Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Is conversie van verevende pensioenen afdwingbaar?

17 juli 2018

Bij de scheiding van een DGA en zijn partner is het pensioen in eigen beheer verevend. In verband met de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer wil de ex-partner dat haar deel van het pensioen wordt omgezet in een oudedagsverplichting. Maar dan moet het pensioen eerst worden geconverteerd. Moet de DGA meewerken aan conversie?

Pensioenverevening

In 2007 heeft de rechtbank de echtscheiding tussen een DGA en zijn partner uitgesproken. De pensioenrechten van de DGA, die door zijn BV in eigen beheer worden gehouden, zijn verevend. Op grond van die verevening heeft de ex-partner recht op een voorwaardelijk ouderdomspensioen van € 10.924- per jaar, ingaande op 1 december 2016. En een bijzonder nabestaandenpensioen van € 15.295 per jaar. De waarde van deze voorwaardelijke aanspraken wordt gesteld op € 190.000.

Zowel de rechtbank als het gerechtshof hebben in respectievelijk 2007 en 2008 geoordeeld dat er ten behoeve van de ex-partner een bankgarantie moest worden verstrekt tot een bedrag van € 152.500. Dit tot zekerheid voor de betaling van haar aanspraken. De bankgarantie is verstrekt voor de duur van 10 jaren en eindigde op 3 december 2017.

Vanwege het aflopen van de bankgarantie en de hoogte ervan stelt de ex-partner een nieuwe vordering in. Hierbij eist ze primair dat haar deel van de aanspraak in het kader van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (PEB) wordt omgezet in een eigen oudedagsverplichting (ODV) die ingebracht wordt in een door haar opgerichte BV. Secundair eist ze verlenging en verhoging van de bankgarantie. De DGA en de BV verwerpen beide eisen.

Verplichte conversie

De rechtbank beoordeelt eerst de eis van de ex-partner om de verevende pensioenaanspraken om te zetten in een eigen ODV. Hiervoor is het nodig om verevende pensioenaanspraken te converteren.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot het verplicht mee laten werken aan een conversie met grote terughoudendheid moet worden beoordeeld:

“In de jurisprudentie heeft de aanwezigheid van de gestelde bijzondere omstandigheden de verschillende instanties onvoldoende reden gegeven om de conversie afdwingbaar te maken. Hoewel een wetswijziging als in dit geval aan de orde, een bijzondere omstandigheid is die verder gaat dan de omstandigheden in de aangehaalde beslissingen, is ook dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot een verplichte conversie te komen. (…) De conversie leidt tot een verandering – zeker ook in financiële zin – van de toekomstige aanspraken van de DGA, waarop hij zich niet heeft kunnen voorbereiden. Daarom is conversie ook een keuze die de Wet VPS geeft, na overeenstemming tussen partijen daarover. Conversie is geen recht van een van beide echtelieden. De (gescheiden) echtelieden moeten zich kunnen vergewissen van de gevolgen die een conversie voor hen heeft en daarna de keuze maken te verevenen of de conversie toe te passen.”

De rechtbank vindt dat de gevolgen van een conversie, vanwege de beperking in de mogelijkheden in de uitvoering door de invoering van de Wet uitfasering PEB, niet alleen voor rekening van de DGA moeten komen. Omdat niet is gebleken op welke wijze deze gevolgen mede voor rekening van de ex-partner komen, acht de rechtbank een verplichte conversie niet aan de orde. De rechtbank vindt de gevorderde wijze van afstorting redelijk, noch billijk.

De rechtbank vindt wel dat de bankgarantie moet worden verhoogd en verlengd. Er is geen sprake van verjaring. En er is nog steeds een risico dat de BV de aanspraken van de ex-partner niet kan of wil nakomen. De eis van het verhogen van de bankgarantie tot € 190.000 en het verlengen van de termijn is in de ogen van de rechter dan ook redelijk en billijk.

Commentaar

Volgens de Wet uitfasering PEB hebben DGA ’s met betrekking tot hun in eigen beheer opgebouwde pensioen de mogelijkheid dit af te kopen, om te zetten in een ODV of premievrij aan te houden. In het geval van afkoop of omzetting in een ODV mogen zij het pensioen eerst afstempelen. Afkoop of omzetting in een ODV is alleen mogelijk voor de gehele pensioenregeling van de DGA. Daartoe behoren ook de voorwaardelijke aanspraken die aan de ex-partner toekomen op grond van verevening.

In dit geval wilde de ex-partner een eigen ODV. De DGA wilde het in eigen beheer opgebouwde pensioen echter premievrij voortzetten. Omzetting van het deel van de ex-partner is alleen maar mogelijk als de pensioenen van de DGA en de ex-partner eerst worden gesplitst in eigen pensioenaanspraken. Dat kan alleen door conversie. Daarom eiste de ex-partner van de DGA dat hij alsnog meewerkte aan een conversie. Maar het ging de rechtbank te ver om in het kader van de Wet uitfasering PEB de DGA te verplichten mee te werken aan conversie. Deze uitspraak schuurt met de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2018. In deze uitspraak verplichtte de rechtbank een ex-partner om mee te werken aan omzetting van het PEB in een ODV. Meer over deze uitspraak kunt u lezen in ons bericht van 5 april 2018.

In artikel 38n van de Wet op de Loonbelasting 1964 staat dat bij omzetting in een ODV de aanspraak kan worden prijsgegeven voor zover de waarde in het economische verkeer van die aanspraak hoger is dan de fiscale balanswaarde. In het stappenplan van de ex-partner eiste zij dat de geconverteerde waarde eerst zou worden omgezet in een ODV en daarna zou worden ondergebracht bij een eigen BV. In dat geval kan ze naar onze mening niet profiteren van het geruisloos afstempelen van de pensioenaanspraken. Naar onze mening is een beter alternatief om de geconverteerde aanspraken eerst over te laten dragen naar de eigen BV en pas daarna om te zetten in een ODV. In dat geval komt het prijsgeven van aandelen wel aan haar toe als aandeelhouder van de BV.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Oost-Brabant 20-09-2017

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 juli 2018