Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Conserverende aanslag pensioen verdrag Zweden wel toegestaan

27 februari 2017

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat een conserverende aanslag voor pensioen in verband met emigratie naar Zweden niet in strijd is met de goede trouw die geldt bij de toepassing en uitleg van het Verdrag.

Emigratie naar Zweden; conserverende aanslag

Op 1 oktober 2008 emigreerde mevrouw Y naar Zweden. Op dat moment had zij pensioenaanspraken bij Stichting Pensioenfonds KPN. Op 30 december 2011 legde de inspecteur een conserverende aanslag en een beschikking revisierente op. Y was het hier niet mee eens en ging in bezwaar en beroep. De inspecteur wees het bezwaar af; rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf Y gelijk. De inspecteur ging in hoger beroep bij Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De zaak ging over meer onderwerpen, maar hieronder bespreek ik de vraag of de conserverende aanslag en de beschikking revisierente terecht zijn opgelegd.

Oordeel hof

Volgens Y is het belasten van de pensioenaanspraken op het moment van emigratie in strijd is met de goede verdragstrouw die Nederland ten aanzien van het belastingverdrag met Zweden in acht moet nemen. De Inspecteur ziet dat anders. Volgens hem is er geen strijd met de goede verdragstrouw omdat volgens artikel 18 van het Belastingverdrag tussen Nederland en Zweden voor pensioenen geen exclusieve woonstaatheffing geldt. Volgens dat artikel mag, in geval een pensioen geen periodiek karakter draagt, ook de bronstaat (hier dus Nederland) belasting heffen. Hij verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BN8728).

Het hof constateert dat op het moment van emigratie niet op voorhand vaststaat dat na emigratie Nederland niet meer als bronstaat belasting mag heffen over het pensioen van die voormalige ingezetene. In de situatie van Y kan dit aan de orde komen als zij, in weerwil van de Nederlandse pensioenwetgeving, haar pensioen toch afkoopt. Dat dit wellicht alleen in theorie mogelijk is, doet hieraan niet af.

Volgens het hof verzet de goede trouw bij de uitleg en toepassing van het Verdrag met Zweden zich er niet tegen dat Nederland naar aanleiding van de emigratie van Y de conserverende aanslag opgelegde. Bovendien werd aan Y bij het opleggen van de conserverende aanslag zonder voorwaarden automatisch uitstel van betaling verleend.

De conserverende aanslag en de beschikking revisierente zijn volgens het hof dan ook terecht opgelegd.

Commentaar

Eerder schreven wij over een conserverende aanslag die werd opgelegd naar aanleiding van een emigratie naar Israël (zie hier ons bericht van 9 februari 2017). In deze procedure verloor de inspecteur en oordeelde de rechtbank dat het opleggen van een conserverende aanslag bij de emigratie naar Israël voor de pensioenaanspraak van X in strijd is met goede verdragstrouw. Nederland holt in de desbetreffende situatie de werking van het verdrag uit.

In beide situaties gaat het om emigratie en legt de inspecteur een conserverende aanslag op. Waarom kan dat in de ene situatie wel en in de andere niet? Om een antwoord op deze vraag te krijgen moeten wij naar de inhoud van de belastingverdragen kijken. Vaak regelt artikel 18 van verdragen de verdeling van de heffingsbevoegdheden met betrekking tot pensioenen. Volgens artikel 18, lid 1 van het verdrag met Zweden geldt als uitgangspunt dat de woonstaat (dus Zweden) heffingsbevoegd is. In lid 2 staat echter een uitzondering op dit uitgangspunt, waardoor in bepaalde situaties de bronstaat (Nederland) heffingsbevoegd is. Of Nederland als bronstaat na emigratie naar Zweden bevoegd zal zijn ter zake van het pensioen belasting te heffen, is op het moment van emigratie niet te voorzien. Dat maakt dat Nederland met de conserverende aanslag de werking van het belastingverdrag met Zweden niet uitholt. Daarin onderscheidt de regeling in artikel 18 van het verdrag met Zweden zich van de bepaling die aan de orde was in ons artikel over emigratie naar Israël. Daar ging het om een verdragsbepaling op grond waarvan de heffingsbevoegdheid ten aanzien van pensioenen onder alle omstandigheden was toegewezen aan de woonstaat. Doordat de heffing op basis van het belastingverdrag met Israël nooit toekomt aan Nederland, holt de conserverende aanslag de werking van dat verdrag wel uit.

Deze twee zaken laten zien dat de (fiscale) behandeling van pensioen afhankelijk is van diverse factoren en nauw luistert. Een specialist in internationaal pensioen is bij internationale pensioenvraagstukken geen overbodige luxe.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5157

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 24 februari 2017