Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Coulanceregelingen (tijdelijk herintredende) zorgmedewerkers

Coulanceregelingen (tijdelijk herintredende) zorgmedewerkers

2 juni 2020

Voor zorgmedewerkers die getroffen zijn door corona of tijdelijk herintreden voor coronazorg treft de overheid coulanceregelingen. 

Recht op partnertoeslag AOW herleeft na beeindiging werkzaamheden

Op 20 april 2020 stelde Kamerlid Van Kent (SP) de minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of hij het ermee eens is dat de AOW-partnertoeslag niet mag vervallen wanneer een jongere partner vanwege het coronavirus weer tijdelijk aan het werk gaat. Van Kent vroeg Koolmees of hij bereid is daarvoor een tijdelijke coulanceregeling te treffen. In zijn brief van 11 mei 2020 liet minister Koolmees weten dat hij een coulanceregeling zou treffen.

Koolmees: “Ook bij de SVB zijn vragen binnengekomen over de gevolgen voor de partnertoeslag als een jongere partner van een AOW-gerechtigde in verband met de coronacrisis weer in de zorg is gaan werken. Naar aanleiding hiervan heb ik de SVB verzocht in het geval een jongere partner van een AOW-gerechtigde als gevolg van de coronacrisis (meer) is gaan werken in een cruciaal beroep en deze werkzaamheden langer dan drie maanden voortduren, af te wijken van de huidige beleidsregels en het recht op partnertoeslag na de beëindiging van de werkzaamheden te laten herleven. Deze versoepeling van het beleid is van toepassing zolang de noodmaatregelen van het kabinet in het kader van de COVID-19 pandemie (zoals de NOW) van kracht zijn.”

Belastbaarheid uitkering uit steunfonds ZWiC en invloed op toeslagen

Door de stichting Zorg na Werk in Coronazorg (ZWiC) is een steunfonds opgezet waaruit zorgverleners die als gevolg van hun werk in de coronazorg op de intensive care terecht komen, aanspraak kunnen maken op een eenmalige uitkering van € 30.000. Nabestaanden van zorgverleners die als gevolg van hun werk in de coronazorg zijn overleden, kunnen aanspraak maken op een eenmalige uitkering van € 50.000.

Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën stuurde de Tweede Kamer 26 mei 2020 een brief over de fiscale behandeling van deze uitkeringen waarin hij ingaat op de fiscale gevolgen en mogelijke effecten op toeslagen van een uitkering uit het fonds.

Vijlbrief geeft aan dat deze uitkering niet belast is met loon- en inkomstenbelasting. De uitkering is door een private partij zonder bemoeienis van de werkgever (noch bij de uitkering, noch bij de voeding van het fonds) waarbij ook een beloningsbedoeling ontbreekt. Daarom vormt deze eenmalige uitkering voor de loon- en inkomstenbelasting geen te belasten loon of vormt het anderszins een inkomensbestanddeel vormt voor de inkomstenbelasting. Hierdoor maakt de uitkering ook geen deel uit van het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Dit betekent dat de uitkering als zodanig geen gevolgen heeft voor eventuele toeslagen in het jaar waarin de uitkering plaatsvindt.

Net als alle andere vermogensbestanddelen behoort het deel van de uitkering dat nog niet is besteed op de peildatum van 1 januari in de jaren volgend op het uitkeringsjaar wel tot de rendementsgrondslag van box 3 waarover dus in beginsel de vermogensrendementsheffing van toepassing is.

Uitkeringen worden uitgezonderd bij vermogenstoetsen toeslagen

Voor verschillende toeslagen geldt een zogenoemde vermogenstoets. Wanneer het box 3-vermogen op de peildatum 1 januari hoger is dan een bepaald bedrag vervalt voor dat betreffende jaar het recht op de toeslag. Dat kan zich in het bijzonder voordoen bij de huurtoeslag waar de grens waarboven het recht op toeslag vervalt bij een vermogen van meer dan € 30.846 voor alleenstaanden en meer dan € 61.692 voor fiscaal partners (cijfers 2020).

Een potentieel verlies van met name de huurtoeslag als gevolg van een uitkering van ZWiC acht de overheid in dit geval ongewenst. Om die reden zegt de staatssecretaris toe deze uitkeringen uit te zonderen bij de vaststelling van het vermogen bij de toepassing van de vermogenstoetsen van de toeslagen. Dat zal gebeuren bij ministeriële regeling aan het einde van dit jaar en zal in werking treden met ingang van 1 januari 2021, de eerst mogelijke peildatum voor een door ZWiC gedane uitkering. De uitzondering geldt voor een periode van drie jaar.

Bijstand

De uitkering van stichting ZWiC kan ook gevolgen hebben voor de bijstand. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regelt daarom een centrale vrijlating binnen de Participatiewet om rekening te houden met een eventuele doorwerking van de uitkering naar de bijstand.

Commentaar

Een goede zaak dat in deze hectische periode ook rekening wordt gehouden met de onverwachte financiële gevolgen voor zorgverleners die in deze hectische tijden opereerden in de frontlinie.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bronnen: Beantwoording Kamervragen over het vervallen van de AOW-partnertoeslag tijdens de coronacrisis; Kamerbrief over uitkering stichting Zorg na Werk in Coronazorg

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 mei 2020