Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Compensatie partner bij uitfasering PEB

30 juli 2018

De Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting geeft in een Vraag en Antwoord aan wat gevolgen voor de inkomstenbelasting zijn van compensatie van de partner van de DGA bij uitfasering van het pensioen in eigen beheer (PEB). 

PEB afkopen of omzetten in ODV

Een DGA kan nog tot en met 31 december 2019 zijn PEB afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting bij de BV (ODV). Als hij dit doet mag hij direct voorafgaande aan de afkoop of omzetting het pensioen afstempelen. Dit laatste houdt in dat hij het deel van zijn pensioen dat overeenkomt met het verschil tussen de commerciële- en de fiscale waarde op het moment van afkoop of omzetting prijs geeft. Deze vermindering van de aanspraken leidt niet tot belastingheffing.

Het prijsgeven is alleen toegestaan met schriftelijke instemming van de partner van de DGA. Partner is de echtgenoot, de geregistreerde partner of partner in de zin van de pensioenovereenkomst. Een eventuele gewezen partner van de DGA moet ook schriftelijk instemmen met het prijsgeven indien deze gewezen partner een (afgeleid) recht heeft op een deel van de in eigen beheer verzekerde pensioenaanspraken.

Compensatie partner

Als de DGA het pensioen afkoopt of omzet in een ODV kan aan de (gewezen) partner een passende compensatie worden geboden voor het verlies van rechten als gevolg van de uitfasering. Het verlies van rechten bestaat uit het partnerpensioen bij overlijden en het recht op verevening van het ouderdomspensioen bij scheiden.

De Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting geeft aan wat de  gevolgen voor de inkomstenbelasting zijn van een dergelijke compensatie. Hierbij onderscheidt de Kennisgroep de volgende situaties: 

  1. directe compensatie in de huwelijkse situatie of geregistreerd partnerschap;
  2. voorwaardelijke compensatie in de huwelijkse situatie of geregistreerd partnerschap;
  3. compensatie van een al verevend pensioen;
  4. compensatie die onderdeel uitmaakt van een echtscheidingsconvenant of rechterlijke uitspraak in het kader van een scheidingsprocedure. 

 

Met een voorwaardelijke compensatie bedoelt de Kennisgroep een compensatie bij scheiding die plaatsvindt volgens de methode “alsof de Wet verevening pensioenrechten bij scheiden (Wvps) nog van toepassing zou zijn”.

Ad 1.     directe compensatie in de huwelijkse situatie of geregistreerd partnerschap

Een dergelijke compensatie vindt plaats in de vermogenssfeer. De compensatie is bij de partner niet belast in de inkomstenbelasting. En leidt ook niet tot een aftrekbaar bedrag bij de DGA in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Wet IB2001). 

Ad 2.     voorwaardelijke compensatie in de huwelijkse situatie of geregistreerd partnerschap

In deze situatie is er op het moment van scheiding geen pensioen meer omdat het PEB is afgekocht of omgezet. Volgens de Kennisgroep is er dan geen sprake meer van compensatie ter zake van de verevening van pensioenrechten. De Kennisgroep neemt het standpunt in dat de compensatie die de partner bij scheiding ontvangt ziet op het verdelen van het vermogen bij scheiding. Bij het omzetten van het PEB in een ODV of afkoop hiervan zijn de pensioenrechten te gelde gemaakt. Het zijn daarna geen pensioenrechten meer in de zin van de Wvps. De gelden zijn op dat moment ‘normale’ vermogensrechten geworden, waarvoor bij scheiding een compensatie wordt gegeven in het kader van voorkomen van overbedeling van vermogen. Een dergelijke compensatie is bij de partner niet belast in de inkomstenbelasting en leidt bij de DGA niet tot aftrek. 

Ad 3.     compensatie van een al verevend pensioen

De ex-partner die compensatie ontvangt als gevolg van het omzetten in een ODV of afkoop van een (al verevend) PEB is volgens de Kennisgroep belast als aangewezen periodieke uitkering op grond van de Wet IB 2001. De compensatie die de DGA betaalt, is bij hem aftrekbaar als onderhoudsverplichting 

Ad 4.     compensatie die onderdeel uitmaakt van een echtscheidingsconvenant of rechterlijke uitspraak in het kader van een scheidingsprocedure

Wanneer in het kader van een scheiding gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot het omzetten of afkopen van een PEB is de compensatie volgens de Kennisgroep belast als periodieke uitkering op grond van de Wet IB 2001. Tegenhanger hiervan is dat het bedrag dat de DGA betaalt ter zake van de compensatie, aftrekbaar is als onderhoudsverplichting onder de Wet IB 2001.

Commentaar

Compensatie van de partner blijkt in de praktijk een lastig onderwerp te zijn. Door de standpunten van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting worden hieraan nog facetten toegevoegd.

In de praktijk blijkt dat er twee methoden van compensatie gangbaar zijn. De door de Kennisgroep aangeduide voorwaardelijke compensatie en de directe compensatie. Bij de voorwaardelijke compensatie bepalen partijen pas op de scheidingsdatum op welke aanspraken de partner recht zou hebben volgens de Wvps. Met andere woorden het aandeel in de premievrije aanspraken vlak voor de afkoop of omzetting worden verevend volgens de rekenregels van de Wvps. De compensatie bestaat dan uit de tegenwaarde van die rechten. Op het eerste gezicht lijkt dit een eenvoudige methode. Maar wij vragen ons af of je in dat geval ook niet rekening moet houden met een eventuele onderdekking van het PEB op het moment van afkoop of omzetting in een ODV? Immers in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel gaf de staatssecretaris aan dat in geval van compensatie rekening kan worden gehouden met het leerstuk van de “post relationele solidariteit”. Door het prijsgeven van de pensioenaanspraken kan de BV weer dividend uitkeren. Welke invloed hebben de dividenduitkeringen op het te compenseren bedrag in geval deze uitkeringen ten gunste van het gezamenlijke inkomen/vermogen zijn gekomen? En zou daarmee eigenlijk ook rekening moeten worden gehouden.

Naar onze mening behoort tot de directe compensatie ook het verstrekken van een voorwaardelijk recht op een vastgesteld bedrag bij een eventuele scheiding. In dat geval kunnen partijen direct rekening houden met een eventuele onderdekking. Dividenduitkeringen kunnen eventueel van dit bedrag worden afgetrokken.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Vragen en Antwoorden belastingdienst, 18 juli 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 juli 2018