Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Boon/Van Loon: gehele pensioen inkomen Zvw

Boon/Van Loon: gehele pensioen inkomen Zvw

13 november 2019

X en Y verdeelden na scheiding het pensioen van X volgens het Boon/Van Loon arrest. Hierdoor is het gehele pensioen van X - inclusief het aan Y doorbetaalde deel - bijdrage-inkomen van X in de zin van de Zorgverzekeringswet.

Boon/Van Loon is verdeling netto pensioenuitkering

X is van 11 oktober 1966 tot 12 oktober 1994 getrouwd geweest met Y. Over het pensioen dat X opbouwde bij het ABP spraken X en Y in het echtscheidingsconvenant onder meer het volgende af:

  • Verdeling vindt plaats volgens het Boon/Van Loon arrest van de Hoge Raad uit 1981;
  • verrekening zal plaatsvinden in de vorm van een voorwaardelijke uitkering naarmate de pensioenuitkeringen van X opeisbaar worden;
  • met het ABP wordt afgesproken dat het ABP de uitkering die Y vanaf de datum van pensionering van X jaarlijks toekomt, rechtstreeks aan haar uitkeert.

 

Het ABP keert vervolgens met ingang van december 2003 het pensioen van X maandelijks aan hem uit onder inhouding van loonheffing en de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw), waarbij een deel van het netto bedrag aan X en een deel aan Y is betaald.

Naar aanleiding hiervan schreef X het ABP op 30 november 2014:

“Indertijd is met u afgesproken […] dat de uitbetaling van de aan mevrouw [Y] toekomende bedragen rechtstreeks door u zal worden verzorgd. Bij deze uitbetalingen […] vinden uwerzijds geen inhoudingen plaats voor de loonheffing en de bijdrage Zvw. In de jaaropgave wordt geen melding gemaakt van de betalingen aan mevrouw [Y] en daaruit concludeert de Belastingdienst dat het geheel van de pensioenuitkering aan mij als inkomen toekomt. En dat is toch echt niet het geval omdat het tot aan 1994 opgebouwde pensioen indertijd nu eenmaal in twee gelijke delen tussen beide partijen is verdeeld.

[…]

Het beste zou zijn wanneer door u ook inhoudingen zouden worden berekend en afgedragen vóór de uitbetaling van het aan mevrouw [Y] toekomende aandeel in het totale pensioen.”

Het ABP antwoordde X dat het niet mogelijk is om een machtiging fiscaal te belasten omdat het bij een machtiging altijd om een netto bedrag gaat.

X verzocht de Belastingdienst Amsterdam om restitutie van respectievelijk € 801 aan bijdrage Zvw over het jaar 2012 en € 575 over het jaar 2013. De belastingdienst beschouwde dit verzoek als een bezwaarschrift en wees dit bezwaar af.

Nadat X bot ving bij het ABP, de belastingdienst en de rechtbank gaat hij in hoger beroep.

Boon/Van Loon verdeling: X blijft gerechtigd tot de gehele pensioenuitkering

Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of het gehele pensioen van X – inclusief het aan zijn ex-echtgenote doorbetaalde deel – in de jaren 2012 en 2013 terecht is aangemerkt als bijdrage-inkomen in de zin van de Zvw en of daarmee op zijn pensioen juiste bedragen aan bijdragen Zvw zijn ingehouden. Ook bij het hof vangt X bot.

De rechtbank oordeelde eerder dat de gehele pensioenuitkering behoort tot het bijdrage-inkomen van X en dat hij daarover de bijdrage Zvw is verschuldigd omdat X en Y in het scheidingsconvenant zijn overeengekomen het pensioen te verdelen volgens het Boon/Van Loonarrest. Door af te spreken dat de verdeling plaatsvindt volgens Boon/Van Loon is er volgens de rechtbank geen sprake van pensioenverevening. Hierdoor blijft X gerechtigd tot het gehele pensioen, inclusief het deel dat Y krijgt uitgekeerd door het ABP. X wordt voor de loonbelasting en Zvw aangemerkt als degene die de pensioenuitkeringen heeft genoten. Dat het ABP de pensioenuitkeringen voor een deel rechtstreeks uitbetaalt aan de ex-partner van eiser, maakt dit volgens de rechtbank niet anders. Het hof onderschrijft dit oordeel van de rechtbank.

Voor zover X zich op het standpunt stelt dat de uitkeringen aan Y in mindering zouden moeten komen op het bijdrage-inkomen, net als in de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (ib/pvv), baat hem met betrekking tot de Zvw evenmin, aldus het hof. In de ib/pvv geldt dat de uitkeringen aan de ex-partner zijn aan te merken uitgaven van onderhoudsverplichtingen en in aanmerking komen voor persoonsgebonden aftrek in de zin van artikel 6.3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet IB 2001. Het voor aftrek in aanmerking genomen bedrag kan vervolgens bij de ex-partner in aanmerking worden genomen als periodieke uitkering in de zin van artikel 3.101, eerste lid, onderdeel b, juncto artikel 3.102 van de Wet IB 2001. In de Zvw is niet voorzien in de mogelijkheid om de voornoemde persoonsgebonden aftrek in aanmerking te nemen. Volgens het hof betekent dit in de onderhavige situatie dat - nu de pensioenuitkering als bijdrage-inkomen is omschreven - deze uitkering terecht geheel in aanmerking is genomen.

Commentaar

X en Y zijn vóór 1 mei 1995 gescheiden, net voordat de Wet Verevening pensioenrechten bij Scheiding (Wvps) van kracht werd. Sinds de Wvps bestaat een recht op uitbetaling door de pensioenuitvoerder van het verevende pensioen, mits één van beide echtgenoten binnen twee jaar na de scheiding van die scheiding mededeling is gedaan. Op basis hiervan houdt de pensioenuitvoerder loonbelasting en premie Zvw in op het deel van de bruto uitkering van beide ex-partners. Dit verandert niet voor scheidingen die plaatsvinden nadat de Wet verdeling pensioen 2021 in werking is getreden. Dit wetsvoorstel is in september ingediend bij de Tweede Kamer. Zie ook ons nieuwsbericht van 19 september 2019.

Dat recht op uitbetaling door de pensioenuitvoerder bestond niet onder het Boon/Van Loon-arrest. Dit veroorzaakt dat het ABP eigenlijk niet anders kon dan de afspraken die waren gemaakt over de doorbetaling van het verdeelde pensioen aan Y te beschouwen als een machtiging. Daardoor moest het ABP de loonbelasting en de inkomensafhankelijke Zvw-premie inhouden op de totale pensioenuitkering van X.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 24 oktober 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 november 2019