de belastinginspecteur de RVU-heffing terug te draaien. Zo blijkt uit een publicatie in het Financieel Dagblad van maandag 3 december 2018. Dit leidt in 2018 tot een teruggave van ongeveer € 100 miljoen, die in 2019 uiteindelijk oploopt tot € 168 miljoen.

Commentaar 

De belastinginspecteur komt volkomen onafhankelijk tot zijn oordeel. Ook ten opzichte van de eigen dienst, zo benadrukte de woordvoerder van de staatssecretaris van Financiën. Ook volgt de belastingdienst doorgaans de oordelen van de Hoge Raad. Uitspraken van de Hoge Raad waar het ministerie van Financiën niet mee kan leven, worden via reparatiewetgeving gerepareerd. Daarvan is hier overigens geen sprake. Voor zover wij weten, zijn er geen plannen om artikel 32ba Wet LB 1964 naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad te wijzigen. Een voordeeltje dus voor de Belastingdienst, maar een even groot nadeel voor de schatkist. Per saldo lood om oud ijzer dus. Structureel schat het ministerie van Financiën het verlies aan inkomsten op basis van de Hoge Raad uitspraak op € 115 miljoen per jaar. 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: FD 3 december 2018 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 10 december 2018.