Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Bestemming levensloopregeling niet duidelijk voor aanspraak pensioen: geheel saldo belast

Bestemming levensloopregeling niet duidelijk voor aanspraak pensioen: geheel saldo belast

2 juni 2020

X vraagt zijn bank in 2012 om het saldo van zijn levensloopregeling over te maken naar zijn pensioen BV. De pensioen BV doet in 2013 een uitkering aan X. Volgens X was er sprake van omzetting van het levensloopsaldo in een aanspraak ingevolge zijn pensioenregeling. Belastinginspecteur beschouwt de opname van het levensloopsaldo als opname en belast het totale bedrag in 2012. Rechtbank vindt dat terecht.

Een pensioen-BV is geen kredietinstelling

X is directeur grootaandeelhouder van een pensioen BV. Hij heeft een geblokkeerde levensloopregeling bij een bank. Het saldo van de levenslooprekening bedraagt op 31 december 2011 € 39.757,51. Het saldo van deze rekening wordt op 4 april 2012 overgeboekt naar de pensioen BV van X. De omschrijving van de overschrijving is ‘SALDO LEVENSLOOP IVM BEEINDIGING’.

De pensioen BV verstrekt X een brief op 10 april 2017 waarin onder meer staat: “Aan opgebouwde levenslooptegoed is in 2013 uitgekeerd een bedrag van € 46.549, …

X wilde de uitkering levensloop in 2013 laten belasten, omdat zijn inkomen in dat jaar veel lager was dan in 2012. De inspecteur gaat daarmee niet akkoord, omdat door de storting naar de pensioen BV de levensloopregeling niet langer voldoet aan de gestelde eisen:

‘(…)

3. Het ingevolge een levensloopregeling ingehouden loon wordt overgemaakt naar een geblokkeerde rekening bij een kredietinstelling, als premie gestort bij een verzekeraar voor een verzekering in het kader van een levensloopregeling, dan wel overgemaakt naar de beheerder van een beleggingsinstelling ter verkrijging van een of meer geblokkeerde rechten van deelneming in die instelling.

4. Als kredietinstelling, onderscheidenlijk verzekeraar of beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in het derde lid kunnen optreden:

  • financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen, mits zij de verplichtingen ingevolge de levensloopregeling voor de heffing van de vennootschapsbelasting rekent tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
  • financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen, mits zij de verplichtingen ingevolge de levensloopregeling rekenen tot het binnenlandse ondernemingsvermogen;
  • financiële ondernemingen aan wie een vergunning is verleend ingevolge de Wet op het financieel toezicht om in Nederland het bedrijf van beleggingsinstelling uit te oefenen, en die zijn gevestigd in Nederland;
  • een ander lichaam dan bedoeld in de onderdelen a, b en c dat voldoet aan door onze Minister te stellen voorwaarden.

(…)

6. Indien op enig tijdstip:

a. een levensloopregeling niet langer als zodanig is aan te merken, (…), wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak ingevolge de levensloopregeling aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer dan wel, indien deze is overleden, van de gerechtigde tot de aanspraak.

7. Het zesde lid is niet van toepassing voor zover een aanspraak ingevolge een levensloopregeling wordt omgezet in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens de in de wet op de loonbelasting gestelde begrenzingen.’

Bovendien staat in de Uitvoeringsregeling van de wet op de loonbelasting, dat

‘Indien in strijd met de levensloopregeling geheel of gedeeltelijk over het levenslooploon wordt beschikt, wordt de gehele aanspraak ingevolge de levensloopregeling aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de werknemer.’

Volgens de inspecteur kwalificeert de pensioen BV niet als een kredietinstelling en heeft X door het overboeken van het levenslooptegoed naar een rekening van de pensioen BV over het levenslooptegoed beschikt. Dat betekent, aldus de inspecteur, dat de levensloopregeling van X vanaf 2012 niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet en de aanspraak daarom in 2012 tot de inkomsten uit vroegere arbeid moet worden gerekend.

X geeft aan dat de pensioen BV weliswaar geen kredietinstelling is als bedoeld in artikel 19g van de Wet LB, maar dat de levensloopregeling niet in 2012 is geëindigd. Volgens X is het levenslooptegoed bij de eigen BV te vergelijken met een stamrecht in de eigen vennootschap en een pensioen in eigen beheer. Het levenslooptegoed bij de vennootschap is geblokkeerd aangehouden waardoor in 2012 niet over het levenslooptegoed is beschikt, aldus X. Volgens X is het vrijgekomen levenslooptegoed omgezet in een aanspraak op de pensioenregeling doordat het levenslooptegoed naar de vennootschap is overgemaakt waarin het pensioen in eigen beheer is opgebouwd.

De rechtbank is van mening dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat de aanspraak binnen de grenzen van de pensioenregeling volgens de Wet LB is gebleven. Evenmin is aannemelijk dat die overboeking is gedaan in het kader van een omzetting van de levensloopregeling in een pensioenaanspraak. Daarvoor ontbreekt ieder bewijs en gezien de overboeking van het totale tegoed van de vennootschap aan belanghebbende in 2013 ook de intentie. Nu het levenslooptegoed in 2012 naar de vennootschap is overgemaakt, is de levensloopregeling niet langer als zodanig op dat tegoed van toepassing. De rechtbank geeft aan dat de inspecteur de aanspraak ingevolge de levensloopregeling terecht in 2012 als loon uit vroegere dienstbetrekking aangemerkt.

Commentaar

Het lijkt erop dat X zich niet heeft laten bijstaan door een goede adviseur. Die had hem kunnen attenderen op de voorwaarden die golden (en gelden) voor levensloop en de aanwendingsmogelijkheden van het tegoed.

X laat het saldo van de levensloopregeling in 2012 overmaken naar zijn pensioen BV om een overigens veel hoger bedrag in 2013 te laten uitkeren als uitkering levensloopregeling. Omdat de pensioen BV niet als een toegelaten aanbieder van levensloopregelingen wordt beschouwd, wordt het overschrijven van het totale levenslooptegoed beschouwt als een niet toegestane handeling en belast in 2012. X probeert het nog te voorkomen door aan te geven dat uitkering kan worden beschouwd als een aanspraak op pensioen, ook toegestaan in de wet. Maar X kan niet bewijzen dat de uitkering binnen de grenzen van de loonbelasting blijft met betrekking tot een toegestane pensioenaanspraak. Dus het saldo wordt gezien als loon uit vroegere dienstbetrekking.

Voor degenen die nog een levensloopsaldo hebben eindigt de overgangsregeling op 31 december 2021. Het saldo dat op dat moment nog op de levenslooprekening staat wordt dan alsnog belast bij de rekeninghouder.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland- West Brabant, 21 april 2020

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 juni 2020.