Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Contract is contract. Wijziging AOW-leeftijd leidt niet tot wijziging einddatum arbeidsongeschiktheidsverzekering

22 augustus 2019

In de polisvoorwaarden van een arbeidsongeschiktheidsverzekering staat een eindleeftijd van 65 jaar. De verhoging van de de AOW-gerechtigde leeftijd brengt hierin geen verandering. De in de polisvoorwaarden genoemde leeftijd van 65 jaar kan niet worden gelijkgesteld met de AOW-leeftijd.

Aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering naast WIA

X wordt in 2012 op 58-jarige leeftijd ziek. Vanaf 8 september 2014 ontvangt zij een WIA-uitkering van het UWV. In aanvulling daarop ontvangt zij een arbeidsongeschiktheidspensioen van het ABP. Daarnaast heeft X nog een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering bij verzekeraar Loyalis. In de polisvoorwaarden van deze verzekering staat; “de uitkering eindigt (onverminderd het elders in de voorwaarden bepaalde) op de eerste dag van de maand waarin verzekerde de 65-jarige leeftijd bereikt.” Tevens bevat de polisvoorwaarden een zogenoemde ‘en bloc-clausule’ op grond waarvan Loyalis het recht heeft het tarief en/of de voorwaarden van bepaalde groepen van de bij haar lopende verzekeringen en bloc te wijzigen.

Op 1 januari 2013 treedt de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking, waardoor de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog gaat naar 67 jaar. Voor X betekent dit dat zij pas bij het bereiken van de leeftijd van 67 jaar recht op AOW krijgt.

Loyalis wijzigt voorwaarden n.a.v. verhoging AOW-leeftijd

Op 13 december 2013 stuurt Loyalis haar verzekerden, waaronder X, een brief. Daarin geeft zij aan vanaf 1 januari 2014 de arbeidsongeschiktheidsverzekering te verlengen tot de AOW-leeftijd. Dit leidt voor X tot een geringe premieverhoging (van 0,72% naar 0,79%) omdat de dekking langer doorloopt. In de brief aan X geeft Loyalis aan dat als haar ziekte na 1 januari 2014 leidt tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering, zij de uitkering krijgt tot 65 jaar. In dat geval krijgt X de betaalde premieverhoging terug van Loyalis. X krijgt inderdaad een arbeidsongeschiktheidsuitkering en Loyalis betaalt in verband hiermee een bedrag van € 32,04 aan niet verschuldigde premieverhoging aan haar terug. X accepteert dit niet en stuurt het bedrag terug aan Loyalis.

X vordert bij de kantonrechter een verklaring voor recht dat zij recht heeft op de verlengde uitkeringsduur van de door haar bij Loyalis afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering, te weten van haar 65ste tot haar 67ste. Primair vindt X dat de oude polisvoorwaarden zo moeten worden uitgelegd dat zij recht heeft op een uitkering tot haar AOW-leeftijd (67 jaar). Subsidiair stelt ze dat ze ook op basis van de door Loyalis geïntroduceerde nieuwe polisvoorwaarden recht heeft op een uitkering totdat zij 67 jaar wordt.

Kantonrechter wijst vordering af

De kantonrechter stelt vast dat Loyalis gebruik maakte van de en bloc-clausule voor een deel van de verzekerden. Omdat X reeds ziek was, gold de wijziging niet voor haar. Volgens de kantonrechter is er geen rechtsregel die het Loyalis verbiedt om voorwaarden aan de verlenging te verbinden. Loyalis sprak indertijd met X af dat zo lang zij een WIA-uitkering ontvangt, Loyalis als aanvulling daarop een arbeidsongeschiktheidsuitkering verstrekt tot aan de maand waarin X 65 jaar wordt. Daar is ook de premie op gebaseerd. Aan die afspraak is niets veranderd, stelt de kantonrechter. Wat is gewijzigd, is het moment waarop X AOW-gerechtigd wordt. Dat is het gevolg van een wetswijziging. Die wetswijziging verplicht Loyalis volgens de kantonrechter echter niet om langer uit te keren dan zij met X afsprak. Ook is verder niet gebleken van een dergelijke verplichting.

Gerechtshof wijst in hoger beroep vordering ook af

X gaat in hoger beroep. Het Hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de tekst van de oorspronkelijke polisvoorwaarden als zodanig duidelijk is. De letterlijke tekst houdt in dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt in de maand dat X 65 wordt. Dit betekent volgens het Hof echter niet zonder meer dat die letterlijke tekst doorslaggevend is voor de betekenis van het beding in de verhouding tussen X en Loyalis. Bij de beoordeling van die betekenis dienen alle omstandigheden van het geval te worden betrokken.

Maar het lag volgens het Hof op de weg van X om concrete feiten en omstandigheden te stellen op grond waarvan zij gerechtvaardigd mocht verwachten dat het beding moet worden uitgelegd op de manier die X voorstaat. Dit heeft zij naar het oordeel van het Hof onvoldoende gedaan. Het enkele gegeven dat het doel van de verzekering is om inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid op te vangen door middel van een aanvulling op de WIA-uitkering, is daartoe niet voldoende. Uit de stellingen van X blijkt volgens het Hof niet dat die strekking ook inhield dat indien de wettelijke AOW-leeftijd hoger zou worden dan 65 jaar, de aanvulling ook pas op die latere leeftijd zou eindigen in plaats van op het expliciet genoemde eindmoment.

Commentaar

Een duidelijke en belangrijke uitspraak. De verhoging van de AOW-ingangsleeftijd leidt ontegenzeggelijk tot verandering van de financiële planning. Dekkingen uit particuliere verzekeringen die zijn afgestemd op 65 jaar, veranderen niet automatisch mee. Daarvoor moet de verzekeringsovereenkomst hierop worden aangepast. In de meeste gevallen gebeurde dit ook, met een (geringe) premieverhoging. De verzekeraar verleent immers langer dekking. Maar voor verzekeringen waarin het onzekere voorval zich al voordeed, is dit verzekeringstechnisch niet mogelijk. De premieverhoging zou in dergelijke gevallen gelijk moeten zijn aan de extra uitkeringen. Dit speelt niet alleen bij aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, maar bijvoorbeeld ook bij premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. De daarvoor benodigde opslag op de premie was berekend aan de hand van een pensioeningangsdatum van 65 jaar. Verhoging van de pensioenrichtleeftijd leidt voor reeds verleende premievrijstelling dus niet automatisch tot een verlengde premievrijstelling. In dergelijke gevallen geldt contract is contract. Je krijgt waarvoor je verzekerd bent en waarvoor je premie hebt betaald.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: Gerechtshof Den Bosch, 23 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2791

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 22 augustus 2019.