Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Beleggingsrisico tijdens uitkering premieovereenkomst

23 december 2014

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde op 19 december de hoofdlijnennota ‘Optimalisering wettelijke kader premieovereenkomsten’ naar de Tweede Kamer. Daarin staat een aantal verbetervoorstellen voor mensen met een premieovereenkomst.

Aantal premieovereenkomsten groeit

In 2014 hebben ongeveer 470.000 deelnemers een premieovereenkomst. Het aantal deelnemers met een premieovereenkomst neemt de laatste jaren snel toe. In 2013 namen ongeveer 330.000 mensen hieraan deel. Het aantal deelnemers met een premieovereenkomst groeide in één jaar tijd met ruim 42%!

Geen optimaal pensioenresultaat premieovereenkomsten 

Volgens de Pensioenwet moeten deelnemers aan een premieovereenkomst uiterlijk op de pensioeningangsdatum het opgebouwde pensioenkapitaal in één keer omzetten in een pensioenuitkering. Hierdoor is de hoogte van de pensioenuitkering afhankelijk van de rente op het moment van pensionering. De beleggingshorizon van een deelnemer wordt op deze manier verkort, omdat in de uitkeringsfase geen beleggingsrisico meer genomen kan worden. Ook moet al voor de pensioeningangsdatum het beleggingsrisico worden afgebouwd. Door de verplichte omzetting van het beleggingskapitaal in een gegarandeerd levenslang pensioen en de vroegtijdige afbouw van het beleggingsrisico wordt de beleggingshorizon onnodig verkort. Hierdoor gaat rendementspotentieel voor de pensioengerechtigde verloren. Dat hindert het verkrijgen van een optimaal pensioenresultaat. 

Het kabinet wil dat het pensioenresultaat voor mensen met een premieovereenkomst verbetert. 
Daarom zal zij voorstellen om de wetgeving moet aan te passen. 

Verbetervoorstellen

De hoofdlijnennota “optimalisering wettelijk kader premieovereenkomsten’ bevat een aantal voorstellen om het wettelijke kader voor premieovereenkomsten te verbeteren. Dit met als doel om het pensioenresultaat voor deelnemers in premieovereenkomsten te verbeteren tegen een acceptabel risico voor deze deelnemers. 

De kern van de verbetervoorstellen is dat deelnemers met een premieovereenkomst ook in de uitkeringsfase beleggingsrisico’ s mogen nemen. De deelnemer kan voor zijn levenslange pensioenuitkering kiezen uit:

  •  een gegarandeerde uitkering;
  •  een uitkering die afhankelijk is van een individuele beleggingsstrategie;
  •  een uitkering die geheel of gedeeltelijk afhankelijk van collectieve beleggingen.

In het laatste geval treedt de deelnemer voor of op de pensioendatum toe tot een collectief, waarin gepensioneerden beleggingsrisico en langlevenrisico met elkaar delen. In de hoofdlijnennota wordt ook de mogelijkheid uitgewerkt om de toetreding tot het collectief geleidelijk te laten plaatsvinden gedurende een periode van maximaal 10 jaar voorafgaand aan de pensioenrichtleeftijd.

Om de uitkering bij beleggen schokbestendig te maken moeten deelnemers positieve- of negatieve beleggingsresultaten over een langere periode uitsmeren. In de nota wordt hiervoor een termijn genoemd van vijf jaar. 

Vervolgtraject

Het nieuwe wettelijk kader voor premieovereenkomsten moet wel uitvoerbaar zijn. Voor de uitwerking van deze plannen werkt het ministerie van SZW en het ministerie van Financiën nauw samen met de pensioen- en verzekeringssector, sociale partners, DNB en AFM. 

In het voorjaar zal het kabinet een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer sturen. Het kabinet streeft naar aanpassing van de wetgeving per 1 januari 2016.

Commentaar

De voorstellen zijn met name geschreven vanuit de positie van pensioenfondsen. Voor pensioenverzekeraars is het doorbeleggen na pensioendatum zoals voorgesteld vrijwel niet uitvoerbaar.

De best uitvoerbare oplossing is volgens ons het weer mogelijk maken dat een pensioenuitkering wordt uitgedrukt in de tegenwaarde van een vast aantal beleggingseenheden in een beleggingsfonds. 

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Nieuwsbericht d.d. 20 december 2014 ministerie van Sociale Zaken en Hoofdlijnennota 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 december 2014