Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Collectieve lijfrente voor ZZP’ers is geen collectief pensioen!

16 januari 2014

De grootste belangenorganisaties van zelfstandig ondernemers gaan vorm geven aan een collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen. Belangrijk kenmerk van deze pensioenregeling is vrijwilligheid. Hoewel de regering steeds spreekt over pensioen, gaat het over lijfrente. Allebei bedoeld voor een oudedagvoorziening, maar toch wezenlijk anders!

Collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen

Volgens een brief van de regering aan de Tweede Kamer gaven de grootste belangenorganisaties van zelfstandigen op hoofdlijnen aan hoe zij vorm willen geven aan een vrijwillige collectieve regeling voor zelfstandigen in de derde pijler. Belangrijke kenmerken van deze regeling zijn flexibiliteit en collectiviteit. Zo kunnen deelnemers vrijwillig in- en uit stappen en bepalen hoeveel ze periodiek inleggen. Het betreft een collectieve regeling waarbij de ingelegde gelden collectief worden belegd en beheerd. Wat de deelnemers terugkrijgen voor hun inleg, in de vorm van pensioenuitkeringen, is afhankelijk van het beleggingsresultaat minus de uitvoeringskosten. In de uitkeringsfase wordt geen levenslange uitkering verzekerd, maar is sprake van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. De zelfstandigenorganisaties willen de regeling uit laten voeren door een beleggingsinstelling zonder winstoogmerk, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden.

Vrijgesteld vermogen voor de bijstand

In het Pensioenakkoord van december jl. is afgesproken dat  het pensioenvermogen niet aangesproken hoeft te worden om in aanmerking te komen voor bijstand. Dit gaat gelden voor iedereen (dus ook voor werknemers). Maximaal wordt een bedrag van 2x de AOW als totaalbedrag aan pensioenvermogen niet meegeteld. Om te voorkomen dat mensen vlak voor een bijstandsaanvraag hun vermogen wegsluizen naar hun lijfrente, geldt daarbij de randvoorwaarde dat in de jaren voor de bijstandsaanvraag sprake moet zijn van een gelijkblijvende of dalende inleg.

Opname bij arbeidsongeschiktheid

Zelfstandigenorganisaties verzochten ook om de mogelijkheid om het derdepijlerpensioen bij arbeidsongeschiktheid van de deelnemer op te nemen, zonder dat daarbij - zoals nu het geval is - revisierente is verschuldigd. De Staatssecretaris van Financiën zal de fiscale wetgeving op dit punt aanpassen.

Wetgeving

De regering zet de ideeën van de belangenorganisaties om in wetgeving. Een en ander  zal dan op 1 januari 2015 van start kunnen gaan.

Commentaar

In het persbericht, de brief van de regering en in veel media wordt de term 'pensioen' veelvuldig gebruikt. Maar wettelijk gezien is er geen sprake van pensioen maar van lijfrente. Hoewel beide zijn bedoeld om te voorzien in een inkomen voor na pensionering, zijn er toch verschillen. We spreken niet voor niets over een tweede en derde pijler. De verschillen vinden we op veel fronten. Bijvoorbeeld op het gebied van de maximale premie inleg, wat te doen bij echtscheiding en wie er  uitvoerder mag zijn van de regeling. Op zich verwonderlijk dat deze verschillen bestaan omdat hetzelfde doel nagestreefd wordt. Hierbij verwijzen wij naar een rapport van de Vereniging voor Belastingwetenschap waarin op een oplossing hiervoor wordt aangedragen ("Fiscale behandeling van oudedagsvoorzieningen: Het kan beter, eerlijker, efficiënter en eenvoudiger." Commissie fiscale behandeling van oudedagsvoorzieningen van de Vereniging voor Belastingwetenschap. Geschriften no. 242).

De vrijstelling van lijfrentevermogen voor de bijstand is toe te juichen. Dit verschil tussen pensioen en lijfrente zal verdwijnen. Maar niet helemaal, omdat voor pensioen een volledige vrijstelling geldt. De randvoorwaarde dat er in de jaren voor de bijstandsaanvraag sprake moet zijn van een gelijkblijvende of dalende inleg om te voorkomen dat mensen vlak voor een bijstandsaanvraag hun vermogen wegsluizen naar hun lijfrente komt ons wat overdreven over. Wanneer iemand bijna in de bijstand terecht komt, is de kans naar ons idee niet al te groot dat hij een groot vermogen heeft dat hij in lijfrente kan omzetten. Daar komt bij dat zijn inkomen op dat moment niet al te hoog zal zijn. Hij zal dan weinig belastingvoordeel hebben van zijn lijfrentestorting. Sterker nog, de kans is groot dat hij (een gedeelte) van de koopsom niet kan aftrekken terwijl de termijn wel belast zijn. Kortom: koudwatervrees.

Een lijfrente keert na pensionering levenslang uit. Een bancaire lijfrente benadert dit door een minimale uitkeringsduur van 20 jaar na de AOW-datum. De regering kondigt aan dat er sprake zal zijn van een van te voren bepaalde uitkeringsduur. Wij zijn benieuwd hoe dat vorm gegeven zal worden. Eén van de uitgangspunten in de wetgeving is immers dat pensioen en lijfrente levenslang uitkeren.

Afkoop van lijfrente bij arbeidsongeschiktheid is op dit moment niet mogelijk. Wij vragen ons af hoe de opname bij arbeidsongeschiktheid vorm gaat krijgen. Wanneer is een zelfstandige arbeidsongeschikt? Bij een griepje, na 104 weken, of als hij dit van zichzelf vindt? Bij jongere ZZP'ers zal de voorziening snel zijn uitgeput bij arbeidsongeschiktheid. Het zal de ZZP'er duidelijk moeten zijn dat een lijfrentevoorziening lang niet altijd in plaats van een arbeidsongeschiktheidsverzekering kan komen. 

Wij zijn ook benieuwd naar de uitvoering van de collectieve lijfrente. De omschrijving van de regering lijkt te wijzen op een PPI, maar deze kan alleen pensioenregelingen uitvoeren in de tweede pijler. Of heeft de regering het onderzoek van Aegon ter harte genomen waarin naar voren komt dat een PPI op een eenvoudige manier ook lijfrenten kan uitvoeren?

 

Bron: Kamerbrief zelfstandigen en pensioen, 15 januari 2014
Erik Schouten, adviseur Aegon Adfis