Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws CAP publiceert V&A Voortgezette opbouw bij gedeeltelijk vervroegd ingegaan pensioen

CAP publiceert V&A Voortgezette opbouw bij gedeeltelijk vervroegd ingegaan pensioen

29 april 2020

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst actualiseerde Vraag & Antwoord 15-011 over de voortgezette opbouw bij gedeeltelijk vervroegd ingegaan pensioen. Daarin geeft het CAP aan dat en onder welke voorwaarden dat mogelijk is.

Vraag

De vraag die het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) zichzelf stelde luidde: “Een werknemer van 66 jaar laat zijn pensioen voor 40% vervroegd ingaan. Hij verlaagt op hetzelfde moment zijn deeltijdfactor van 100% naar 70% en werkt door in dezelfde dienstbetrekking tot de pensioenrichtleeftijd van 68 jaar. Kan de pensioenopbouw in die 2 jaar zonder fiscale bezwaren worden voortgezet in dezelfde regeling bij dezelfde pensioenuitvoerder?”

Antwoord

Het antwoord hierop is positief, ja dat kan, met de volgende kanttekeningen. Er ontstaan in deze situatie volgens het CAP twee uitkeringsstromen binnen één pensioenregeling. Eentje met een pensioeningangsdatum van 66 en eentje met een pensioeningangsdatum van 68 jaar.

Het CAP geeft daarbij aan dat beide uitkeringsstromen afzonderlijk beschouwd aan de wettelijke bepalingen moeten voldoen. Bijvoorbeeld bij een hoog/laag constructie. Voor beide uitkeringsstromen geldt dan dat de laagste uitkering niet minder mag bedragen dan 75% van de hoogste en dat de mate van variatie op de feitelijke ingangsdatum van de afzonderlijke uitkeringsstroom vast moet staan.

Daarnaast geldt volgens het CAP voor het nog niet ingegane gedeelte van het pensioen dat de pensioenuitkeringen niet later mogen ingaan  dan vijf jaar na het bereiken van de AOW-datum.

Commentaar

In de vraag van het CAP is sprake van het verminderen van de arbeidsduur met 30% en het vervroegen van 40% van het pensioen. Pensioen is een inkomensvoorziening. Volgens het CAP wil dat zeggen dat een ouderdomspensioen er op is gericht om het verlies van inkomen uit werk op te vangen. Daarom veronderstelt vervroegde pensionering een einde van het arbeidzame leven. Bij gedeeltelijke vervroeging geldt dit in beginsel pro rata parte. Met andere woorden, de deelnemer moet stoppen met werken voor hetzelfde percentage als waarmee hij zijn pensioen vervroegd laat ingaan (zie V&A 08-014).

Bij een vervroeging tot uiterlijk het tijdstip waarop de deelnemer de leeftijd bereikt die vijf jaar lager is dan de voor hem geldende AOW-leeftijd geldt deze voorwaarde echter niet. In die situatie wordt er niet getoetst of de deelnemer zijn arbeidsduur heeft verminderd overeenkomstig het gedeelte van zijn pensioen dat hij vervroegd laat ingaan. Vanaf de periode vijf jaar vóór de AOW-ingangsdatum is het dus mogelijk om (gedeeltelijke) vervroegde pensionering in combinatie met (gedeeltelijk) doorwerken flexibel in te vullen. Zie onderdeel 6 van het Pensioenverzamelbesluit van 11 december 2018. Achterliggende gedacht is de mogelijkheid die een deelnemer hierdoor heeft om in deeltijd te gaan werken en een zodanig gedeelte van zijn pensioen vervroegd te laten ingaan dat zijn totale inkomen niet verandert. Iemand die een pensioen heeft van 75% van zijn pensioenrondslag en 50% minder wil gaan werken, laat dan 66% van zijn pensioen vervroegd in gaan. Zijn pensioen wordt dan ook 50% van zijn pensioengevend salaris, zodat zijn totale inkomen 100% blijft.
De werknemer in het voorbeeld van het CAP is 66 jaar en kan dus van deze uitzondering gebruik maken en 40% van zijn pensioen vervroegd in laten gaan, terwijl hij maar 30% minder gaat werken.

Indien een deelnemer in een pensioenregeling in deeltijd gaat werken, mag hij – mits de pensioenregeling daarin voorziet – zijn pensioenopbouw voortzetten op basis van het ‘oude’ pensioengevend salaris. Artikel 10a, vierde lid Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 bepaalt namelijk dat de vermindering van pensioengevende diensttijd bij deeltijd achterwege mag blijven als de deeltijdfunctie is aanvaard in de periode die aanvangt tien jaar direct voorafgaand aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum. Voorwaarde daarbij is wel dat het deeltijd dienstverband niet lager is dan 50% van de omvang van het dienstverband vóór de verlaging van het aantal gewerkte uren. In dat geval hoeft de deeltijdfactor dus niet te worden toegepast op de pensioenopbouw en kan deze worden voortgezet op basis van de pensioengrondslag vóór het verminderen van de arbeidsduur. Hoewel V&A 15-011 hier niet specifiek op ingaat, nemen wij aan dat ook in de door het CAP geschetste situatie deze mogelijkheid bestaat. Het CAP bevestigde ons dat inmiddels desgevraagd.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: V&A 15-011 Centraal Aanspreekpunt Pensioenen

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 april 2020.