Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

BPF geeft onjuiste informatie over hoogte van pensioen. Pensioenreglement is leidend; geen hogere aanspraken

6 februari 2019

Werknemer wil met vervroegd pensioen. BPF informeert hem onjuist over de hoogte van het pensioen. Werknemer vordert nakoming omdat sprake zou zijn van een aanbod van het BPF dat hij heeft aanvaard. Hof stelt in hoger beroep vast dat de hoogte van de pensioenen rechtstreeks voortvloeit uit het pensioenreglement en dus niet verandert door foutieve informatie van het BPF.

Opgave vervroegd ouderdomspensioen blijkt achteraf te hoog

Werknemer X bouwde als deelnemer in de pensioenregeling van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) pensioen op. Hij vraagt PMT “hem een offerte te doen toekomen voor een volledig vroegpensioen ingaande op 1 augustus 2010”. PMT antwoordt hem op 21 april 2010; “Met deze brief informeren wij u graag over de mogelijkheden om vervroegd met ouderdomspensioen te gaan”. In de brief maakt PMT een voorbehoud; “Aan mededelingen, gegevens en bedragen waarvan u, mede gezien het pensioenreglement, had kunnen weten dat die niet juist waren, kunt u géén rechten ontlenen. U kunt namelijk uitsluitend rechten ontlenen aan de bepalingen van het pensioenreglement.”

Het in de brief genoemde bedrag aan Vervroegd Ouderdomspensioen bleek achteraf te hoog. X had echter het Aanvraagformulier vervroegd pensioneren, waarin deze te hoge bedragen ook stonden, ingevuld, ondertekend en aan PMT gestuurd. Op 1 augustus 2010 ging hij uit dienst en kreeg hij een pensioenuitkering op basis van de door PMT verstrekte bedragen. Op 7 maart 2011 schrijft PMT aan X dat het in de brief van 21 april 2010 genoemde bedrag niet juist was. Het vervroegd ouderdomspensioen is ruim € 4.000 per jaar lager. PMT geeft aan de pensioenaanspraken per maart 2011 naar beneden aan te passen en het teveel betaalde bedrag tot februari 2011 niet terug te vorderen.

X gaat hier niet mee akkoord en vraagt de kantonrechter primair om vergoeding van de door hem als gevolg van de onjuist gecommuniceerde bedragen geleden schade. Subsidiair vraagt hij nakoming van het door PMT gedane voorstel op basis van de hogere bedragen aan vroegpensioen. 

De kantonrechter; geen schadevergoeding, wel nakoming

De kantonrechter wijst de vordering tot schadevergoeding af. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft X zijn stelling dat hij schade heeft geleden onvoldoende onderbouwd. De enkele omstandigheid dat X lagere pensioenbedragen ontvangt dan de bedragen die zijn vermeld in het aanvraagformulier en de bevestigingsbrief is volgens de kantonrechter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat X daadwerkelijk schade heeft geleden.

De kantonrechter gaat wel mee in de subsidiaire vordering van X. X komt volgens de kantonrechter een beroep op gerechtvaardigd vertrouwen toe op basis van de door PMT verstrekte informatie. PMT heeft in haar hoedanigheid van pensioenuitvoerder informatie verstrekt op basis waarvan X de onherroepelijke keuze heeft gemaakt om met vervroegd pensioen te gaan. PMT is volgens de kantonrechter gehouden om aan X de in de brief van 21 april 2010 en het bijbehorende aanvraagformulier vermelde bedragen uit te keren.

Het Hof; geen nakoming

PMT is het niet met de kantonrechter eens en gaat in hoger beroep bij het Hof Den Haag. Het Hof stelt bij de beoordeling voorop dat tussen partijen vast staat dat de in het aanvraagformulier vermelde pensioenbedragen hoger zijn dan de bedragen waarop X op grond van het toepasselijke pensioenreglement recht heeft. Het staat vast dat PMT bij de berekening van de aan X toekomende pensioenbedragen een fout heeft gemaakt.

X baseert zijn vordering op de stelling dat hij het aanvraagformulier in combinatie met de bijbehorende brief van 21 april 2010 beschouwt als een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst en dat hij dat aanbod door ondertekening van het aanvraagformulier heeft aanvaard.

Het Hof overweegt dat X als deelnemer in de bij PMT ondergebrachte pensioenregeling pensioenaanspraken opbouwde. Hij ontleent deze pensioenaanspraken en pensioenrechten aan de tussen de sociale partners overeengekomen pensioenregeling en het pensioenreglement. Hij hoeft dus volgens het Hof voor het verkrijgen van pensioen geen overeenkomst met PMT te sluiten. Als X met vervoegd pensioen wil gaan, vloeit rechtstreeks uit het pensioenreglement voort hoe hoog zijn vervroegd pensioen zal zijn. De veronderstelling van X dat hij door middel van aanbod en aanvaarding met PMT een overeenkomst sloot ter zake van het vroegpensioen waarin is afgeweken van het pensioenreglement berust volgens het Hof dus op een misvatting. Uit de brief van 21 april 2010 blijkt niet van een door PMT verrichte rechtshandeling die is gericht op een van het reglement afwijkend rechtsgevolg. Ook blijkt daaruit niet dat PMT een ‘aanbod’ wilde doen voor een pensioen ter hoogte van de in het aanvraagformulier genoemde bedragen, dat wil zeggen dat zij een van het reglement afwijkende overeenkomst wilde aangaan.

Naar het oordeel van het Hof kan X er evenmin gerechtvaardigd op hebben vertrouwd dat PMT de wil had om hem hogere pensioenuitkeringen toe te kennen dan uit het pensioenreglement voortvloeien. De brief vermeldt volgens het Hof voldoende duidelijk dat PMT enkel heeft beoogd X te informeren over de mogelijkheden ter zake van zijn opgebouwde pensioenrechten. In het in de brief opgenomen voorbehoud staat verder onder meer dat X uitsluitend rechten kan ontlenen aan de bepalingen van het pensioenreglement. Dat PMT de bedoeling had om X meer of andere rechten toe te kennen dan X op grond van het pensioenreglement al had, kan hij redelijkerwijs niet uit de brief hebben afgeleid, aldus het Hof. Maar, zo gaat het Hof verder, zelfs als X gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de juistheid van de bedragen, kan hij op deze bedragen geen aanspraak maken. De in het aanvraagformulier vermelde bedragen stroken immers niet met de pensioenaanspraken waarop X krachtens het reglement recht heeft. Gesteld noch gebleken is dat het pensioenreglement de mogelijkheid biedt het pensioen te verhogen als PMT onjuiste (te hoge) bedragen vermeldt op het aanvraagformulier voor vroegpensioen.

Het Hof vernietigt dan ook het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van X af.

Commentaar

Pensioenaanspraken vloeien voort uit het pensioenreglement. Het pensioenreglement is gebaseerd op de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Een foutieve opgave van de pensioenuitvoerder maakt dat niet anders. In zoverre een logische uitspraak. Dat wil echter niet zeggen dat een pensioenuitvoerder zo maar klakkeloos foutieve informatie mag verstrekken. Op grond van artikel 48 Pensioenwet moet de informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt correct, duidelijk en evenwichtig zijn. Het verstrekken van incorrecte informatie is dus in strijd met de Pensioenwet en uit dien hoofde onrechtmatig. Indien en voor zover de wederpartij daardoor schade lijdt, is de pensioenuitvoerder daarvoor aansprakelijk. Zie bijvoorbeeld ons nieuwsbericht van 21 september 2018. Van schade was in dit geval echter geen sprake. Het Hof komt dan ook, conform de vaste lijn in de jurisprudentie, tot de conclusie dat het pensioenreglement leidend is en blijft.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Hof Den Haag, 29 januari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:76

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 februari 2019.