Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Beoogd pensioen geen woekerpensioen

8 augustus 2018

Volgens de heer X heeft de pensioenuitvoerder met betrekking tot zijn streefregeling onjuiste rendementen voorgespiegeld. Hierdoor kon hij niet juist beslissen. Ook zouden de kosten hoger zijn dan de kostenorm. De kantonrechter oordeelt dat de pensioenuitvoerder voldoende gecompenseerd heeft.

Compensatie voor verzekerd kapitaal in eenheden

Met ingang van 1 januari 1999 sloot de heer X via zijn werkgever (W) een pensioenverzekering op basis van beleggingen. Volgens de offerte die X daarvoor kreeg van verzekeraar Z bouwt hij (bij een voortdurende pensioenopbouw) tot 1 juni 2017 een beoogd ouderdoms- en partnerpensioen op ter grootte van respectievelijk € 5.140 en € 3.600 per jaar. X accepteerde deze offerte in 1999. Bij een beoogd pensioen (ook wel streefregeling genoemd) wordt een pensioenkapitaal verzekerd waarvoor op de pensioendatum pensioenuitkeringen worden aangekocht. Voor de pensioenverzekering geeft verzekeraar Z Polis 1 af aan X. 

In 2008 kiest X ervoor over te stappen naar een andere beleggingsvorm. Hij ondertekent hiervoor op 29 november 2008 het formulier “Overstappen naar Z belegt”. Op basis van de resterende looptijd is de waarde van de verzekerde eenheden overgebracht naar een offensief beleggingsdepot.

Met ingang van 1 juli 2010 beëindigt werkgever W de oorspronkelijke collectieve pensioenverzekering en stapt over naar een andere pensioenverzekering. X krijgt hiervoor een nieuwe polis: polis 2, ingaande 1 juli 2010. Als gevolg van deze overstap wordt polis 1 premievrij gemaakt. Als X op 1 juni 2012 uit dienst treedt wordt polis 2 ook premievrij gemaakt.

In 2013 compenseert verzekeraar Z de heer X met betrekking tot de verzekering onder polisnummer 1 voor een bedrag van € 893. Voor de verzekering onder polisnummer 2 vindt geen compensatie plaats. X laat verzekeraar Z weten niet akkoord te gaan met de compensatie. Hij deelt verzekeraar Z mee dat hij een compensatiebedrag van € 40.000 passend vindt gelet op de wanverhouding die is ontstaan tussen de betaalde inleg en de opgebouwde waarde in de pensioenpolis. 

Verzekeraar Z is het daarmee niet eens. Z schrijft X dat zij geen aanleiding ziet voor een hoger compensatiebedrag. Het aangeboden bedrag is gebaseerd op de ‘kostentoetsnorm voor pensioenverzekeringen’, die is vastgesteld tussen enerzijds de Stichting van de Arbeid en anderzijds het Verbond van Verzekeraars, waarbij ook de Financiële Ombudsman Wabeke betrokken is geweest.

Verzekerd pensioenkapitaal lager dan voorgespiegeld?

X verwijt Z dat de opbouw van het verzekerde pensioenkapitaal veel lager is uitgevallen dan Z hem op voorhand heeft voorgespiegeld. Volgens X is hem voorgespiegeld dat een rendement van 4,71% haalbaar had moeten zijn. Hij verwijst hiervoor naar het rapport van Get Smart Pensioenconflicten waarin dit percentage door een deskundige is becijferd. Dit percentage is volgens hem bij lange na niet gehaald. Ook verwijt X dat Z hem niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt met welke kosten hij gedurende de looptijd van de overeenkomst rekening moest houden en welk effect dit heeft op de gewenste en voorgespiegelde kapitaalopbouw. Z is daarom te kort geschoten in de op haar rustende informatie en zorgplicht, aldus X.

Volgens Z heeft zij X periodiek op de hoogte gehouden met de juiste en volledige informatie  over het op te bouwen pensioenkapitaal en pensioenaanspraken. En is in de offerte die X accepteerde in 1999 heel duidelijk sprake van een beoogd pensioen, bij een voortdurend dienstverband tot 2017 en een pensioenkapitaal dat in de plaats komt van de beoogde pensioenen. Verder heeft Z de heer X keer op keer erop gewezen dat het kapitaal op de pensioendatum hoger of lager kan uitpakken dan in de overzichten genoemde voorbeeldkapitalen. De kantonrechter is met Z van oordeel, dat niet gezegd kan worden dat door Z aan X een hoger rendement is voorgespiegeld dan achteraf is behaald, nu in de offerte van juni 1999 wordt gesproken over “beoogd” en “voorbeeldkapitaal”.

De kantonrechter is ook met Z van oordeel, dat de door X geraadpleegde deskundige ten onrechte uitgaat van het hanteren van de ‘toetsnorm met betrekking tot levensverzekeringen op basis van beleggingen’ in plaats van de ‘toetsnorm met betrekking tot pensioenverzekeringen op basis van beleggingen’, die door de Ombudsman Financiële Dienstverleningen is geaccordeerd. Ook is de kantonrechter met Z van oordeel dat de toetsnorm voor pensioenverzekeringen in deze leidend is, nu hier sprake is van een algemeen aanvaarde kostentoetsnorm. Deze norm houdt kort gezegd in, het maximeren van de kosten die per jaar door de verzekeraar mogen worden ingehouden. Deze maximale inhouding bedragen volgens deze norm:

  • 1,5% over het opgebouwde vermogen;
  • 9,5% van de jaarpremie . 

Door X is niet, althans onvoldoende onderbouwd waarom in deze zaak het toepassen van deze toetsnorm niet redelijk zou zijn. Nu X zijn vordering op dit punt met name heeft gebaseerd op de berekening van Get Smart wijst de kantonrechter de vordering van X af. In dit verband oordeelt de rechter ook, dat niet is gebleken dat X recht heeft op een hoger compensatiebedrag dan het aan het hem toegekende bedrag. 

Commentaar

In 2010 adviseerde het Verbond van verzekeraars in een memo zijn leden de kosteninhoudingen op in het verleden gesloten beschikbare premieregelingen met beleggingsmogelijkheid te toetsen. Het Verbond had hiervoor – in overleg met de Stichting van de Arbeid - een toetsnorm ontwikkeld. 
Aan deze toetsnorm refereerde Z. En daarin ondersteunt de kantonrechter Z. 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Noord-Nederland, 27 juni 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 augustus 2018