Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Belastingdienst keurt inhaalindexatie goed

30 mei 2016

Onlangs beantwoordde het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) een vraag over inhaalindexatie. Volgens het CAP moet je per individuele deelnemer toetsen of inhaalindexatie leidt tot fiscale bovenmatigheid.

Vraag aan CAP over inhaal van indexatie

Vanwege een te lage dekkingsgraad besloot het bestuur van een pensioenfonds de afgelopen jaren om de opgebouwde pensioenaanspraken van de (ex-) deelnemers en de pensioenen van de uitkeringsgerechtigden niet (volledig) te indexeren. Het CAP kreeg de vraag of het pensioenfonds binnen de kaders van de fiscale wet- en regelgeving de in de afgelopen jaren achterwege gelaten indexatie op een later moment alsnog kan toekennen.

Inhaalindexatie per individuele deelnemer toetsen

Het CAP antwoordt op deze vraag bevestigend. De fiscale wet- en regelgeving biedt een pensioenfonds de mogelijkheid om de in de afgelopen jaren achterwege gelaten indexatie op een later moment alsnog toe te kennen. Het pensioenfonds moet voor elke individuele (ex-)deelnemer en/of uitkeringsgerechtigde afzonderlijk vaststellen of de omvang van de inhaalindexatie binnen de kaders van de Wet op de loonbelasting blijft.

Het CAP: “De fiscale pensioengrenzen van de Wet LB gelden voor het pensioen van de individuele werknemer. Het toekennen van inhaalindexatie is slechts mogelijk voor zover de indexatie van de pensioenaanspraken en/of pensioenuitkeringen van de individuele (ex-) deelnemer of uitkeringsgerechtigde daadwerkelijk lager is geweest dan het in de pensioenregeling opgenomen (nagestreefde) indexatieniveau. Indien en voor zover een (ex-) deelnemer en/of uitkeringsgerechtigde niet is geraakt door de achtergebleven indexatie van het pensioenfonds, is geen (volledige) inhaalindexatie mogelijk. Dit zal zich bijvoorbeeld voordoen indien de (ex-) deelnemer en/of uitkeringsgerechtigde pas tijdens of ná de periode(n) met de beperkte indexatie is toegetreden tot het pensioenfonds.”

Omvang van de inhaalindexatie

Voor de omvang van de inhaalindexatie kan het pensioenfonds maximaal uitgaan van het in de pensioenregeling opgenomen (nagestreefde) indexatieniveau. Bijvoorbeeld de loonontwikkeling in de branche of de ontwikkeling van een door het CBS vastgesteld prijsindexcijfer. Het is niet mogelijk om een inhaalindexatie toe te kennen op basis van een vast indexatiepercentage dat hoger is dan het voor de betreffende jaren in de pensioenregeling opgenomen (nagestreefde) indexatieniveau, aldus het CAP. Een vaste indexatie is altijd een zo goed mogelijke inschatting van de toekomstige loon- of prijsontwikkeling. Voor het verleden is de daadwerkelijk opgetreden loon- of prijsontwikkeling bekend en is er geen aanleiding om met terugwerkende kracht een hogere vaste indexatie toe te kennen.

Commentaar

Het CAP geeft hiermee antwoord op een steeds weer terugkomende discussie. Het is fijn dat er nu helderheid komt. Want het standpunt van de Belastingdienst is duidelijk: een inhaalindexatie is alleen mogelijk voor zover er op deelnemerniveau nog fiscale ruimte is. Dat lijkt meteen de praktische toepasbaarheid te beperken. Want het individueel toetsen van tienduizenden of honderdduizenden deelnemers door een pensioenfonds lijkt ons een aardige klus.

Het standpunt van de Belastingdienst over de omvang van de indexatie vinden wij een logische. Als je gaat inhalen over het verleden, is de feitelijke inflatie immers bekend. Daar moet je dus van uitgaan.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Belastingdienstpensioensite, Vraag en antwoord 16-001

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 mei 2016.