Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Conversie ja of nee? Dat is de vraag

21 maart 2016

Vooruitlopend op een definitieve verdeling van het pensioen bij scheiding keert een BV alvast een bedrag uit aan de ex van een DGA. Dit bedrag blijkt achteraf te hoog te zijn. Het (te hoge) bedrag gebruikte zij voor verzekering van een eigen pensioen. Volgens het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is er geen sprake van conversie. 

Pensioen en echtscheiding

In het kader van de echtscheiding tussen een DGA en zijn vrouw moet het pensioen van de DGA worden verdeeld. D BV houdt het pensioen van de DGA in eigen beheer. Vooruitlopend op de verevening van het pensioen stort D BV in 2011 een bedrag van € 243.748 als koopsom voor een pensioenverzekering van de vrouw. De vrouw sluit hiervoor een pensioenverzekering op haar eigen leven die voorziet in de uitkering van ouderdomspensioen indien en zolang zij in leven is op haar pensioendatum. 

De DGA en zijn vrouw kunnen het niet eens worden over de verdeling van het pensioen en een aantal andere zaken. Het Hof heeft diverse (tussen) beschikkingen nodig om tot een einddoordeel te komen. In de tussenbeschikking van 2 juni 2015 geeft het Hof zijn eindbeslissing met betrekking tot het pensioen: er is volgens het Hof geen sprake van conversie. In diezelfde beschikking stelt het Hof vast dat de vrouw € 143.093 toekomt in het kader van de verdeling van het pensioen. Dit is de waarde van het bijzonder partnerpensioen plus de helft van de waarde van het ouderdomspensioen.

De DGA is van mening dat er geen sprake is van (standaard) verevening volgens de Wet verevening van pensioenrechten bij scheiding (Wvps) maar van conversie. Hij stelt dat zijn ex voor de afkoopsom een eigen pensioen heeft aangekocht en derhalve conversie heeft gepleegd. In dat geval heeft ze niet recht op € 143.093 maar slechts op de helft van de pensioenvoorziening van € 230.000, aldus de DGA. Dit bedrag komt overeen met een afspraak in een proces-verbaal van 11 juni 2008. Uit dat proces-verbaal zou ook blijken dat de D BV akkoord is gegaan met een conversie. 

De DGA vindt dat - wanneer het Hof blijft bij het besluit dat er geen sprake is van conversie – de vrouw de pensioenverzekering moet omzetten in een ouderdomspensioen op het leven van de DGA zodat deze bij overlijden van de vrouw alsnog het ouderdomspensioen ontvangt. 

De vrouw is het er niet mee eens. Zij is van mening dat het Hof definitief heeft beslist in de tussenoplossing en dat de DGA dan niet meer een wijziging kan aanbrengen.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden: geen conversie

Het Hof: “Uitgangspunt krachtens vaste rechtspraak is dat een rechter die in een tussenuitspraak een eindbeslissing heeft gegeven daarop in beginsel in een latere uitspraak niet meer terugkomt. (…)onder meer in het geval van een evidente feitelijke of juridische misslag van de rechter of indien de beslissing blijkt te berusten op een niet aan partijen toe te rekenen onjuiste feitelijke grondslag, dan is de rechter bevoegd om, nadat partijen zich daarover hebben mogen uitlaten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing.”

Volgens het Hof is er geen sprake van een evidente of feitelijke misslag. En ook niet van een onjuiste feitelijke grondslag. Het Hof komt niet terug op de eindbeslissing in het tussenvonnis. Het Hof gaat voorbij aan het standpunt van de DGA en (de door hem ingehuurde) deskundige dat er sprake is van conversie en de door de DGA aangehaalde afspraak in het proces-verbaal van 11 juni 2008. Het Hof: “Niet de hoogte van het bedrag bepaalt of er al dan niet sprake is van conversie. (…)De omstandigheid dat de vrouw een polis heeft aangeschaft voor de aankoop van een ouderdomspensioen, enkel op haar leven, zonder nabestaandenpensioen, maakt - anders dan de man heeft aangevoerd - evenmin dat de vrouw heeft gekozen voor conversie en dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van conversie.”

Volgens het Hof is het niet nodig dat de vrouw de pensioenverzekering wijzigt in een ouderdomspensioen op het leven van de DGA. Het Hof overwoog hierover: “Het hof volgt de man niet in zijn stelling. Naar het oordeel van het hof stond het de vrouw vrij - zoals het hof hiervoor reeds heeft overwogen - (binnen de ter zake geldende fiscale regels) het beschikbare bedrag aan een pensioenvoorziening te besteden zoals zij die wenste.” 

Commentaar 

Een bijzondere casus. Ten eerste omdat de BV vooruitlopend op de definitieve afspraken alvast pensioenkapitaal heeft uitgekeerd. En dat dit vervolgens meer is dan waarop de vrouw recht had. Bij scheiding van een directeur-grootaandeelhouder gaat de discussie veelal over het wel of niet afstorten van het pensioen in eigen beheer bij scheiding. Zie bijvoorbeeld onze berichten van 13 januari 2016; 15 februari 2016 en 10 oktober 2014

Het is vreemd dat het Hof in deze zaak beslist dat er geen sprake is van conversie. Uit deze uitspraak blijkt niet waarom het Hof in de tussenbeschikking van mening is dat er geen sprake is van conversie. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps) heeft een partner een afgeleid recht op een deel van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen van de DGA en op het bijzonder partnerpensioen. Dit houdt in dat als de ex-partner overlijdt terwijl de DGA nog in leven is, het ouderdomspensioen van de DGA weer aanwast. Met andere woorden de ex-partner krijgt een voorwaardelijk recht op ouderdomspensioen. Waarbij de voorwaarde is dat zowel de ex-partner als de DGA ten tijde van de pensioenuitkering in leven zijn.

Onbegrijpelijk is de overweging van het Hof dat het de vrouw vrij staat om het beschikbare bedrag aan een pensioenvoorziening te besteden zoals zij dat wenst. Immers door dit bedrag aan te wenden voor een eigen pensioen ontneemt ze de kans op aanwas voor de DGA. De kans op aanwas heeft een actuariële waarde. De DGA wordt hierdoor te kort gedaan. En daarbij komt dat volgens artikel 5 van de Wvps het omzetten van de voorwaardelijke aanspraak in een eigen recht wel degelijk conversie is. 

Naar onze mening maakt het Hof wel degelijk een misslag. Wij beschikken echter niet over de tussenbeschikking. Mogelijk onderbouwt het Hof daarin het besluit dat er geen sprake is van conversie. Wij zijn benieuwd of de DGA tegen deze uitspraak in beroep gaat.

 

Auteurs: Paul Lavrijssen en Vera Hek, adviseurs Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 februari 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 maart 2016