Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Centrale Raad van Beroep: AOW-ingreep kan inbreuk op eigendom vormen

20 juli 2016

De Centrale Raad van Beroep beslist in een reeks uitspraken dat de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd een inbreuk op eigendom kan vormen. Maar er is een rechtvaardiging. Een tijdelijk verlies aan inkomen (AOW-gat) van één maand levert geen onevenredig nadeel op voor de pensioengerechtigde. Verder houdt de verhoging van de AOW-leeftijd geen (leeftijds)discriminatie in.        

Verhoging van de AOW-leeftijd

In 2013 voerde de overheid een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in. Hierbij is begonnen met de groep pensioengerechtigden die tussen 1 januari 1948 en 1 december 1948 is geboren. Doordat de AOW-uitkering later ingaat, kan een pensioengerechtigde in bepaalde gevallen worden geconfronteerd met een AOW-gat. Een aantal personen begon een procedure tegen deze verhoging van de AOW-leeftijd. De Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, deed op 18 juli uitspraak in een hele serie zaken. 

AOW-rechten zijn eigendom, maar er is een rechtvaardiging

De betrokkenen stellen dat de verhoging van de AOW-leeftijd een ontneming van hun eigendomsrechten betekent, in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ('Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht'). De CRvB is het daarmee eens en oordeelt dat opgebouwde AOW-rechten moeten worden aangemerkt als eigendom dat door het Europese recht wordt beschermd. De verhoging van de AOW-leeftijd betekent een beperking van een ongestoord genot van dit eigendom. Daarvoor is echter een rechtvaardiging aanwezig. Met de maatregel worden de overheidsuitgaven beperkt en wordt het draagvlak voor de AOW veiliggesteld. 

Verder is de CRvB van oordeel dat met de maatregel in het algemeen een behoorlijk evenwicht is behouden tussen het algemene belang van de samenleving en de individuele belangen van pensioengerechtigden. De AOW-leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd en er is een compensatieregeling voor pensioengerechtigden met weinig inkomen en vermogen. In individuele gevallen kan wel sprake zijn van een onevenredig nadeel. In de zaken waarin de Centrale Raad nu besliste, was dat echter niet het geval of was dat nog niet vast te stellen. Aan de orde was onder meer een zaak van een pensioengerechtigde die te veel vermogen had om een beroep te kunnen doen op de compensatieregeling. Hij moest daardoor een AOW-gat van één maand met spaargeld overbruggen. Dit levert geen onevenredig nadeel op.

Toetsing onevenredig nadeel pas op AOW-ingangsdatum

In ons nieuwsbericht van 9 december schreven wij over een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland. Die besliste dat  de verhoging van de AOW-ingangsdatum in deze specifieke situatie een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht betekende. De Rechtbank overwoog dat sprake is van voor eiseres grote financiële problemen omdat zij geconfronteerd wordt met een AOW-gat van twee jaar. Het is voor haar niet mogelijk om maatregelen of voorzieningen te treffen om in te spelen op de verschuiving van de AOW-leeftijd gezien haar leeftijd, haar grote afstand tot de arbeidsmarkt en haar gezondheidstoestand. 

De CRvB oordeelt anders dan de Rechtbank. Volgens de Raad is het te vroeg  om te oordelen of de vrouw op pensioengerechtigde leeftijd inderdaad een onevenredig zware te last te dragen zal hebben. Dat zal onder meer van haar inkomens- en vermogenspositie van dat moment afhangen. De beoogde ingangsdatum voor het pensioen is pas in 2022.

Geen leeftijdsdiscriminatie

De CRvB is van oordeel dat de verhoging van de AOW-leeftijd geen ongeoorloofd onderscheid, bijvoorbeeld naar leeftijd, inhoudt. De keuze voor een leeftijdsgrens met ingang van wanneer nieuwe wetgeving op iemand van toepassing is, heeft altijd een enigszins willekeurig karakter. Gezien de ruime beleidsvrijheid die de wetgever heeft bij maatregelen op sociaal en economisch gebied en gezien de rechtvaardiging voor de verhoging van de AOW-leeftijd, zijn de gekozen leeftijdsgrenzen niet onredelijk. 

Commentaar

Volgens de CRvB moeten opgebouwde AOW-rechten worden aangemerkt als eigendom dat door het Europese recht wordt beschermd. De verhoging van de AOW-leeftijd betekent een beperking van een ongestoord genot van dit eigendom. Daarvoor is echter een rechtvaardiging aanwezig. Met de maatregel worden de overheidsuitgaven beperkt en wordt het draagvlak voor de AOW veiliggesteld. Toch kan er in individuele gevallen sprake zijn van een onevenredig zware last, waardoor er toch een recht op compensatie kan ontstaan. Of sprake is van een onevenredig zware last voor een individu, kan per definitie alleen maar worden bepaald aan de hand van de specifieke omstandigheden van dat individuele geval. En kennelijk pas op de pensioendatum of ingangsdatum van de AOW. Dat  betekent dat er (in de toekomst) rechtszaken gevoerd zullen gaan worden om dit te bepalen. 

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur Aegon Adfis

Bron: Uitspraken Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2016, zie ook persbericht; uitspraak in hoger beroep tegen uitspraak Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:CRVB:2016:2610.

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 juli 2016.