Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Bijzondere omstandigheden leiden niet tot aftrekbaarheid hypotheekrente

15 augustus 2018

De heer X vergeet in 2009 zijn betaalde hypotheekrente in aftrek te brengen voor de inkomstenbelasting, als gevolg van een hersenbloeding en opname in verpleegtehuis voor herstel. In 2015 trekt hij de betaalde hypotheekrente 2009 alsnog af. Belastinginspecteur en rechtbank wijzen het beroep op aftrek hypotheekrente af, waarop de heer X hoger beroep instelt. 

Verzuim hypotheekrenteaftrek door ziekte

De heer X is het niet eens met de uitspraak van de belastinginspecteur en de rechtbank. Hij geeft aan dat hier sprake is van bijzondere omstandigheden. Door zijn ziekte was het voor hem niet mogelijk om de hypotheekrente over 2009 in dat jaar ten laste van zijn inkomen te brengen. Hij is daarom van mening dat de inspecteur of het Hof daarom ruimte hebben om af te wijken van de wet en te beslissen dat de in 2009 betaalde hypotheekrente alsnog in 2015 in aftrek kan worden gebracht. 

Bijzondere omstandigheden bieden geen ruimte voor afwijking

Volgens de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) is de hypotheekrente aftrekbaar in het jaar van betaling. Aftrek in een ander jaar staat de Wet IB 2001 niet toe. De in 2009 betaalde hypotheekrente is dus slechts in 2009 aftrekbaar. Omdat de rechter de wet moet volgen, kan het hof niet tegemoet komen aan de wens van de heer X om de rente alsnog in 2015 in aftrek toe te laten, ondanks de bijzondere omstandigheden. 

Ook de Inspecteur heeft op grond van de Wet IB 2001 geen mogelijkheid om de heer X tegemoet te komen. Zelfs het verlenen van ambtshalve vermindering (o.g.v. art. 65 AWR) is niet mogelijk omdat het verzoek voor aftrek van de in 2009 betaalde hypotheekrente in 2015 buiten de vijfjaarstermijn ligt.

Ook een beroep op de hardheidsclausule (art. 63 AWR) waarin is geregeld dat de Minister bevoegd is voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de belastingwet mochten voordoen, zou voor de heer X bij het hoger beroep niets uitmaken. Het hof is immers niet bevoegd om deze clausule toe te passen. 
Dus ook in hoger beroep komt de heer X niet verder.

Commentaar

De heer X heeft duidelijk het gevoel dat hij in zijn recht staat. Door bijzondere omstandigheden, zijn ziekte, heeft hij niet de vermindering inkomstenbelasting gekregen waarop hij recht had. Daar gaat het mis. Hij had recht op aftrek van de hypotheekrente, maar verspeelde dat recht buiten zijn schuld om. Dat klinkt niet rechtvaardig en is misschien wel een onbillijkheid van overwegende aard, maar de hardheidsclausule is niet van toepassing op persoonlijke zaken. 'Onbillijkheden van overwegende aard' betekent dat de hardheidsclausule is bedoeld voor gevallen waarin echt sprake is van een onredelijk gevolg als de belastingwet streng wordt toegepast; een gevolg dat niet de bedoeling van de wet kan zijn geweest. Dat is hier niet het geval. Bovendien is het hof niet gerechtigd om de hardheidsclausule toe te passen, daartoe is alleen de Minister bevoegd. Rechtvaardig of onrechtvaardig is hier niet meer van toepassing. De heer X kan geen beroep meer doen op de ambtshalve vermindering en ook niet op de hardheidsclausule.

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bronnen: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 juni 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:5944) en Rijksoverheid.nl 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 15 augustus 2018