Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Buitenlands pensioen behoort tot bijdrage-inkomen voor Zvw

1 april 2019

B is arbeidsongeschikt en woont in Nederland. Hij krijgt pensioenen uit Duitsland en België. Deze pensioenen zijn aldaar belast. Maar de buitenlandse pensioen moeten volgens het Hof en de Hoge Raad wel worden meegenomen in het bijdrage-inkomen voor de Zorgverzekeringswet.

Buitenlands pensioen

B is geboren in 1945. Hij is sinds 2007 volledig arbeidsongeschikt. In 2014 bestaat het inkomen van B naast AOW volledig uit pensioen. Een deel daarvan is afkomstig uit Nederland. Het andere deel uit het buitenland. Respectievelijk € 1.110 van een Rentenversicherung uit Duitsland en € 4.740 van de Belgische Rijksdienst voor pensioenen.

Uit de EU/EER Verklaring 2014, ingevuld door de belastingdienst te Zwolle, volgt dat Nederland niet heffingsbevoegd is over de buitenlandse pensioenen. De inspecteur merkt de buitenlandse pensioenen aan als bijdrage-inkomen voor de heffing van de bijdrage Zvw omdat over dit pensioen geen bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) is ingehouden. B maakt bezwaar en beroept zich het Unierecht.

Buitenlands pensioen behoort tot bijdrage-inkomen Zvw

Elke ingezetenen van Nederland is verplicht verzekerd voor de Zvw. Op grond van artikel 41 van de Zvw is een verzekeringsplichtige een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd. B is ingezetene van Nederland en in beginsel in Nederland verzekeringsplichtig en premieplichtig voor de Zvw. Dit is anders indien en voor zover de Europese Verordening 833/2004 (Verordening) meebrengt dat een belanghebbende in een ander land sociaal verzekerd is en dat andere land daarom bevoegd is om premies te heffen.

In artikel 11, lid 3, onderdeel e, van de Verordening is bepaald dat voor post-actieven (degenen die alleen nog een pensioenuitkering ontvangen) de socialezekerheidswetgeving van de woonplaats van toepassing is. Aangezien B een post-actieve is en zijn woonplaats in Nederland is gelegen, betekent dit dat de socialezekerheidswetgeving van Nederland op hem van toepassing is.

Titel III van de Verordening bevat bijzondere aanwijsregels voor onder meer prestaties bij ziekte. Met betrekking tot pensioengerechtigden geldt in de kern dat de lidstaat die de kosten voor verstrekkingen bij ziekte draagt, bevoegd is om premies of bijdragen te heffen (artikel 30 van de Verordening). Nederland moet de kosten voor verstrekkingen bij ziekte dragen voor een ingezetenen zoals B. Daarom is Nederland, op basis van artikel 30 van de Verordening, bevoegd om de bijdrage Zvw te heffen over de uit een ander Unie-land ontvangen pensioen.

Volgens het Hof geldt die regel ook als het buitenlandse pensioen op grond van Verdragsrecht niet in Nederland belast is. De EU/EER Verklaring 2014 is afgegeven ten behoeve van de heffing van inkomstenbelasting en is niet relevant voor de heffing van premies Zvw. De Hoge Raad vindt dat de klachten van B niet tot cassatie kunnen leiden omdat ze niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Commentaar

Een verzekeringsplichtige van de Zvw is een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd over het in een kalenderjaar genoten bijdrage-inkomen. Onder bijdrage-inkomen wordt in de Zvw verstaan het belastbaar loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB). Ingevolge artikel 10 van de Wet LB behoort het Duitse en Belgische pensioen ook tot het belastbaar loon. Op grond van de belastingverdragen tussen Nederland en beide landen mag Nederland geen belasting heffen over de pensioenuitkeringen uit Duitsland en België. Uit de naam ‘belastingverdrag’ blijkt wel dat deze uitsluitend afspraken over belastingen betreft. En de premie voor de Zvw is echt geen belasting. Hiervoor geldt een andere verdrag op basis waarvan de heffing wel aan Nederland toekomt.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hoge Raad, 22 maart 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 april 2019.